‘Vaderlandsliefde is sociaal vergif’

Norman Mailer publiceerde eerder over Bush, en onlangs een roman over Hitler.

„Amerika is als een man van 2 meter en 150 kilo die zegt: stinken mijn oksels, soms?”

Norman Mailer zit verschrompeld in zijn leunstoel. Een klein mannetje dat scheef opkijkt. 83 is hij nu, en nog lang niet afgestompt. Vorig jaar publiceerde hij met een zoon, acteur John Buffalo Mailer, The Big Empty, een verzameling kortere stukken over de intellectuele leegte in de Amerikaanse politiek. En nu is er, voor het eerst in tien jaar, een nieuwe roman, The Castle in the Forest, waarin Hitler wordt beschreven als een project van de duivel, die in het boek de alziende verteller is.

Amerikaanse interviews over The Castle in the Forest monden meestal uit in sombere bespiegelingen over Goed en Kwaad, maar als je het hem op de man af vraagt, geeft hij prompt toe dat er ook voordelen aan Hitler kleven: heerlijk thema om de levensavond mee door te brengen.

„Ik ben natuurlijk aan het einde van mijn carrière. Mijn botten zijn aangetast door artritis. Als ik stil val moet ik mijn dagen slijten met patience of de krant. Maar gelukkig heb ik een onderwerp dat me mateloos fascineert. Ik ben er verrukt over.”

Hitler als vertier?

„Ja, zeker.”

Soms krijg je het idee dat u het vooral om de duivel gaat. Laatst zei u: „We zijn allemaal kwetsbaar voor aanvallen van de duivel.” Wat bedoelde u?

„Waar zijn de man en de vrouw die durven ontkennen dat ze tijdens de daad nooit de nabijheid van de duivel voelen?”

Pardon?

„Voel jij je altijd dicht bij God als je ligt te neuken?”

Het kasteel in het woud beslaat Hitlers eerste achttien levensjaren. Hij wordt erin verwekt als product van incest en door de duivel al vroeg op oefening gestuurd om zich de rol van het absolute kwaad eigen te maken. Zo is hij de tegenpool van zijn jongere broer, de lieveling van zijn ouders, die door Hitlers toedoen de dood vindt. De ouders blijven onwetende buitenstaanders.

U klaagt er al jaren over dat de Verlichting te ver is doorgeschoten.

„Sinds Voltaire is het onder intellectuelen normaal niet meer in God en de duivel te geloven. Ze denken dat de westerse wereld is geslaagd omdat hij zich heeft losgeweekt van God. Maar er is een leegte in onze maatschappijen. Er zijn te veel vragen die we met rationaliteit niet kunnen beantwoorden. Een daarvan is uiteraard Hitler. Iedereen die de afgelopen zestig jaar heeft geprobeerd hem op rationele gronden te verklaren, is op miserabele wijze tekortgeschoten. Dus kom je uit op de simpelste verklaring: Jezus Christus. God intervenieerde in het leven en gaf ons Christus. Als je dat gelooft is de volgende stap voor de hand liggend: dat Satan Adolf Hitler heeft gecreëerd, de anti-Jezus.”

Voor Europese intellectuelen, die zich graag verbazen over de rol van religie in dit land, presenteert u zich zo als cliché-Amerikaan: ook bij u draait alles uiteindelijk om God .

„Europeanen hebben nu eenmaal meer filters tussen zichzelf en God gezet. Amerikanen hebben Hem altijd in de buurt: God is with me. Maar bij mij is het subtieler. Ik ken de scepsis, die had ik vroeger zelf ook. Ik heb twintig, dertig jaar geleden voor mezelf al besloten dat er een schepper moet zijn. Hij schrijft niet de wetten voor, hij is geen fundamentalist, hij is even feilbaar als iedereen. Ik ben er nooit erg open over geweest. En ik heb bewust gewacht erover te gaan schrijven. Maar ik was tachtig. En ik dacht: als je het nu niet doet, gebeurt het nooit meer.”

Kunt u zich voorstellen dat Europese lezers verward raken nu u veel Amerikaanser bent dan uw kritiek suggereerde?

