Falklandsoorlog blijft open wond

De Argentijnse regering kondigde gisteren aan dat de Falklandeilanden ooit Argentijns zullen zijn. Het land herdacht de Gevallen Helden van de oorlog om de pinguïnrotsen.

Het is het vaste slot van het avondbulletin op de Argentijnse televisie. En het is meestal geen vrolijke tijding: het weerbericht voor de Islas Malvinas. Voor de nazomerdag van vandaag is er voor Puerto Argentino bewolking, regen en een maximale temperatuur van twaalf graden voorspeld.

Het is het enige onderwerp waar alle Argentijnen het over eens zijn. Die twee grote en zevenhonderd kleine, kale, winderige rotsen vol pinguïns – zeshonderd kilometer voor de kust van Patagonië – zijn een onlosmakelijk onderdeel van Argentinië.

Die nationale eensgezindheid verklaart ook waarom de toenmalige president van Argentinië, generaal Leopoldo Galtieri, in de nadagen van de militaire junta op 2 april 1982 besloot het moreel op te vijzelen door de Britse Falklandeilanden (twaalfduizend vierkante kilometer) aan te vallen. Na 74 dagen moesten de Argentijnen hun militaire meerdere erkennen in de Britten, die vanuit Londen besloten terug te vechten. Gisteren, 25 jaar na de mislukte invasie, herdacht Argentinië de 650 Gevallen Helden van de Malvinas.

Met de ongeveer 30.000 Argentijnse helden die het militaire avontuur wél kunnen navertellen, gaat het in het algemeen beroerd. De verliezers werden bij thuiskomst begroet met grote onverschilligheid. Van hun militaire leiders kregen ze te horen dat ze niet mochten praten over de taferelen op het slagveld. En de enige naoorlogse steun voor de jongens, die slecht getraind en onder erbarmelijke omstandigheden hadden gevochten voor het vaderland, bestond uit potjes slaaptabletten.

„Onze samenleving kon ons niet begrijpen”, zegt Edgardo Esteban, die als achttienjarige vocht op de Falklands en een boek schreef over zijn herinneringen (Verlicht door het vuur). De soldaten werden bij thuiskomst gemarginaliseerd. „Als enige uitweg werd ons zelfmoord geboden. Daarom is het aantal soldaten dat zichzelf het leven heeft benomen groter dan het aantal Argentijnse militairen dat op het slagveld stierf”, aldus Esteban.

De oorlog kostte 650 Argentijnen het leven, 391 van hen stierven aan boord van de tot zinken gebrachte kruiser General Belgrano. Het aantal gewonden bedroeg 1.188. Aan Britse zijde vielen 258 doden en 777 gewonden. Drie Kelpers, bewoners van de Falklands, kwamen ook om.

„De oorlog is in Argentinië nog steeds een open wond”, concludeert Esteban. De opmerking van ’s lands grootste schrijver en dichter, Jorge Luis Borges, dat de oorlog het „gevecht was tussen twee kaalkoppen die strijden om een kam”, wordt door weinig landgenoten gedeeld. Elke politicus claimt hier luidkeels dat „aan de 174 jaar oude Britse bezetting” van de eilanden een eind moet worden gemaakt. In het huidige verkiezingsjaar – de Argentijnen kiezen in oktober een president –, klinkt die eis steeds luider.

„We zullen nooit onze legitieme rechten opgeven over de Malvinas”, zei de vice-president van Argentinië Daniel Scioli gisteren – een nationale feestdag in Argentinië – tijdens een speciale plechtigheid op Vuurland. „De Malvinas zijn en zullen altijd Argentijns zijn. We zullen heroveren wat van ons is.” De strijd zal met politieke middelen worden gevoerd.

Voor de Britten is dat soort retoriek niet meer dan ritueel blaffen naar de maan. Zij vinden dat in de eerste plaats het zelfbeschikkingsrecht van de eilanders moet worden gerespecteerd. En het is op de Falklands vrijwel ondoenlijk een inwoner te vinden die er voorstander van is zijn Britse paspoort in te ruilen voor een Argentijns. Het leven is er ook volledig Brits: men eet fish and chips, drinkt te veel bier zonder schuim in één van de drie pubs, rijdt aan de verkeerde kant van de weg en leest de wekelijks verschijnende Engelstalige krant Penguin News.

Het gaat de Kelpers, 25 jaar na de oorlog, voor de wind. Vooral de verkoop van visrechten en bezoeken van tienduizenden toeristen brengen veel geld op. Het inkomen is er verreweg het hoogste van Latijns-Amerika. De drieduizend inwoners beschikken over 1.314 4wheel drives. In het register van de burgerlijke stand van de Falklands staan meer dan zestig verschillende nationaliteiten. Er wonen onder anderen vier Nederlanders (twee mannen en twee vrouwen) en 29 Argentijnen.

De Argentijnen zeggen zelfbeschikkingsrecht van de Kelpers niet te accepteren. Het gaat in hun ogen immers om bezette eilanden. En ze wijzen er op dat van de 3.000 inwoners er slechts 1.339 mensen op de eilanden zijn geboren. De overigen zijn er door de bezetter heen gebracht, zegt men.

Maar die redenering vinden de Britten hypocriet. Argentijnen zijn immers ook niets meer dan voormalige Spanjaarden, Italianen of Duitsers die in de negentiende eeuw in Zuid-Amerika land veroverden door indianen te vermoorden. Dus waarom zouden zij meer recht op de Falklands hebben dan de Britten? Over twee maanden, op 14 juni, vieren zij met de Kelpers 25 jaar Falklandsoorlog met de Liberation Day Parade.