Afgang in Osdorp

Het strafproces wegens afpersing en mishandeling tegen Willem Holleeder en anderen is maandag terecht doorgezet in een andere rechtszaal. De rechtsgang is zo bezien niet gehinderd door de aanslag met grof geweld, eerder die dag, op de rechtbank in Osdorp. Daarmee heeft Justitie laten zien dat het niet geïntimideerd is, althans niet aan zulke druk wil toegeven. Voor het oog van het publiek is de eer gered. Maar een afgang blijft het.

Het had makkelijk anders kunnen lopen. De zware criminaliteit heeft met het ongehinderd afvuren van een anti-tankgranaat op het best bewaakte gerechtsgebouw in Nederland laten zien waar men toe in staat is. En omgekeerd werd duidelijk hoe kwetsbaar de rechtsstaat is voor aanslagen van dit kaliber. De schade is dan ook niet beperkt tot een weggeblazen raamkozijn. Rechters, officieren, advocaten en politiemensen zullen niet meer zonder dubbele gevoelens bij dit proces kunnen werken. Zolang identiteit en motief van de daders onbekend zijn, kan van een onbevangen klimaat in de rechtszaal nauwelijks nog sprake zijn.

Ook de openbaarheid van het strafproces, een belangrijk democratisch beginsel, is er door onder druk komen te staan. Als de rechterlijke macht gedwongen uitwijkt naar kazerneterreinen of binnen gevangenispoorten, verdwijnt de rechtspleging ook uit het zicht van de samenleving. Dat is meer dan een symbolische kwestie. Het publiek moet, ook met eigen ogen, kunnen zien hoe de overheid van strafbare feiten verdachte burgers behandelt. Het recht op een eerlijke en openbare behandeling van een zaak is vastgelegd in artikel 6 van het Europese verdrag voor de rechten van de mens. Controle door de burger zelf en toegang voor de media is daarbij essentieel. De opmars van anonieme getuigen, verhoor per video en toelaten van ‘zachte’ informatie van de veiligheidsdienst zijn al voldoende belastend voor een integer strafproces.

Het ligt voor de hand de aanslag te beoordelen als een teken van de strijd met de onderwereld over de macht op straat en het behoud van een niet-corrupte samenleving. Het proces tegen Holleeder raakt aan een reeks brute moorden die in Amsterdam schijnbaar ongestraft op klaarlichte dag gepleegd konden worden. Minstens zo belangrijk is de opmars van de onderwereld in de legitieme zakenwereld, een ontwikkeling waarvan de verdachten exponent zijn. Dit proces wil de criminele verloedering in de vastgoedsector aan de kaak stellen, die zich notabene ongehinderd tot de nationale luchthaven Schiphol kon vertakken.

Het is verleidelijk om de aanslag met een bazooka op de rechtbank te zien als uitdrukking van de grote belangen die sommigen hebben bij het mislukken van dit strafproces. Maar het is ook denkbaar dat de aanslag is gepleegd uit andere motieven. Crimineel stuntwerk bijvoorbeeld, namens ‘het milieu’. Justitie voert immers sinds kort een bredere strijd met de georganiseerde misdaad. Tegen motorbendes lopen procedures om ze te verbieden. De opsporingsdruk op de hasjhandel neemt toe. Het belang van een ongehinderde voortgang van dit strafproces is er alleen maar door toegenomen.