„Ik vind nog steeds dat Amerikanen religie veel te simpel en egocentrisch benaderen. Ze doen alsof zij een superhighway naar God hebben. Dat is het grote gebrek. Dus mijn Europese lezers kunnen opgelucht ademhalen. Ik presenteer de duivel als een overwerkte bureaucraat. Een man die moeite heeft aan zijn taken te voldoen, die te maken heeft met zijn baas, met klanten. Het lijkt me moeilijk om dat niet te lezen als een vermenselijking van de duivel: de man blijkt het even moeilijk te hebben als ons, gewone stervelingen. In dat opzicht is dit boek grondig anti-religieus, althans in termen van de Amerikaanse religieuze beleving. Amerikaanse waarden komen neer op: gelukkig bestaat God, dus alles is geregeld. Dat is de grote Amerikaanse ziekte.”

In de VS speelt Mailer een dubbelrol die past bij de verdeeldheid van zijn land. Voor links-liberalen is hij een soort Cruijff: zijn politieke analyses, hoe onbegrijpelijk soms ook, worden beschouwd als bewijs van zijn brille. Maar voor rechtse media, FoxNews voorop, is hij een linkse pias: stop op het goede moment een microfoon onder zijn neus en er komen opvattingen los waarop conservatief Amerika zijn verontwaardiging jaren kan uitleven. Zo liet hij zich na 9/11 ontvallen dat er ook een voordeel aan de aanslagen zat: eindelijk verlost van die aartslelijke Twin Towers. De uitspraak wordt nog steeds aangehaald als bewijs dat „‘links’ Amerika haat”, zoals dat op Fox heet.

„Vaderlandsliefde is een sociaal vergif”, zegt Mailer. „Ons land is daar veel te sterk voor, we hebben het niet nodig. Ik heb het vaker gezegd: de VS zien eruit als een man van twee meter en 150 kilo, één en al spierbundel, en we blijven maar zeggen: stinken mijn oksels misschien?”

„In The Big Empty heb ik beschreven hoe de leegte van Bush en zijn mensen in hun gezicht staat. Ik vind het interessantste aan Bush dat hij zich nooit heeft gerealiseerd dat hij ongeschikt is voor die baan. Ik heb het een misdaad genoemd, maar het heeft ook iets zieligs. De andere kant van Bush is dat het Amerikaanse publiek de sterkste aanwijzingen van zijn ongeschiktheid heeft weten te negeren. Ik heb altijd op zijn ontstellende Engels gewezen. Een democratie hangt af van het vermogen van leiders zich helder uit te drukken. Wat je ook vindt van Tony Blair, hij spreekt voortreffelijk Engels. De Engelsen zouden Bush nooit gekozen hebben om de simpele reden dat hij de taal niet beheerst. Zijn ramp heeft zich vroeg aangekondigd.”

U noemt Bush’ strateeg Karl Rove soms in één adem met Hitler.

„Ik zie hem als product van het kwaad. Rove was de cynicus die Bush uitlegde dat 52% van de bevolking dom genoeg is om te geloven dat de oorlog in Irak wraak voor 9/11 was. En hij had steun van Cheney en de neocons, die een nieuwe Holocaust wilden voorkomen. Ze vonden Irak gevaarlijk voor Israël en dachten dat ze het hele Midden-Oosten op een ander spoor konden zetten. De neocons hebben Israël geweldige schade gedaan.”

In uw roman noemt u Bush eenmaal, indirect, als u zegt dat het patriottisme waarmee hij steun afdwong zal worden vervangen door fundamentalisme, het ‘ultieme massavernietigingswapen’. Wat bedoelt u?

„Wanneer vaderlandsliefde als politiek organisatiemodel niet meer werkt, kunnen we altijd overstappen op fundamentalisme. Maar als Amerika dat doet, is het gedaan met ons. En met de wereld. Het is de filosofie van de fundamentalisten: de eindstrijd waarin de wereld wordt opgeblazen en het geloof gered zal worden. Als jij voor de vraag staat om de knop in te drukken die alles opblaast, helpt het natuurlijk enorm als je een fundamentalist bent die denkt dat daardoor het geloof zal zegevieren. Fundamentalisme is ons virus, nee, méér dan dat: het is misschien wel ons noodlot.”

Noodlot?

„Ik geloof dat ik nu even doordraaf, hè?”

Het Norman Mailer genootschap is te vinden op: www.normanmailersociety.com

Norman Mailer: Het kasteel in het woud. Vert. Kitty Pouwels en Maaike Bijnsdorp. Rothschild & Bach, 449 blz. € 22,50.