Is dat uw raket?

Willem Holleeder zegt niets te maken te hebben met de aanslag op de rechtbank, waar gisteren het proces tegen hem begon. Het was een van de vele opmerkelijke antwoorden die de tientallen journalisten op de eerste dag van ‘Het Proces Van De Eeuw’ konden optekenen. Opmerkelijker was het geweest als Holleeder had toegegeven dat hij wél iets met de aanslag te maken had. En nog opmerkelijker was het geweest als Holleeder niet alleen had toegegeven dat hij iets met de aanslag te maken had, maar ook direct de schuldigen bij naam had genoemd, met adres en telefoonnummer, zodat ze meteen ingerekend hadden kunnen worden.

Helaas, dat is allemaal niet gebeurd, zoveel geluk heeft een journalist hoogstens één keer in zijn carrière. Dat weerhoudt de journalist er echter niet van om de rest van zijn carrière naar dat hoogtepunt toe te werken. Iedere godganse dag. Ik vind dat knap. En moedig. Je moet maar dom genoeg durven zijn om de hele dag, nee, je hele leven, vragen te stellen waarvan je eigenlijk weet dat je er geen antwoord op zult krijgen. Enkel en alleen op zoek naar bijvoorbeeld die ene verdachte, die, in een vlaag van verstandelijke uittreding, murw gebeukt door alle vragen, plotseling bekent, en zegt: Henkie en Keesie hebben het gedaan en ik zit er achter.

Willem Holleeder zei: ik heb het niet gedaan. Ik had dat eerlijk gezegd wel verwacht, maar misschien ben ik als mediaverslaafde gepreoccupeerd en verpest door mijn verwachtingspatroon en inlevingsvermogen en zien ik het allemaal niet meer helder. Misschien moet ik eenzelfde naïviteit aan den dag leggen als de journalist. Hij heeft er tenslotte voor doorgeleerd. Hij is naar een school voor journalisten geweest. Daar heeft hij geleerd om vragen te stellen en daarbij geen antwoord te verwachten. Dat open vragen niet deugen, dat je een vraag op slot moet zetten. En met twee grote vraagtekens in zijn ogen en zijn wenkbrauwen opgetrokken treedt de journalist na vier jaar opleiding in functie, om vervolgens de rest van zijn leven te vullen, zonder enig zelfbeklag, zonder blikken of blozen, hoogstens een frons in zijn voorhoofd, met het stellen van vragen waarvan hij weet dat hij het antwoord erop niet zal krijgen. De mooiste vraag die de journalist in zijn arsenaal heeft is de vraag met het antwoord erin. „Beste Piet, ben jij een eikel?” „Nee.” Dan wordt de kop: „Piet is geen eikel.” Zo zei het Kamerlid Sybrand van Haersma Buma (CDA) gisteren tegen Het Parool: ‘Het heeft niets te maken met het omverwerpen van de rechtstaat.’ De titel boven het stuk was daarom: ‘Geen aanslag rechtstaat.’ Kunt u de vraag verzinnen die bij het antwoord hoort? Ik denk: ‘Vindt u dit een aanslag op onze rechtstaat?’

Woordvoeders die zaken niet willen bevestigen, advocaten die geen commentaar willen geven, politici die vragen afzwakken: je hoeft echt geen antwoord te krijgen om een mooi verhaal te schrijven. Je stelt gewoon de retorische vraag en als er een ‘nee’, of zelfs maar een kreun of een zucht uit de geïnterviewde komt, kun je die onmiddellijk de verantwoordelijkheid in de schoenen schuiven voor de stelling die jij in je vraag hebt geponeerd. En zo verandert de krant in een verzameling opiniestukken van journalisten in wier mening niemand geïnteresseerd is en moet de lezer zich een weg banen door een woud van ontkenningen op zoek naar die twijg van waarheid. Voor de figuranten in deze opiniestukken is er maar één oplossing: zwijgen. Het zou de krant een stuk dunner maken.