Chinese diplomatie: wapens voor Soedan

Terwijl de westerse landen de diplomatieke druk op Soedan steeds weer een beetje verder opvoeren, houdt China onverkort vast aan zijn eigen koers om het bewind in Khartoum te bewegen tot het matigen van het geweld in Darfur.

Peking, aldus de woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken gisteren, hoopt dat de Soedanese regering wat „meer flexibiliteit” kan tonen in het zoeken naar een oplossing van de crisis in Darfur. Maar tegelijkertijd geldt dat zaken zaken blijven: China zal zijn militaire samenwerking met Soedan op alle terreinen verder uitbreiden.

De verheugende boodschap van nauwere samenwerking, ook op andere gebieden dan het militaire, ontving de Soedanese stafchef Haj Ahmed El Gaili afgelopen maandag meteen al bij het begin van zijn achtdaagse bezoek aan China – op uitnodiging van het Volksbevrijdingsleger.

China is grootleverancier van wapentuig aan Soedan en ook, niet zonder oorzakelijk verband, grootafnemer van olie uit Soedan. Ongeveer tweederde van de Soedanese olie gaat naar China. Internationaal is er veel kritiek op de ‘destructieve relatie’ tussen beide landen – in februari ging de Chinese president Hu Jintao nog op bezoek in Soedan.

Peking trekt zich, voor zover merkbaar, niet veel aan van westerse pleidooien om Khartoum te dwingen in te binden in de Darfurcrisis. Vorige week stemde China in met een voorstel van de EU om de kwestie-Darfur op de agenda van de mensenrechtenraad van de VN te zetten. Maar dat was een tactische concessie – het verzet tegen het voorstel was ook onder Afrikaanse landen afgebrokkeld.

In de praktijk verandert er niets: meer wapens, meer olie, en de oproep aan Khartoum de veiligheid in Darfur te verbeteren.