‘In de wijk wandel ik, meer niet’

Voor een achterstandswijk is het goed als er meer studenten en hoogopgeleiden komen wonen, vinden beleidsmakers.

Maar in het Utrechtse Kanaleneiland werkt dat niet.

Een voormalige verzorgingsflat aan de rand van de Utrechtse wijk Kanaleneiland is nu eigendom van de Stichting Studentenhuisvesting. De afgebladderde muren zijn met graffiti bedekt, in het trappenhuis liggen lege bierblikken en ander afval. Uit de wanden hangen losse elektriciteitsdraden. Studenten die hier wonen weten dat het tijdelijk is. Het pand wordt straks gesloopt.

De flat doet rond het middaguur verlaten aan. Op de vierde verdieping zijn alleen Alwine van Aarle en Michel El Gaba. Ze wonen er nu een half jaar en allebei zijn ze aan het verhuizen. Ze hebben het wel gezien hier. Tijd om dichter bij de binnenstad te gaan wonen. Michel: „Er is hier niets voor studenten. Ik ga naar de Lidl voor mijn boodschappen, maar verder doe ik eigenlijk niets in de wijk.” Dat geldt ook voor Alwine. Ze had zich wel opgegeven voor vrijwilligerswerk, maar heeft daar nooit meer iets van gehoord. „Ik wandel af en toe door de wijk, meer niet.”

Kanaleneiland wordt het slechtst gewaardeerd van alle Utrechtse wijken, een 5,4 tegenover een gemiddelde van 7,4. Een kwart van de bewoners heeft een Nederlandse achtergrond, het gemiddelde inkomen is 70 procent van het stedelijk gemiddelde. Beleidsmakers zien graag een betere spreiding van inkomens en opleidingen in dit soort wijken. Ook in de toekomstplannen voor Kanaleneiland streeft de gemeente naar meer diversiteit in het woningaanbod.

Maar voor de meeste studenten is Kanaleneiland geen eerste keus. Het is relatief ver van het centrum en de flatwijk biedt weinig vertier. „Studenten wonen hier op doortocht”, zegt Ger Hogenberg, voorzitter van de Huurdersvereniging Kanaleneiland. Dat studenten de neiging hebben om ’s nachts iets langer door te gaan dan ander buurtbewoners, vindt hij nog tot daaraantoe. „Ze moeten natuurlijk ook ergens wonen, maar het is vooral jammer dat ze nauwelijks betrokken zijn bij het sociale leven in de wijk.”

Ook in de Utrechtse wijk Overvecht, ten noorden van het centrum, leidde een groeiende concentratie van studenten in bepaalde flats tot gemor onder de andere bewoners. Net als in Kanaleneiland zijn ook in Overvecht de huizenprijzen lager dan in de rest van de stad. Het is voor huisjesmelkers aantrekkelijk om de panden op te kopen en te verhuren aan studenten. Vaak zonder de regels al te nauw na te leven.

De grote studentenpopulatie draagt dus bij aan de verpaupering van wijken?

„Nee, wij zijn erg blij met de studenten in onze stad”, zegt wethouder Harrie Bosch (Wonen). „Maar ik begrijp de bewonersklachten wel. Studenten zijn inderdaad minder bezig met hun leefomgeving en te veel studenten ervaren andere bewoners soms als vermindering van de leefkwaliteit. We proberen het huisjesmelkers moeilijker te maken door de omzettingsvergunning voor jongerenverhuur opnieuw in te voeren.”

Meer diversiteit in het woningaanbod moeten gemeenten niet als wondermiddel beschouwen, zegt Nathan Rozema, directeur van onderzoeksbureau Labyrinth. Het bureau is gespecialiseerd in onderzoek naar woonwijken en schreef een rapport over het ‘sociaal kapitaal’ van Kanaleneiland. Daaruit blijkt dat het aantrekken van hogere inkomensgroepen naar een wijk, niet automatisch de buurt ten goede komt. „Hoger opgeleiden hebben hun sociale netwerk vaak buiten de buurt. Zij hebben weinig binding met de wijk.” Volgens Rozema moet een gemeente veel meer investeren in het potentieel dat al in de wijk woont. „Nu trekken starters die hier zijn opgegroeid uit de wijk weg, omdat er niets voor ze is. Die moet je zien te houden.”

Met dat laatste is wethouder Bosch het eens. „Dat is ook wat wij proberen. Maar in Kanaleneiland en Overvecht zijn de problemen nu zo groot dat we het noodzakelijk vinden om ook op korte termijn andere inkomens naar de wijk te trekken.”