Ook Aziaten nemen nu de boot naar Europa

Een nieuwe trend in de migrantentrek naar Europa: Aziaten die de boot nemen vanuit Afrika. De trend past in het beeld dat migratie geen zaak is van de allerarmsten.

Een nieuwe trend lijkt zich af te tekenen in de aanhoudende migrantentrek van Afrika naar Europa. Op de riskante zeeroute naar de Canarische Eilanden, waar vorig jaar meer dan dertigduizend bootmigranten arriveerden, worden steeds meer Aziaten gevonden.

„Die trend klopt absoluut”, zegt woordvoerder Jean-Philippe Chauzy telefonisch vanuit het hoofdkwartier van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Genève. IOM bestiert missieposten in West-Afrikaanse landen – waar de boten met bestemming Europa vertrekken – en bemiddelt bij de repatriëring van onderschepte migranten.

Anderhalve week geleden onderschepte Frontex, het agentschap voor de bewaking van de buitengrenzen van de Europese Unie, een schip met zo’n driehonderd Aziaten voor de kust van Senegal. Begin februari ontdekte de Spaanse kustwacht bijna vierhonderd Aziaten – vooral Indiërs en Pakistani, maar ook Afghanen en Birmezen – op een trawler voor de kust van Mauretanië. In januari slaagden circa honderdvijftig, vermoedelijk Pakistaanse opvarenden er wel in de Canarische Eilanden te bereiken.

Naast de op zee onderschepte migranten zijn er natuurlijk de migranten die al voor hun inscheping worden opgepakt. Met name in Mauretanië zijn de afgelopen twee jaar „talrijke” groepen Aziaten aangetroffen, aldus Chauzy.

Bij IOM erkent men dat het in theorie mogelijk is dat Aziaten eerder ook al in grote aantallen richting Europa trokken, maar via de minder spectaculaire landroute naar Ceuta en Melilla, de Spaanse enclaves in Marokko die tot de zomer van 2005 als voorname trekpleister golden voor migranten.

Nadat Spanje de enclaves wegens aanhoudende stormlopen had dichtgetimmerd, promoveerden de Canarische Eilanden – eveneens Spaans grondgebied – tot meest voor de hand liggend voorportaal van Europa. Smokkelroutes verlegden zich naar landen als Senegal en Mauretanië in West-Afrika. Die gelden nu als voornaamste springplank voor wie zijn zinnen op Europa heeft gezet.

„Strikt genomen weten we niet zeker of ze niet eerder al in net zulke grote aantallen via Noord-Afrika gingen, dat is waar”, zegt Chauzy. „Het probleem met illegale migratie en mensensmokkel blijft altijd dat je moet werken met anekdotisch bewijs. Maar onze indruk is toch dat er nu überhaupt meer migranten uit Azië via Afrika naar Europa trekken.”

Een sluitende verklaring hiervoor is vrijwel niet te geven, meent Chauzy. Hij wijst er op dat migratiepatronen mede afhankelijk zijn van variabele factoren in vertrekregio’s, zoals oorlog, hongersnood en natuurrampen. De veranderde situatie aan de Europese buitengrenzen verklaart dus niet alles.

De Aziatische landverhuizers zijn, sterker dan de Afrikaanse, afhankelijk van mensensmokkelaars, denkt men bij IOM. „Afrikanen spreken de taal en kennen de omgeving. Vaak bouwen ze samen een boot, in plaats van er een te moeten huren”, zegt de vertegenwoordiger van IOM in Mauretanië, Michael Tschanz, telefonisch.

De ‘Aziaten-trend’ bevestigt een oude wetmatigheid: migratie is geen zaak van de allerarmsten. De duizenden kilometers lange reis vanuit Azië – die vaak begint met een vliegreis naar Dubai, van waar verder wordt gevlogen naar West-Afrika, waar vervolgens smokkelaars betaald moeten worden – kost duizenden dollars. Dat veronderstelt een inkomstenbron bij de migranten, zoals een eigen winkel of bijspringende familieleden.

Afgaande op de recente ontdekkingen lijken de Aziaten hun geld mede te besteden aan grote – en dus betrekkelijk betrouwbare – vissersboten. Je zult niet gauw Aziaten tegenkomen in de gammele, houten piroques waarmee Afrikanen de oversteek wagen.

Dit kan verklaren waarom de Aziaten niet allemaal over land via Turkije reizen, ook al lijkt dat wellicht logischer gezien de relatief korte afstand. De geringere afstand weegt niet automatisch op tegen alle risico’s die de landroute met zich meebrengt, meent Chauzy. „Reizen per vrachtwagen duurt lang. Je kunt stikken tijdens het wachten bij grenzen. En de Turkse politie kan erg hard optreden.”