Proces moest hoe dan ook doorgaan

Minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) is gisterochtend, vlak na de aanslag op de rechtbankbunker in Amsterdam-Osdorp persoonlijk betrokken geweest bij de beslissing dat het proces-Holleeder moest doorgaan.

Vlak na de aanslag, om kwart over vier ‘s ochtends werd Hirsch Ballin op de hoogte gesteld door de voorzitter van het College van procureurs-generaal, Harm Brouwer. Die zei toen al dat het Openbaar Ministerie alles in het werk zou stellen om de strafzaak door te zetten. Hirsch Ballin stemde toen in met die lijn, bevestigt een woordvoerder van Justitie.

Uiteindelijk besloot de voorzitter van de rechtbank in Haarlem, eindverantwoordelijk voor de procesgang, rond 7.00 uur om de zitting te laten doorgaan in de Osdorpse bunker. Dat gebeurde na overleg met de politie en de Amsterdamse hoofdofficier van justitie Leo de Wit.

Bij de aanslag is gebruik gemaakt van een zogeheten rocket propelled grenade (RPG), een anti-tankwapen, van Oost-Europese makelij. De beslissing het proces te verplaatsten viel na de vondst van een onontploft projectiel. Soortgelijk Oost-Europees wapentuig speelde ook een rol bij vermeende bedreigingen aan het adres van officier van justitie, Koos Plooij in 2004, die nu een van de twee aanklagers is in het Holleeder-proces. Indertijd was Plooij belast met onderzoek naar Nederlands-Joegoslavische criminele netwerken.

Informatie over bedreigingen aan zijn adres waren destijds volgens justitie in Amsterdam zo concreet dat men een deal wilde sluiten met de criminele infiltrant die over precieze informatie zou beschikken. Dat werd toen verboden door de top van het OM.

Het is onduidelijk of direct betrokkenen bij het Holleeder-proces, zoals officieren van justitie, rechters of advocaten extra bescherming krijgen na de aanslag van gisteren. Justitie wil daar niets over zeggen.

achtergrond: pagina 3

hoofdartikel: pagina 7

Meer achtergronden op nrc.nl/holleeder