Journalisten kwetsbaar in Gazastrook

BBC-correspondent Alan Johnston is ruim drie weken in handen van zijn ontvoerders in de Gazastrook. Vermoed wordt dat hij wordt vastgehouden door een Palestijnse clanleider die geld en genoegdoening eist.

„Raadselachtig” en daarom „erg onheilspellend” vindt Walid Al-Umary, chef van Al-Jazeera, de ontvoering van BBC-correspondent Alan Johnston. Net als alle andere Palestijnse en buitenlandse journalisten heeft hij de nummers van iedere militant, commandant, veiligheidschef of Palestijns politicus in zijn Blackberry gebeld met de vraag wie de 44-jarige Schot ruim drie weken geleden heeft ontvoerd.

Het resultaat? „Nada, niets concreets, wel een paar theorieën”, gromt Al-Umary. Dat is uitzonderlijk in de chaotische Gazastrook. Sinds de ontvoeringen in 2005 begonnen, kwamen de 22 gegijzelde buitenlandse journalisten en hulpverleners, onder wie een Nederlandse leraar, binnen enkele uren of dagen weer vrij.

Van BBC-man Alan Johnston is niets vernomen sinds hij op 12 maart aan het eind van de middag vlakbij het mediacentrum in Gazastad door gewapende mannen uit zijn Kia-jeep werd gehaald. De duur van de vermissing van Johnston, die gisteren zijn driejarige verblijf in de Gazastrook zou hebben beëindigd, is een onrustbarend record. Voor de BBC reden om op alle zenders een campagne te beginnen en voor Palestijnse en buitenlandse journalisten aanleiding om in Ramallah en Gazastad te demonstreren voor zijn vrijlating en tegen het gebrek aan actie van de zijde van de Palestijnse regering.

Palestijnse journalisten hebben daar een driedaagse staking aan vastgekoppeld om te protesteren tegen de Palestijnse regering die hen niet kan beschermen tegen afranselingen door militante groepen. Deze zijn in sommige gevallen nauw met ministeries verbonden.

Van de Palestijnse regering in Gazastad heeft de BBC te horen gekregen dat Johnston nog in leven is. Maar president Abbas van Fatah en premier Haniyeh van Hamas lijken machteloos om de vermoedelijke organisator van de ontvoering, clanleider Mumtaz Dagmoush, te dwingen de BBC-journalist los te laten.

Dat het om de leider van deze zwaar bewapende clan in Gazastad gaat, is volgens Palestijnse veiligheidsdiensten en het ministerie van Binnenlandse Zaken „de meest waarschijnlijke verklaring”. Losgeld en vooral genoegdoening zouden motieven zijn. De gevreesde clanleider zou de uitlevering eisen van tien Hamasmilitanten die in december twee leden van de Presidentiële Garde doodden, beiden met de achternaam Dagmoush.

„Johnston is een troef geworden in een zeer gecompliceerde situatie. Hij wordt gebruikt om de Palestijnse regering en met name Hamas onder zware druk te zetten. En het zijn ook gangsters die uit zijn op losgeld. Er is geen politie- of veiligheidsdienst in Gazastad die de Dagmoush-familie, die de wapen- en drugssmokkel beheerst, durft aan te pakken”, zo verklaart Naim Tobasi, voorzitter van de Palestijnse journalistenfederatie, de onmacht van de regering. Bovendien werken talrijke familieleden van Dagmoush bij de veiligheidsdiensten en zij zijn loyaler aan het clanhoofd dan aan hun werkgever.

Tobasi vertelt dat voordat buitenlandse journalisten een doelwit werden, de Palestijnse journalisten al vrijwel dagelijks met de dood werden bedreigd. „Iedere Abdallah of Mohammed van de Aqsabrigades of van de Volksverzetscomités komen verhaal halen als zij zich respectloos behandeld voelen of als zij geen aandacht krijgen. In Gaza kent iedereen iedereen, dus journalisten en hun families zijn zeer kwetsbaar. De regering biedt geen enkele bescherming”, aldus Tobasi, die op dat moment op de hoogte wordt gesteld van de afranseling van drie journalisten in Rafah die aan het werk waren in een internetcafé.

Hoewel Gazastad geen Bagdad is en Palestijnen buitenlanders zeer gastvrij verwelkomen, heeft de Foreign Press Association journalisten gewaarschuwd uiterst voorzichtig te zijn in de Gazastrook. Families als de Dagmoush-clan, maar ook de Aqsabrigades zijn na eerdere ontvoeringen tot de conclusie gekomen dat het ontvoeren van buitenlanders lonend is.

Fox zou betaald hebben voor een gegijzeld camerateam en de Palestijnse Autoriteit zou betaald hebben voor de vrijlating van buitenlandse hulpverleners om snel een einde te maken aan de voor Palestijnen negatieve publiciteit. In de neerwaartse spiraal van de economie van Gaza wordt het ontvoeren van werknemers van grote mediaorganisaties beschouwd als een nieuwe inkomstenbron.

Overigens zijn niet alleen journalisten doelwit. John Ging, de in Gazastad woonachtige directeur van de VN-organisatie voor hulp aan Palestijnse vluchtelingen, is ternauwernood ontkomen aan een aanslag. De VN ontvangen dagelijks bedreigingen en overwegen alle internationale medewerkers uit de Gazastrook terug te trekken. Volgens diverse bronnen hield de aanval op de VN-directeur verband met tweespalt in Hamas.

Een kleine groep in de gewapende vleugel van Hamas zou het niet eens zijn met de koers van premier Haniyeh, die de strijd tegen Israël wil stopzetten en een regering leidt met Fatahministers die Israël willen erkennen. Deze groep zou ook verantwoordelijk zijn voor de gijzeling van de Israëlische korporaal Shalit. Pogingen van president Abbas, premier Haniyeh en Egypte om de negen maanden geleden ontvoerde Shalit te ruilen voor honderden Palestijnse gevangenen in Israël zijn vastgelopen, ook om de Hamaspremier te dwarsbomen.