In Nederland zijn te veel spiegels en te weinig ramen

De eeuwige vraag of we uit de geschiedenis leren, wordt als het antwoord even op een ‘ja’ lijkt, door een volgende generatie prompt met een ‘nee’ beantwoord. Zie Nederland en het idee van een verenigd Europa. In het opmerkelijke monsterverbond van neonationalisten van rechts tot links, populisten, socialisten, zich eurosceptici noemende intellectuelen en gewoon angstige zielen, die al die mensen uit Oost-Europa maar ‘eng’ vinden (‘Onze hele Nederlandse identiteit gaat verloren’, NRC Handelsblad, 29 maart) keert het land zich tegen verdere eenwording via een grondwetsontwerp.

Primitieve spookbeelden als ‘eenheidsworst’ of ‘verlies van identiteit’ doen het kennelijk bij velen nog goed. Alsof een natie die bang is zo snel haar ‘identiteit’ te verliezen er een zou hebben die de naam verdient! De Nederlandse ‘identiteit’ of mentaliteit is (zoals overal) het historische resultaat van constante en wisselende gegevens en dat zal zo blijven. Dat is een open deur. Die ‘identiteit’ zal hoe dan ook in de komende wereld veranderen – met of zonder verenigd Europa. Zoals ze sedert de oorlog en de jaren zestig ook veel méér is veranderd dan de meesten zich realiseren. Als iets al lang ‘een eenheidsworst’ is dan de mondiale consumptiecultuur.

Toen ik onlangs op de TU-Eindhoven een studentencongres moest toespreken, waarvan de deelnemers voor de helft uit Midden- en Oost-Europa afkomstig waren, voelde ik me als Nederlander tegenover die jonge gasten als de vette man die een comfortabel plaatsje in de boot heeft bemachtigd en er tegen is dat anderen erbij komen, want ongetwijfeld zullen velen van hen ons zo zien. De immense voordelen van de EU zijn voor ons al lang normaal geworden. Ik zag geen reden de negatieve Nederlandse instelling te verzwijgen. Gelukkig dat onder Nederlandse studenten ook andere sentimenten leven dan de overheersende in de publiciteit.

Dat Nederlands stem in een Europa van 27 staten heel wat zwakker zal klinken dan in de oorspronkelijke gemeenschap, is evident. Maar als Balkenende nu zelfvoldaan roept dat Nederland met zijn neen „Europa heeft wakker geschud” (blijkbaar heeft het in 2005 ook de premier zelf wakker geschud!) dan valt te vrezen dat hij nog steeds de invloed schromelijk overschat. Nederland kan wel proberen de wagen af te remmen door er achteraan te hangen. Maar omdat Nederland de wagen niet kan stoppen, zal het er uiteindelijk toch wel op springen. Daarbij is het wel uit de voorste gelederen geraakt.

In de afwijzing van het grondwetsontwerp kwam – voorzover het niet voortkwam uit emotie of een verkapt ‘nee’ tegen Den Haag – een zeer Nederlandse overschatting van de formalistisch-legalistische kant en een onderschatting van het psychologisch-politieke effect tot uiting. Nog steeds hangen hier te veel spiegels waar ramen zouden moeten zijn.

Prof. dr. H.W. von der Dunk is emeritushoogleraar Contemporaine en cultuurgeschiedenis.

Lees het artikel van 29 maart op www.nrc.nl/opinie.