Boef gepakt dankzij digitale oren

Camera’s in de Groningse binnenstad voorzien toezichthouders niet alleen van beeld maar ook van geluid. Angstkreten zijn nu ook te horen.

Donderdagavond acht uur. In de gemeenschappelijke meldkamer Groningen van politie, ambulance en brandweer observeert Aydin, medewerker cameratoezicht, voortdurend de vijf monitoren voor zich. Die geven live beelden van winkelend publiek dat over de verregende straten in de Groninger binnenstad loopt. „Ik let vooral op afwijkend gedrag”, licht Aydin toe, die uit veiligheids- en privacyoverwegingen niet met zijn achternaam in de krant wil. In dat geval zoomt hij in met de joystick op het kleine bedieningspaneel. „Iemand kan bijvoorbeeld zijn vuist bol maken. Kijk, hier staat een groepje”, wijst hij. Aydin is buitengewoon opsporingsambtenaar en volgde een training om „anders” naar mensen te kijken. „Hier zie je twee jongens lopen, van wie één met een capuchon op. Waarschijnlijk gaan ze een eettent binnen”, denkt hij hardop.

Groningen besloot in 1998, toen de landelijke discussie over zinloos geweld speelde, als proef camera’s te plaatsen in de binnenstad. Dit naar aanleiding van een stijging van het aantal geweldsdelicten. In 2000 voerde de stad als eerste in Nederland permanent cameratoezicht in. Inmiddels hangen zestien „elektronische ogen” in het uitgaansgebied. Behalve de vaste, zijn er ook camera’s die 360 graden kunnen draaien. Elf ervan zijn sinds een half jaar als proef uitgerust met microfoons, die signalen van agressie detecteren, zoals gegil, geschreeuw en angstkreten. Vorig jaar werd vijf weken geëxperimenteerd met microfoons bij twee camera’s. In die periode werden 67 geweldsdelicten gedetecteerd dankzij de „digitale oren”. Groningen had de wereldprimeur.

Om half tien klinkt er een soort gong. De detectie heeft een geluidsignaal opgevangen in de Schoolstraat. Ogenblikkelijk zoomt Aydin in. „Niks aan de hand”, concludeert hij al snel. De camerabediener spoelt het bandje, dat het geluid een minuut lang opneemt, terug. Het blijkt een brommer met piepende remmen te zijn. Op het beeldscherm tikt hij niet relevant in. De techniek verfijnt zich nog steeds, stelt Peter van Hengel, hoofd onderzoek van Sound Intelligence, dat het systeem ontwikkelde. „Op omgevingsgeluiden als ambulances en blaffende honden slaat het systeem niet meer aan. Ook brommers hebben we er uit gehaald, maar soms schiet er nog wel eens een doorheen.” Het systeem „let” vooral op menselijk stemgeluid. „Geen gebral, maar luid geschreeuw.” Het bedrijf ontwikkelt ook voor NS detectiesystemen voor in treinen en op perrons.

Dankzij de agressiedetectie kan geweld mogelijk in een vroeg stadium worden voorkomen, stelt Aydin. „Agenten kunnen bijvoorbeeld een luidruchtige groep eerder aanspreken. Daardoor wordt de veiligheid op straat vergroot.”

Van een kleine, portable recorder laat hij enkele opgeslagen beelden zien. In het centrum staan twee mannen tegenover elkaar. „De ene legt uit dat hij per ongeluk in het voorbijgaan de andere raakte”, licht Aydin toe. Hij wijst op een lange man die achter de eerste staat. „Je denkt dat hij er niets mee te maken heeft”. Opeens zien we hem echter uithalen. Hij slaat de man een paar keer op het achterhoofd en als die op straat neervalt, geeft hij hem een schop tegen het hoofd. Aydin volgde met de camera de dader en dankzij zijn melding kon die door surveillerende agenten worden gearresteerd.

Op een ander beeld zien we een jongen wegrennen door een steeg. „Hij denkt dat hij de politie van zich heeft afgeschud, maar ik volg hem”, vertelt Aydin. „Dat is het mooie van mijn digitale ogen. Ik sein mijn collega’s in en vertel waar hij is. Zo kon hij worden aangehouden.” Dankzij de camera’s kan ook een exacter signalement van verdachten worden doorgegeven. Vaak zoomt Aydin in op schoenen. We zien een jongen die een ander een vuistslag geeft en wegrent. Hij zet een petje op en trekt een andere jasje aan. „Maar schoenen houden ze meestal aan.”