Internationaal willen gaan kost veel geld

In het artikel `Een professor is niet per se hoogleraar` wordt het tenure track systeem besproken waarbij onderzoekers 5 jaar de tijd krijgen om zich te bewijzen om zo een carrièreperspectief te bieden (NRC Handelsblad, 24 maart). Het overnemen van dit systeem uit de Verenigde Staten zal in de huidige setting echter geen noemenswaardige effecten hebben.

Het tenure track systeem is een onderdeel van het universitaire stelsel in de VS en voorbehouden aan toponderzoekers. Een ander onderdeel van dit systeem is de bijpassende salariëring. Competitie oké, maar wel met gepaste beloning. Daarbij moet gedacht worden aan 150.000 dollar en hoger.

Bovendien is de markt voor wetenschappelijk onderzoek bij uitstek globaal. De toptijdschriften zijn internationaal, de belangrijkste congressen vinden in het buitenland plaats, en de arbeidsmarkt voor gepromoveerde onderzoekers is geglobaliseerd.Universiteiten uit opkomende landen als India, China, en Korea bieden inmiddels ook veel onderzoekstijd, goede secundaire arbeidsvoorwaarden, maar verwachten wel publicaties in diezelfde tijdschriften. En daarvoor bieden zij salarissen die competitief zijn met die in de VS. Een net gepromoveerde (bedrijfs)econoom wordt in Korea een startsalaris aangeboden van 100.000 dollar (exclusief onkostenvergoedingen). In Nederland is dat 36.000 euro. Als Nederlandse universiteiten het internationale spel willen blijven meespelen, moeten zij het hele pakket overnemen. Een onderzoeker die in de Champions League meespeelt (en dat ook verwacht wordt te doen) doet dit niet voor een salaris dat bij RKC Waalwijk betaald wordt. `Think global, act local` gaat in het geval van een tenure track systeem niet op.