De Kamer heeft gelijk, het ligt inderdaad aan de media

In de Volkskrant las ik dat Kamerleden volgens een recente enquête bijna allemaal van mening zijn dat het dalend burgervertrouwen in de politiek te wijten is aan de manier waarop van hun optreden in de media verslag wordt gedaan.

Zou het?

Om het te verifiëren nam ik gisteren een snippermiddag, zette om twee uur de televisie aan en besloot te blijven kijken tot het zogenoemde Vragenuurtje voorbij was.

Mijn god.

Er waren, zoals de voorzitter aankondigde, ‘vier series vragen’. De eerste drie werden gesteld door Kamerleden die de afgelopen dagen elke ochtend de hele Telegraaf hadden uitgespeld om een onderwerpje te vinden waarmee ze zichzelf, wie weet, op de kaart konden zetten. Ze spraken alle drie heel lelijk Nederlands, hielden alle drie hun vingertje bij de tekst die ze van tevoren op een papiertje hadden uitgetikt, en bleken alle drie moeite te hebben om het antwoord te begrijpen.

Was het de minister bekend dat de maffia zondagnacht met anti-tankgeschut een aanval op de Nederlandse rechtstaat had uitgevoerd? Wat denkt de minister te doen aan een gasmeter uit 1873 die de toch al zo verarmde eigenaar op kosten blijft jagen? Vindt de minister het acceptabel dat de Turkse regering zich via haar ambassadeur bemoeit met de inrichting van het Nederlandse onderwijs?

Die laatste kwestie werd des te pikanter omdat de vragensteller De Telegraaf misschien niet helemaal goed had gelezen, of omdat de minister de krant niet eens had ingekeken, waardoor onduidelijk bleef of Turkije inderdaad verlangt dat geëmigreerde Turkse kinderen op Nederlandse scholen les krijgen in het Turks. De casus werd er niet transparanter op toen de voormalige wethouder van Borculo (VVD) met opgestreken zeil de interruptiemicrofoon pakte en daar boos in riep dat de Turkse gevolmachtigde z’n grote mond moet houden.

De dagen dat we als natie liever Turks dan paaps waren zijn voorgoed voorbij. Rooms of Rouvoet doet er niet meer toe, zolang het maar christelijk is.

De laatste vrager (WAO-onrecht) richtte zich tot de bewindspersoon van Sociale Zaken, die vroeger van Justitie was geweest. Lelijk Nederlands, vingertje bij de tekst, en grote moeite om het antwoord van de minister te begrijpen, want die wees de geachte afgevaardigde op een paar wettelijke feiten (hoon in de oppositiebanken: hij is een asociale legalist gebleven), en week niet toen hij alom de morele wind van voren kreeg.

Terwijl het vruchteloze twistgesprek tussen Donner en enige SP’ers aan de gang was, zag ik Jan Marijnissen aanschuiven. Terug uit Griekenland, want daar was hij even geweest. Daarom had zijn adjudant Harry van Bommel maandagavond bij Pauw & Witteman alle politieke uitvluchten, smoezen en krompraatjes moeten aanspreken om uit te leggen dat zijn Eerste Man in De Telegraaf (op het Binnenhof kennen ze maar één krant) nooit had bedoeld dat Aboutaleb en Albayrak hun tweede paspoort moesten teruggeven.

Ach, die Jan. Eenmaal per jaar, opdat wij niet vergeten, herinner ik de lezer aan een debatje dat hij ooit met Frans Weisglas voerde, en waarin hij de toenmalige Kamerpresident toevoegde: ‘Even dimmen!’ Hij sprak het uit zoals het hoort: e-ven dim-men. Een half jaar later lag er een boekje van hem in de winkel met als titel: Effe dimme. Met twee f’en, en zonder n aan het eind. Ter- wille van de populistische mythe. Die heeft hem nu toch weer de steun van een grote kiezersmeerderheid opgeleverd voor zijn uitspraak dat de twee staatssecretarissen ‘een dikke extra plus’ verdienen als ze doen wat Wilders eist?

Toen het vragenuurtje was afgelopen, deed ik net alsof ik een medium was, ik deed verslag van wat ik had gezien, en waarachtig: het burgervertrouwen in de politiek was meteen weer verder gezakt.

Lees alle columnsvan Jan Blokker via www.nrc.nl/blokker