Granaten afgevuurd op rechtbank

De aanslag op de rechtbank waar het proces tegen Willem Holleeder zou worden gehouden, is een aanslag op de rechtsstaat. Dat zeggen verschillende politici in Den Haag. Minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie, CDA) neemt de explosies hoog op. Volgens hem is geprobeerd de rechtsstaat te ontwrichten, zei hij gisteren in de televisiejournaals van de NOS en RTL. Hij stelde dat „met grof geweld” is geprobeerd de rechtsstaat „in het ongerede te brengen”.

Door de voor Nederlandse begrippen unieke en ongekend gewelddadige actie, is het begin van de zaak met vier uur vertraagd. De rechtszaak werd na de aanslag verplaatst naar het gewone rechtbankgebouw op de Parnassusweg nadat de extra beveiligde rechtbank in Amsterdam-Osdorp zwaar beschadigd was. Volgens Olivier Dutilh, chef bureau zware criminaliteit, zijn in de nacht van zondag op maandag rond 3.00 uur twee projectielen het gebouw ingeschoten, waarschijnlijk granaten die zijn afgeschoten door een anti-tankwapen.

Willem Holleeder is er „dood- en doodziek van, van wat er nu is gebeurd”, zei zijn advocaat Jan-Hein Kuijpers. „Het komt niet uit de hoek van mijn cliënt, daar ben ik van overtuigd.” Volgens de raadsman heeft zijn cliënt geen enkel belang bij de explosies.

De Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders riep de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken ter verantwoording naar aanleiding van de aanslag. De fractie vindt de locatie in Osdorp niet meer van deze tijd en pleit er daarom voor een nieuwe plek te zoeken die veel beter te beveiligen is.

VVD-Tweede Kamerlid Fred Teeven vindt dat de rechtsstaat niet in gevaar is door de aanslag. De daders hebben volgens hem wel geprobeerd de rechtsstaat te ondermijnen. „Maar Nederland heeft een onafhankelijke en stabiele rechtsstaat die dit soort aanslagen kan hebben”, zo liet hij tegenover persbureau ANP weten.

Zie pagina 8 en 9 voor een verslag van de eerste zittingsdag.

Lees het dossier over het proces op www.nrc.nl/holleeder