Het mag, maar het komt er niet

De Eerste Kamer debatteerde gisteren voor het eerst in de geschiedenis over de regerings-verklaring. De premier zei daar dat de senaat wat hem betreft een onderzoek naar Irak mag doen.

Den Haag, 4 april. - Als ze dat wil, mag de Eerste Kamer een parlementair onderzoek te houden naar de Nederlandse steun voor de oorlog in Irak in 2003. Premier Jan Peter Balkenende heeft dat gisteren gezegd tijdens het debat over de regeringsverklaring in de Eerste Kamer. Maar het is onwaarschijnlijk dat daar een meerderheid voor zal zijn.

Balkenende zei dat de coalitiefracties van CDA, PvdA en ChristenUnie in de Tweede Kamer hebben afgesproken dat zo’n onderzoek er niet komt, maar bevestigde dat de senaat daar niet aan is gebonden. „Het is aan de Eerste Kamer zelf om een besluit te nemen”, aldus de premier. SP-fractievoorzitter Tiny Kox reageerde verheugd op de uitspraken van Balkenende, die overigens niets meer deed dan de bestaande staatsrechtelijke gewoonte bevestigen.

De SP is voorstander van een parlementair Irak-onderzoek. Ook de PvdA wil eigenlijk zo’n onderzoek, maar in de Tweede Kamer stemde de fractie als coalitiepartner tegen een voorstel van de SP. Hoe de senaatsfractie van de PvdA zich zal opstellen als de SP met een concreet voorstel komt, is nog onduidelijk. Fractieleider Han Noten zei in het debat dat zijn fractie zich „niet gebonden, maar wel verbonden” acht aan het regeerakkoord.

Noten, die van tevoren had aangekondigd over dit onderwerp vragen over Irak te zullen stellen, stelde voor om op korte termijn een debat te houden over toekomstige missies. Hij wil met name weten wat de formulering „adequaat volkenrechtelijk mandaat” inhoudt, dat door de nieuwe regering als voorwaarde gesteld is voor deelname aan eventuele nieuwe missies. Balkenende zei bereid te zijn met de senaat te debatteren over de invulling van dit begrip. Naar verwachting zal dat debat voor eind mei gehouden worden.

Noten zei vanmorgen in een toelichting dat zelfs met steun van de PvdA er geen meerderheid voor een onderzoek is. CDA, VVD en ChristenUnie (samen een meerderheid in de huidige én de nieuwe Eerste Kamer) zijn tegen zo’n onderzoek. Het is volgens Noten dan ook een „virtuele discussie”.

Gisteren debatteerde de senaat voor het eerst in haar geschiedenis met het kabinet over de regeringsverklaring. Normaal gesproken houdt alleen de Tweede Kamer zo’n debat, omdat de fracties daar zich ook binden aan het regeerakkoord. De fracties in de Eerste Kamer hechten traditioneel aan hun onafhankelijke vrije rol.

De senaat was dan ook verdeeld over de zin van het debat met Balkenende en de beide vice-premiers Wouter Bos (PvdA) en André Rouvoet (ChristenUnie). VVD’er Uri Rosenthal, die het debat had aangevraagd, verdedigde het door op te merken dat de Eerste Kamer geen politieke beschouwingen had kunnen houden wegens „de halve demissionaire status” van Balkenendes derde kabinet vorig jaar. CDA-fractievoorzitter Jos Werner noemde het een vreemd debat. Hij vreest dat door een debat te houden over de regeringsverklaring de senaat zich ook gebonden zal voelen aan het regeerakkoord.

Daarbij vindt Werner de timing van het debat vreemd: „Als je al in de Eerste Kamer een debat over de regeringsverklaring wilt voeren, doe dat dan met de Eerste Kamer die binnen twee maanden geïnstalleerd wordt en niet met de huidige bezetting.” De nieuwe Senaat zal 29 mei worden gekozen door de leden van de twaalf Provinciale Staten, dan zullen de politieke verhoudingen drastisch wijzigen.