Groene Spelen

Op de vraag van mensen wat ik in Peking nu het meeste mis, antwoord ik net als veel expats steevast:de natuur. Peking is stoffig en vervuild, bijna nergens is er groen of water in zicht.
Het stadsbestuur  probeert Peking  nog wel een vrolijk uiterlijk te geven door  bloembakken neer te zetten en de parken  die er wel zijn  goed te onderhouden,  maar het is niet genoeg.
Om het kale Peking een groener aanzien te geven en atleten en toeristen  in 2008  in ieder geval het gevoel te geven  dat ze  in Peking adem kunnen halen, plantten president Hu Jintao en premier Wen Jiabao daarom gisteren tijdens ‘de eerste groene Chinadag”   samen met 2 miljoen  burgers van de stad duizenden bomen in  een Olympische bos, een beetje te vergelijken met het Amsterdamse Bosplan uit ons enig Olympisch jaar 1928.
De gemeente Peking heeft in het Olympische bos nu al 330.000 bomen geplant en de bedoeling is dat er nog eens 180.000  bij zullen komen.

Om de gevolgen van ontbossing en bodemerosie tegen te gaan, startte China in 1981 een  groene campagne nadat 1000 mensen omkwamen  en  meer dan een miljoen mensen dakloos raakten bij een overstroming in  de provincie Sichuan.
Elke Chinees van boven de 11 jaar,  met uitzondering van bejaarden en  gehandicapten,  mag per jaar drie tot vijf boompjes planten.
Het Chinese  Staatsbosbeheer meldde vorig jaar echter dat maar 55 procent van de bevolking  hier gebruik van maakt:550 miljoen Chineen plantten samen 2,6 miljard  bomen in 2006.

Op de eerste ‘Groene China dag’  werd het  noorden van China cynisch genoeg geteisterd door hevige zandstormen die worden veroorzaakt door ontbossing en erosie met name in de provincies Mongolie en Xinjiang.