Potje voor koffie en cake

Een uitvaart kost al snel 8.000 euro. En dat is nog zonder luxe rouwstoet. Toch is het niet altijd slim een verzekering voor de uitvaart af te sluiten.

Een begrafenis is al een verdrietige gebeurtenis, maar de rekening stemt nabestaanden ook niet vrolijk. De kosten van een uitvaart kunnen behoorlijk oplopen. Uit een rekenmodel op www.uitvaart.nl, een site gesponsord door de Nederlandse Unie van Erkende Uitvaartondernemingen, rolt een bedrag van 7.000 à 8.000 euro. En daarvoor heb je nog geen ‘luxe’ opties, zoals een rouwkoets, een stoet volgauto’s of extra tijd in de aula of de koffiekamer.

Rob Schlüter ondervond dit ook, toen hij met zijn familie onlangs de uitvaart van zijn vader regelde. „Het is een lucratieve business, als je het mij vraagt. Af en toe is het net of je bij een afhaalchinees zit. Dan wordt er bijvoorbeeld gevraagd of je tekst nummer 21 of 22 op de rouwkaart wilt.”

Om de kosten van een uitvaart te dekken sluiten veel mensen een uitvaartverzekering af. Volgens gegevens van de Consumentenbond heeft bijna 70 procent van de volwassen Nederlanders zo’n verzekering. Meestal gaat het om een zogenoemde naturapolis, waarbij de verzekeraar de uitvaart regelt, conform de afspraken in de polis.

De verzekeringspremie is afhankelijk van de leeftijd van de verzekerde en het gekozen pakket en varieert van enkele euro’s tot 50 euro per maand. Zo betaalt een vrouw die op haar 40ste een uitvaartverzekering afsluit voor een begrafenis van 10.000 euro ongeveer 20 euro per maand, afhankelijk van de gekozen opties in de polis.

Een eenvoudige overlijdensrisicoverzekering is meestal een stuk goedkoper, maar deze heeft bij de meeste verzekeraars een maximale duur van 30 jaar. De vrouw van 40 betaalt voor een dertigjarige verzekering rond de 6 euro per maand. Dat prijsverschil is logisch, vindt Dick Kruijt, onafhankelijk financieel planner. „Een uitvaartverzekering keert altijd uit, terwijl een overlijdensrisicoverzekering alleen uitkeert bij overlijden vóór de einddatum.”

Kruijt adviseert om altijd eerst te bekijken of verzekeren wel nodig is. „Veel werkgevers keren na het overlijden van een werknemer een overlijdensuitkering uit van enkele maandsalarissen. Hiermee kom je al een heel eind. En heeft iemand voldoende eigen vermogen, dan is het ook onzinnig geld uit te geven aan een begrafenisverzekering.” Sparen of beleggen voor de uitvaart kan ook. „Dit brengt echter wel het risico met zich mee dat je, als je morgen overlijdt, het begrafenispotje nog niet bij elkaar hebt.”

Valt de keuze toch op een uitvaartverzekering in natura, dan is het belangrijk niet alleen voor het basispakket te kiezen. Dat verzekert doorgaans alleen het overbrengen en verzorgen van de overledene, het opbaren en de rouwauto. Voor extra opties moeten nabestaanden flink bijbetalen. Eén troost: de meeste uitvaartkosten zijn fiscaal aftrekbaar. Dit geldt, boven een bepaalde drempel, ook voor de premies voor een uitvaartverzekering.

De vader van Rob Schlüter was nauwelijks verzekerd. „Al in zijn jeugd waren er vier verzekeringen voor hem afgesloten, maar de verzekerde som was niet geïndexeerd. In totaal werd 450 euro uitgekeerd.” Een schijntje natuurlijk, maar achteraf gezien vond de familie het prettig dat vader geen naturaverzekering had. „Bij zo’n verzekering ben je meestal gebonden aan de uitvaartondernemers van die verzekeraar. Wij konden alles nu op onze eigen manier regelen.”

Zelf heeft hij tien jaar geleden wel een naturapolis afgesloten bij Dela. „Door de uitvaart van mijn vader zou ik er nu altijd voor kiezen een bedrag te verzekeren. Dan ben je toch flexibeler. Maar doordat ik nu ouder ben is het een stuk duurder om een nieuwe verzekering af te sluiten, dus ik laat het maar zo.”

Meer informatie over uitvaartverzekeringen op www.nuvu.nl en www.uitvaart.nl