Neuriën

Omdat het gebouw van de rechtbank in Osdorp bijna was opgeblazen, kon ik later die dag Willem Holleeder vlak achter mij horen neuriën. Hoe leg ik dit uit?

’s Morgens zou de zaak tegen Holleeder en negen andere verdachten in ‘de bunker’ in Osdorp beginnen. Daar zitten publiek en pers altijd achter dik, kogelwerend glas naar het gebeuren in de rechtszaal te kijken. Als vissen in een aquarium die naar de vissen in een belendend aquarium staren. Maar gisteren kon dat vanwege die explosies dus niet doorgaan. De rechtszaak werd verplaatst naar het hoofdgebouw van de Amsterdamse rechtbank aan de Parnassusweg. In de zaal daar zat géén glas tussen de deelnemers en de toeschouwers.

Zo kon het gebeuren dat ’s middags na de eerste schorsing van de zitting Willem Frederik Holleeder, zoals zijn vroegere advocaat Bram Moszkowicz hem zo liefkozend kon noemen, in mijn richting kwam gelopen. Ik zat op de buitenste stoel van de achterste rij. Holleeder moest vlak achter mij de hoek nemen naar een zijdeur. En ik zweer u: hij neuriede, alsof niet hij, maar ik net was aangeklaagd voor afpersing, bedreiging, zware mishandeling en nog wat crimineel suikergoed.

Waaróm neuriede hij? Ook dat behoeft nadere toelichting.

Op zijn loopje naar de uitgang had Holleeder een vijandig element in de zaal ontdekt. Het betrof Gerlof Leistra, kritisch misdaadjournalist van Elsevier, nog niet zo lang geleden bij Pauw & Witteman berispt door mr. Bram himself.

Holleeder fixeerde Leistra terwijl hij voorbij liep. Het zou een scène uit de nog te maken The Godfather Part 4 kunnen zijn. Al Pacino als de weergaloos brutale boef, die zich door niets of niemand laat klein krijgen. Zijn blik zei: „Mijn hand reikt verder dan dit klote-zaaltje. Fuck you.”

Oorgetuigen beweerden dat Holleeder al begon te neuriën toen hij ter hoogte van Leistra was gekomen. Als dat waar is, was het neuriën niet bedoeld om zichzelf (of mij) op te vrolijken, maar om Leistra extra te intimideren.

Mijn stoel was eerder, bij het begin van de zitting, ingenomen door misdaadverslaggever John van den Heuvel van De Telegraaf. Op de tv hoorde ik hem later vertellen dat Holleeder hem bij het binnenkomen van de zaal een klopje op de schouder had gegeven. Holleeder houdt kennelijk erg goed in de gaten wat er om hem heen gebeurt. Bovendien heeft hij zelfs onder deze omstandigheden de behoefte zijn sympathieën en antipathieën te laten blijken.

En verder? Hij droeg een zwart hemd, zwarte broek, zwarte sokken en zwarte schoenen. Aan de bovenkant van zijn hemd had hij een zonnebril geklemd. Een zonnebril? Merkwaardig. Zoveel zonlicht zou hij die dag niet zien.

Ook deed hij zijn uiterste best een laconieke indruk te maken: veel, licht smalend, gelach in de richting van zijn advocaat en enkele andere verdachten. Eén keer ving hij met volmaakte nonchalance een zakje snoepjes op dat een andere verdachte hem over het gangpad heen – twee meter – toewierp. Vervolgens gaf hij het zakje door aan zijn advocaat Jan-Hein Kuijpers.

Maar intussen was hij nerveuzer dan hij wilde laten blijken. Onophoudelijk ging hij verzitten, krabde hij zijn hoofdhuid en hals en wreef hij over zijn grauwe, magere gezicht.

Hij neuriede, maar hij zong niet van binnen.