Brief uit New York

eekhoorn.jpgTheatermaker Daniël Samkalden was in New York. Hij won een prijs, reist van zijn beloning nu met de klok mee „om een geslaagder mens te worden”.

Eerder publiceerde NRC’s Cultureel Supplement een brief van Daniël uit Buenos Aires, afgelopen vrijdag volgde het schrijven uit New York. Hier de brief in zijn geheel, hier een voorproefje…

Het laatste stuk loop ik door het besneeuwde park. Daar is geen Starbucks. Nog niet. In het Central Park wemelt het van de eekhoorns; zoals in het Vondelpark sinds een paar jaar gifgroene, tropische vogels in de bomen zitten. Alhoewel ik Disney ervan verdenk de beestjes uit commerciële motieven te hebben uitgezet, maken ze een diepe affectie in me los. Zo gaat dat in Amerika. Alles wordt buiten je principes om geregeld.

Met het museum in zicht begin ik te rennen. Ik heb geen idee hoe laat het is. Ik ren de brede, kolossale trappen op.

De consumptiemaatschappij krijgt de kunst er niet onder. Ik heb het gered. Het museum is nog open. Nog een kwartier. Dat is de moeite niet. Zonde van mijn geld. Ik ga zitten op een zeldzaam rustig plekje. Onder mijn bankje liggen pinda’s in de sneeuw. Ik probeer roerloos te werken aan een aura van vertrouwen. De eerste schichtige eekhoorns stuiven weg als ik hap naar onmisbare adem. Dan nadert een eekhoorn met een dikke kop en een rafelige staart. Hij inspecteert de noten, springt op de leuning van het bankje, strekt zich, ruikt aan mijn haar, springt terug in de sneeuw, pakt een pinda, springt weer op het bankje en knabbelt naast mij aan zijn noot. Als hij klaar is, blijft hij zitten. Instemmend. Het wordt donker en kouder. Ik verroer me niet. In de liefde durf ik me niet te binden, maar als er een eekhoorn naast me komt zitten, sta ik niet meer op.”