Rechterlijk belang

Eerlijkheid, integriteit, loyaliteit, legitimiteit – deze begrippen vormen mede het fundament van een democratische rechtsstaat. Vooral loyaliteit, de ‘getrouwheid aan een verplichting of verbintenis’, is in het publieke debat de laatste weken veelbesproken. Of, negatief geformuleerd, de schijn van belangenverstrengeling. Het Kamerlid Arib is door haar advieswerk voor de Marokkaanse overheid in een controverse geraakt. De bewindslieden Aboutaleb en Albayrak kwamen onder vuur wegens hun tweede nationaliteit. En zaterdag werd duidelijk dat binnen de rechterlijke macht een intensieve discussie wordt gevoerd over politieke nevenfuncties van rechters.

De rechters zijn relatief laat met reflectie op hun maatschappelijke rol. Sinds de opkomst van Fortuyn in 2002 is het idee gemeengoed dat er in Nederland een stevige legitimiteitscrisis bestaat tussen burger en overheid. Het gevoel dat de koers van ‘de politiek’ niet meer overeenstemt met wat er onder de bevolking leeft. Het contact is weg, het vertrouwen verstoord. Overheid en politiek, maar ook de journalistiek, kwamen in de beklaagdenbank. Hun werd behalve blindheid vooringenomenheid en het najagen van eigenbelang verweten. Deze instituten besteedden daarop veel aandacht aan transparantie, verantwoording, hervorming en uitleg.

De rechterlijke macht is de afgelopen jaren nauwelijks in deze spanningen betrokken. Rechters werden alleen op hun juridische taak aangesproken. ‘Men’ wilde strengere straffen en uitte kritiek op ‘softe’ rechters, daarin gesteund door politici die hun terughoudendheid lieten varen. Rechters maakten ook beroepsfouten – zoals in de zaak van de Schiedammer parkmoord en de Puttense moordzaak – en kregen kritiek.

Maar aan de integriteit of eerlijkheid van rechters als maatschappelijke categorie is in het publieke debat geen afbreuk gedaan. Wel was er onverwacht animo voor lekenrechtspraak. De vrije ruimte voor professionele rechters als geaccepteerd gegeven wordt kennelijk kleiner.

De rechterlijke macht komt nu zelf onverwacht met een leidraad waarin deelname (in functie) aan gemeenteraden, Provinciale Staten, waterschapsbesturen en de Eerste of Tweede Kamer wordt verboden. Het is inderdaad principieel onwenselijk om wetgevende en rechtsprekende macht in één hand te leggen. Staatkundig is dat ongewenst, maatschappelijk is het een valkuil. De verhoudingen zijn daarvoor te zeer gepolariseerd.

De rechters hebben, zij het laat, de tijdgeest verstaan. Voor de ‘schijn van belangenverstrengeling’ is niemand immuun. Als die schijn eenmaal kan worden aangenomen, stijft de verdenking. In die zin had de openlijke steun aan het verbod van de hoogste rechter, de president van de Hoge Raad der Nederlanden W. Davids, het effect van een voorhamer. De kwestie is beslist. Een rechter die ook politicus wordt, wekt de schijn van partijdigheid en beschadigt daarmee het aanzien, het gezag en de uitstraling van de rechterlijke macht. Daarmee zijn de twee nieuwe senatoren van SP en CU die tevens rechter zijn in Rotterdam en Utrecht voor de keuze gesteld. Rechter blijven of senator worden.