Iran staat onder druk, maar hoe nu verder?

Met een stok dreigen is niet genoeg om Iran tot de orde te roepen, je moet regime in Teheran ook een worst voorhouden, meent

Fareed Zakaria.

Vorig najaar woedde binnen de regering-Bush een debat over de vraag hoe het Iraanse nucleaire gevaar moest worden aangepakt. Het was het bekende gebakkelei tussen haviken en pragmatici.

Volgens de haviken was militair geweld absoluut de enige manier om Iran te stuiten in zijn streven naar regionale hegemonie, inclusief zijn nucleaire aspiraties. De Europeanen zouden nooit instemmen met sancties. De Russen en de Chinezen zouden op commerciële gronden de kant van Teheran kiezen.

De pragmatici stelden daartegenover een strategie van indamming en diplomatie in samenwerking met de rest van de wereld om zo de druk op Iran op te voeren. In het nauw gedreven door de toestand in Irak, verloren de haviken het debat. De afgelopen maanden is gebleken dat de indammingsstrategie werkt – tot op zekere hoogte.

De ontvoering van vijftien Britse zeelui moet worden gezien tegen de achtergrond van Iraans groeiende isolement. De laatste maanden heeft het bewind in Teheran het niet gemakkelijk gehad. Eind maart heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties een resolutie aangenomen tegen het Iraanse nucleaire programma, en de sancties tegen het regime verscherpt. Ondanks intensief lobbywerk van Iran hebben Rusland en China vóór gestemd, evenals Zuid-Afrika en Indonesië. De sancties zijn niet gericht tegen de bevolking, maar uitdrukkelijk tegen het regime.

De financiële maatregelen, waar de regering-Bush veel werk van heeft gemaakt, zijn hard aangekomen – bij de bankrekeningen van de heersende elite in Teheran. In Irak hebben Amerikaanse troepen in december vijf Iraniërs aangehouden, en Rusland heeft vorige week de aanvoer van nucleaire splijtstof naar Iran tijdelijk opgeschort.

Nu de druk toeneemt, lijkt het bewind in Teheran te willen laten zien dat het ook van zijn kant de druk kan opvoeren. Op precisiemaatregelen van het Westen zullen precisiemaatregelen van Iran volgen.

Het huidige incident is misschien niet op centraal niveau gepland, maar wel door de haviken in Teheran aangegrepen. De Britten zijn gevangengenomen door een eenheid van de Revolutionaire Garde, die aan de kant van de haviken staat. Mogelijk is deze episode onderdeel van een interne strijd in Iran over de koers van het buitenlandse beleid.

Volgens Vali Nasr, een analist van de Amerikaanse Council on Foreign Relations (Raad voor Buitenlandse Betrekkingen), is het zo dat „wanneer in het verleden het regime bereid was te onderhandelen met de wereld, conservatieve elementen in Iran vaak concrete actie hebben ondernomen die spanningen veroorzaakte en onderhandelingen bemoeilijkte. President Mahmoud Ahmadinejad en zijn bondgenoten proberen de gematigden eronder te krijgen. De huidige crisis versterkt hun standpunt dat het Westen volstrekt onverzoenlijk staat tegenover Iran.”

Maar ongeacht de binnenlands-politieke situatie lijkt Iran zich te hebben verrekend. In de ogen van veel strategisch belangrijke landen zal dit optreden alleen maar bevestigen dat het een onbesuisd, onbetrouwbaar land is. De publicatie van brieven en video-opnames van de Britse zeelui met onmiskenbaar afgedwongen schuldbekentenissen heeft averechts gewerkt, en de Britse vastberadenheid en de Europese eenheid versterkt.

Een naaste medewerker van Tony Blair die – zoals gebruikelijk op Downing Street 10 – anoniem wenst te blijven, heeft zijn grote voldoening uitgesproken over de toenemende steun van andere Europese landen. „Meer hadden we niet durven hopen’’, zei hij.

Hoge Iraanse functionarissen, die wegens de gevoeligheid van het onderwerp anoniem wensen te blijven, zeggen dat volgens hen dit incident net zo zou kunnen worden opgelost als een soortgelijk incident in 2004. (Toen scheen een Brits schip Iraanse wateren, of omstreden wateren, te zijn binnengegaan; nadat Londen zijn verontschuldigingen had aangeboden, werden de Britse zeelui vrijgelaten.)

Ook de medewerker van Blair noemde dat incident. Hij zei me: „Wij proberen het de Iraanse regering in dezen niet moeilijk te maken. Er is een oplossing waarbij geen van beide partijen gezichtsverlies lijdt. Maar we marchanderen niet (over Irak, of over het nucleaire programma).”

Beide partijen lijken te begrijpen dat Groot-Brittannië niet formeel zijn verontschuldigingen zal aanbieden, maar Londen zou wel dingen kunnen zeggen die Iran de kans bieden om bij te draaien en de zeelui te laten gaan.

In bepaalde opzichten is deze episode typerend voor de betrekkingen tussen Iran en de wereld in bredere zin. De boodschap is dat pressie werkt, mits je Teheran een uitweg biedt. Iran is een lichtgeraakt, nationalistisch ingesteld land met legitieme belangen in het Midden-Oosten. Het is heel zinnig om het streven van Iran om kernwapens te verwerven, Irak te destabiliseren en te stoken in Libanon en Palestina, in te dammen en te beteugelen.

Maar de Verenigde Staten moeten ook creatief zijn in het bedenken van manieren om Iran uit zijn lastige parket te bevrijden. Met een stok dreigen is niet genoeg, je moet ook een worst voorhouden.

Iran is geen grandioze, almachtige reuzenstaat die voorbestemd is te heersen over het Midden-Oosten. Het is een regionale mogendheid van belang, rijk aan olie maar lijdend aan een slecht draaiende economie en een impopulaire en verdeelde leiding.

Zolang de Verenigde Staten in samenwerking met andere landen de kwalijke plannen van Iran kunnen indammen en tegelijkertijd zijn legitieme plannen ruim baan geven, kan de toestand langs diplomatieke weg, en zonder geweld, worden afgehandeld.

Fareed Zakaria is columnist van Newsweek. © Newsweek