Komt er een aardbeving op de financiële markten?

Kortgeleden passeerde de voorraad van opgespaarde Amerikaanse dollars van de Chinese Centrale Bank de magische grens van 1.000 miljard dollar. Dat is veel meer dan landen normaal aan buitenlandse valuta aanhouden. Ter vergelijking: de Britse Nationale Bank heeft ongeveer 50 miljard dollar in zijn kluizen. Wat is hier aan de hand?

China heeft een stevig exportoverschot met de VS. Dat komt erop neer dat de Amerikanen een deel van het Chinese nationaal product opeten. Dat kan, maar het is niet gratis. In ruil voor de vele Chinese exportgoederen verkopen de Amerikanen hun tafelzilver: vooral schuldpapier van bedrijven, staatsobligaties en aandelenbezit. Terwijl Amerikaanse vakbonden de banen zien wegkwijnen en campagnes voeren met ‘Buy American’, handelen de Chinezen naar het motto (één letter minder): ‘Buy America!’. De Chinese export loopt als een tierelier, mede omdat de Chinese munt, de yuan, ondergewaardeerd is ten opzichte van de dollar.

De waarde van een munt wordt bepaald door vraag en aanbod. China blijft dollars kopen en yuans aanbieden. Zo blijft de dollar hoog en de yuan laag. En daarmee zijn Chinese exportgoederen goedkoop op de Amerikaanse markt en blijft de Chinese economie groeien.

De Chinese Centrale Bank zit met een dilemma. Zijn grote reserves aan dollars behouden hun waarde alleen zolang er almaar opnieuw dollars worden bijgekocht. Zodra China ermee stopt (of dollars verkoopt), daalt de dollar en lijdt men enorme verliezen op de voorraad dollars. Iemand heeft uitgerekend dat men met de Chinese dollarvoorraad nagenoeg al het vastgoed van Londen City zou kunnen kopen. Maar wat gebeurt als China dat probeert? Als ze 1.000 miljard dollar willen omruilen in pond sterling dan schiet het pond omhoog en de dollar omlaag en bovendien schieten de Londense huizenprijzen omhoog. Zo krijgen de Chinezen weinig waar voor hun dollars.

Er heerst nervositeit op de financiële markten, want voor de eerste keer in de moderne geschiedenis is er een wereldmacht die op grote schaal tafelzilver verkoopt om importoverschotten en overconsumptie te financieren. De oorlog in Irak is gefinancierd door de Chinezen, met de aankoop van Amerikaanse staatsschuldpapieren. De enige overgebleven supermacht kan nog geen schot lossen zonder financiering vanuit wat een van de armere landen in de wereld is.

De schuldeneconomie in de VS gaat uiteraard ook gepaard met schuldproblemen bij huishoudens en hypotheekbanken. Het is dezer dagen nog even kijken of de Amerikaanse hypotheekcrisis zo maar overwaait. Het echte probleem achter de Amerikaanse schuldeneconomie is dat talrijke Amerikaanse bedrijven niet meer internationaal kunnen concurreren. De problemen bij Ford en General Motors ontstaan, omdat de Toyota’s, de Volkswagens, de Kia’s en andere buitenlandse merken gewoon een veel betere prijs-kwaliteitverhouding hebben. Chrysler zou al failliet zijn geweest, ware het niet dat Daimler in Stuttgart ooit de stommiteit uithaalde om het over te nemen.

Amerikaanse bedrijven kunnen pas weer concurreren als de dollar substantieel aan waarde verliest. Er zijn schattingen dat de huidige wisselkoers van 1,33 dollar tegen 1 euro zou moeten veranderen in 1,50 of 1,60 dollar tegen een euro. De grote angst bij de centrale bankiers is, dat speculanten er massaal op inzetten dat het deze kant op gaat. Als men vreest dat de dollar valt, dan stapt men uit de dollar en dan gebeurt wat men vreest. Een of ander incident kan zo’n val in gang zetten, bijvoorbeeld slecht nieuws over de Amerikaanse economie, een militaire slag tegen Iran, of als Ahmadinejad of Chávez in een partijtje kapitalisme pesten hun oliedollars dumpen. De economische ravage die een plotselinge val van de dollar kan aanrichten is niet te overzien.

Een van de (vele) onzekerheden betreft de operaties van grote hedgefondsen die zich aan het bankentoezicht onttrekken. Mocht een van hen zich verspeculeren en failliet gaan, dan gaat een enorme shock door de financiële markten en zijn kettingreacties niet uit te sluiten. Toen in 1998 in de nasleep van de Aziëcrisis het Long-Term Capital Management Fonds (LTCM) failliet dreigde te gaan, hield de financiële wereld de adem in. Door interventie van de Amerikaanse Centrale Bank (en Alan Greenspan himself) werd LTCM gered.

Dat lijkt op het eerste gezicht geruststellend, maar met de redding van dit fonds is wel het signaal afgegeven dat je best hoge risico’s kunt nemen. Met hoge risico’s maak je hoge rendementen. En mocht het mis gaan, dan zullen ze je wel uit de brand (moeten) helpen – als je maar groot genoeg bent! De ongetwijfeld goedbedoelde reddingsoperatie van Greenspan komt dus neer op een aanmoediging van roekeloos speculatief gedrag, juist bij de grote spelers. Dat wordt straks nog interessant.

Intussen maar hopen dat het lukt om een geleidelijke daling van de dollar te orchestreren. Bij zo’n daling moeten de Amerikanen de broekriem aanhalen: minder consumeren en meer sparen. En dan hebben landen als Japan, China, Nederland of Duitsland een probleem. Tegen een lage dollar kunnen ze veel van hun exportoverschotten op de Amerikaanse markt niet meer kwijt. Hoe dit op te lossen?

Heel eenvoudig: zelf meer consumeren – en veel minder sparen. Bij een val van de dollar is er maar één ding nodig om een crisis in Europa en Azië te vermijden: lekker bourgondisch leven! Laat burgers en overheden met geld smijten! Het lijkt zo simpel, maar wedden dat het in dit calvinistisch landje niet lukt?

Wat te doen met uw spaarcentjes in deze wilde tijden? Ik heb mijn beleggingen verkocht en de hypotheek afgelost. Een oerconservatieve beleggingsstrategie geeft dezer dagen een rustig gevoel.

Dr. Alfred Kleinknecht is hoogleraar economie van innovatie in Delft.