Geïnfecteerde muis verliest afkeer van kat

De parasiet Toxoplasma, die hersenen infecteert, maakt dat muizen van katten gaan houden. Zo bevordert hij zijn eigen verspreiding. De muizen (en ratten) verliezen na infectie hun afkeer van kattenlucht.

Het experiment, waarover gisteren is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences, is een belangrijke stap in een wetenschappelijke discussie die al decennia loopt. Die draait om de vraag in hoeverre ziekteverwekkers het gedrag van hun gastheren veranderen om er zelf beter van te worden.

Toxoplasma is een eencellige die alleen overleeft in dierlijke cellen. De parasiet is heel algemeen. In slapende toestand bevolkt hij de de hersenen van de helft van de Nederlanders. Van de infectie, die ook in allerlei zoogdieren en vogels voorkomt, is meestal niets te merken. De parasiet is wel gevaarlijk wanneer een vrouw tijdens de zwangerschap besmet raakt. Dat geeft een grote kans op een miskraam.

Toxoplasma wordt verspreid via poep van katten, de enige dieren waarin de parasiet zich vermenigvuldigt. Het is voor de eencellige dus voordelig als zijn gastheren toenadering tot katten zoeken. Maar ratten en muizen, die de parasiet verspreiden als ze door katten worden opgegeten, hebben juist een aangeboren afkeer van katachtigen. Ze gaan de geur van de dieren en hun urine uit de weg.

Al eerder was waargenomen dat besmette knaagdieren zich aangetrokken voelen tot die lucht. Geïnfecteerde muizen die bijvoorbeeld in een langwerpige kooi zitten met in de ene helft een kattenhalsband, verblijven daar gedurende driekwart van de testperiode. Onbesmette muizen brengen er maar 40 procent van hun tijd door.

Nu laten de onderzoekers zien dat die gedragsverandering bovendien specifiek is. Besmette ratten en muizen aarzelen nog steeds bij nieuwe geuren (zoals voer met koriander); ze kunnen nog even goed leren; en ze zijn nog even snel bang te maken met elektrische schokken. Ook konijnenurine doet ze niets. In hersencoupes van de knaagdieren was te zien dat de cysten van de parasiet vooral in delen van het emotionele systeem (de amygdala) te vinden waren. Maar hoe dat tot zo’n precieze gedragsverandering leidt, is een raadsel.