De verbeterde hel

De kunstenaars Jake en Dinos Chapman maakten voor Tate Britain het werk ‘When Humans Walked the Earth’.

Een werk over geweld en wreedheid, in alle variaties.

Macabere machines zijn het, een tikkeltje primitief en bruut. Radertjes en tandwielen, hamers en ander werktuig, containers, plankjes en opgeblazen rubberen handschoenen worden met moeren, bouten, touwtjes, klemmen en banden bijeen gehouden. En dan zijn er nog de hersenen, de maden en de mannelijke geslachtsdelen die erin verwerkt zijn. De afgesneden piemels lijken een integraal onderdeel van de machinerie, terwijl de hersenen eerder ogen als te bewerken grondstof. Welke functie de maden en ander ongedierte hierin vervullen, afgezien van een puur symbolische, is niet helemaal duidelijk.

Wat wordt er geproduceerd door deze machines? En wat zijn het voor monsters die deze martelwerktuigen in hun werkplaats hebben staan? Of zijn de machines autonome constructies in een sadistisch universum?

Dit laatste zouden de kunstenaars, Jake en Dinos Chapman, ons graag willen doen geloven. Als een soort vervolg op de grote overzichtstentoonstelling van hun oeuvre, Bad Art For Bad People, die afgelopen winter te zien was in Tate Liverpool, maakten ze speciaal voor Tate Britain dit nieuwe werk, When Humans Walked the Earth. Het bestaat uit tien verschillende, in brons gegoten sculpturen die geïnspireerd zijn op een eerder werk uit 1993, Little Death Machine (Castrated).

Als er al iets wordt gecreëerd door een satanisch werktuig als de I Put the Fun Back in Funeral Machine, zoals een van de installaties is getiteld, dan zal het resultaat waarschijnlijk veel lijken op de Hell van de Chapmans: eindeloze martelingen, geweld en wreedheid, in alle mogelijke variaties. Hell, een hoogtepunt uit het oeuvre van de Chapmans, werd overigens vernietigd toen de Momart opslagplaats in 2004 afbrandde, maar de broers werken nu aan een nieuwe versie van het kunstwerk. „Het wordt een nieuwe en verbeterde hel”, grapten ze in een interview met The Guardian, „ruimer en lichter.”

Herhaling, en hergebruik van eerdere motieven of integrale werken, is een centraal concept in het oeuvre van de Chapmans. Zo was er onlangs als contrapunt van de grote tentoonstelling in Liverpool een uiterst kortlopende expositie in Paradise Row, een kleine galerie in het Londense East End. Two Legs Bad, Four Legs Good bestond uit beschilderde kartonnen boerderijdieren, van het niveau kleutergeknutsel, die bij nader inzien in allerlei gruwelijke situaties waren verwikkeld. Op de achtergrond speelde een voorleesversie van Orwells Animal Farm. Het was overduidelijk een variatie op de kartonnen dinosaurussen uit Hell Sixty-Five Million Years BC – te zien in Liverpool – en in die 65-plus miljoen jaar blijkt er helemaal niets veranderd in de condition animale, die op zijn beurt weer bitter weinig verschilt van de condition humaine zoals verbeeld in Hell.

Maar ook het in duurzaam traditioneel brons uitgevoerde When Humans Walked the Earth roept vragen op over technologische vooruitgang, en de grenzen tussen mens en machine. De ‘onmogelijke machines’, zoals hun makers ze hebben genoemd, zouden menselijke biologische functies als ademhalen, denken, seks en doodgaan nabootsen – ook al zit er volstrekt geen beweging in het brons. Daarbij zien de kunstenaars hun machines het liefst als autonoom, zelfs in belangrijke mate onafhankelijk van henzelf als makers, zo leggen ze omstandig uit in een interview in de catalogus. De paradox is typerend voor de Chapmans, die een uitgesproken voorliefde hebben voor zwaar theoretisch geschut ter begeleiding van alle geslachtsdelen en de opzettelijk kinderachtige elementen in hun werk.

Daarbij weet je nooit helemaal zeker of ze het zelf ook serieus nemen, of hun publiek volledig voor de gek houden: „human conscious is a forensic smear on the evolution of a machinic unconscious ... ha, ha, ha!”

Humor kan de broers zeker niet worden ontzegd, al is die in When Humans Walked the Earth ondergeschikt aan wat steeds duidelijker de primaire drijfveer van hun werk lijkt te zijn, en de basis voor hun zogenaamde schoktactieken: een immense morele woede over het menselijk tekort. Dat is niet per se een politieke stellingname, al vertoont het werk hier en daar opvallende overeenkomsten met de griezelige foto’s uit Irak die even verderop, op de gang, te zien zijn in State Britain van Mark Wallinger. De woede van de broertjes Chapman is existentiëler – de titel van het werk zegt al genoeg.

tentoonstelling

Jake en Dinos Chapman: When Humans Walked the Earth.Tate Britain, Londen, tot 10 juni.