Koeien en kunstenaars

Iedereen kende hem als de Groningse boer die zo enorm veel met moderne kunst deed. Albert Waalkens is deze week overleden.

In zijn woonplaats Finsterwolde is zondag galeriehouder en boer Albert Waalkens overleden. Hij is 86 jaar geworden. Waalkens was zoon van een rijke Groningse herenboer en een expert op het gebied van avant-gardistische en experimentele kunst. In het Oost-Groningse Finsterwolde stelde hij begin jaren zestig zijn stal open voor spraakmakende, vernieuwende kunstenaars. In 45 jaar tijd togen thans bekende schilders, beeldhouwers en grafici naar het Groningse platteland, onder wie Yvonne Kracht, Cornelius Rogge, Peter Struycken, Gjelt Blaauw en Ans Wortel.

Waalkens raakte al jong geïnteresseerd in kunst. Zijn eerste aankoop was een werk van de Friese expressionist Gerrit Benner. Hij raakte bevriend met de Groninger Siep van den Berg en exposeerde diens werk in zijn oude koeienstal. In de stille wintermaanden, als het op zijn akkerbouwbedrijf rustig was, stelde Waalkens expositieprogramma’s samen. „Als ik kunst om me heen heb voel ik me happy”, zei hij in 2000 in een interview in deze krant

Dat jaar won hij de Benno Premselaprijs wegens zijn „inspirerende en stimulerende rol voor verschillende generaties kunstenaars”. Hij zocht nieuw talent „op intuïtie”, zei hij. „Kunst is wat me frappeert en ontroert. Waar de haartjes van mijn hand overeind van gaan staan.” Waalkens bood talloze beginnende kunstenaars uit binnen- en buitenland onderdak op zijn erf, organiseerde beeldenroutes over het Groningse platteland en werkte samen met de Amerikaanse land art-kunstenaar Dennis Oppenheim. In 1983 was hij gastconservator van Boijmans Van Beuningen. In 1997 zette hij een stichting op met zijn partner Corrie de Boer, zodat de expositie- en werkruimtes ook na zijn dood kan voortbestaan.

Volgens directeur Kees van Twist van het Groninger Museum, die Waalkens goed kende, is hij van „onschatbare waarde” voor de Nederlandse kunstwereld. „Hij was een dwarsligger, wars van gearriveerde kunst en hoogdravende theorieën, nuchter en zeer eigenzinnig, maar op een ongelooflijk leuke manier.” Hij had een oog voor talent. „De Fin Osmo Rauhala, die nu bij ons exposeert, is ooit bij hem in de stal begonnen.” Waalkens leed aan al enkele jaren aan de ziekte van Alzheimer.