Angst en wantrouwen in Moskou

President Poetin wil met nieuwe regels zijn bevolking beschermen tegen ‘etnische misdaadbendes’.

Dat stoelt op een reservoir van angst en rancune.

Zo moet het dus voelen om lepra te hebben. In de overdekte markthal Dorogomilovski staan ze in kleine groepjes te roken, te fluisteren en schichtig om zich heen te kijken. Zwart haar, getaande huid, leren jasjes: buitenlandse marktkooplui. Zo snel we met onze notitieblokjes naderen, lossen de groepjes in het niets op.

Angst en wantrouwen regeren vandaag op Dorogomilovski, een dure markt bij station Kiev waar ’s ochtends de meesterkoks van Moskou inkopen doen. De markthal is nu een buitenlandersvrije voorbeeldmarkt, de vreemdelingendienst loert op overtreders.

Eind vorig jaar bepaalde de Doema dat vanaf 1 april alleen Russen nog als marktkooplui mogen werken. Die deadline werd zondag niet ingeluid met massale politierazzia’s, zoals gevreesd. De Russische vreemdelingendienst belooft tot eind dit jaar een terughoudend optreden. Wel voerde men voor de Russische tv-kijker wat prikacties uit, onder meer op de Dorogomilovski. Op het avondjournaal controleerden agenten in rode hesjes paspoorten van ‘zwarten’. „Wij doen dit voor u’’, verklaarde een agent in de camera. „Wilt u dat zo’n buitenlanders met besmettelijke ziekte en vuile handen aan uw brood zit?” Het hoofd van de Immigratiedienst meldde trots dat er maar vier buitenlanders op twaalfhonderd kooplieden waren aangetroffen: probleem opgelost.

Marktmeester Vitali Palechov, met zijn druipsnor, klinkt zwartgallig en sarcastisch. „Het gaat perfect. In december was hier de helft van de kooplui buitenlands, nu niemand.” Wat nog buitenlands oogt in zijn markthal, is baas of kruier. En al die lege plekken op de markt? „Dat moet u niet als lege plekken zien, maar als ruimte die wacht op een Rus. Ons land beschikt over veel van dergelijke ruimte.” Toch, Palechov denkt er het zijne van. „Ooit waren we samen het grote Sovjetvolk. Ik leerde op school dat je niemand om zijn ras mag discrimineren, want dat deden lieden die ooit uit Duitsland ons land binnenvielen.”

De marktoekaze stamt van eind vorig jaar. In oktober eiste president Poetin op harde toon dat zijn apparaat de markten zuiverde van immigranten. De ‘inheemse bevolking’ verdiende namelijk bescherming tegen ‘etnische misdaadbendes’. Die hielden de Russische markten in een wurggreep, discrimineerden Russische boeren, voerden de prijzen kunstmatig op.

Het Kremlin, dat altijd hard werkt aan Poetins populariteit, surfte zo mee op een golf van woede en geweld tegen immigranten. Die tapt uit een diep reservoir van angst en rancune tegen Kaukasiërs, Centraal-Aziaten en Chinezen, ofwel ‘zwarten’. Ze worden benijd om hun succes in de handel, gehaat omdat ze goedkoop werken en baantjes pikken. In een land waar de bevolking door lage geboortecijfers en slechte leefgewoontes elk jaar met ruim 700.0000 zielen slinkt, wekt de tot dusver ongeregelde instroom van miljoenen immigranten onzekerheid.

De groeiende xenofobie uitte zich in augustus in een pogrom in het stadje Kondopoga, waar de bevolking na een bloedig kroeggevecht alle niet-Russen verjoeg en hun marktkramen in brand stak. Dat wekte landelijk grote bijval, net als toen Russische ambtenaren in oktober ook met groot enthousiasme Georgiërs terroriseerde toen Rusland een embargo tegen hun land instelde.

Behalve een beroepsverbod op markten stelde Rusland dit jaar een quotum voor gastarbeiders in – zes miljoen werkvergunningen per jaar – en gingen de boetes voor werkverschaffing of kamerverhuur aan illegalen scherp omhoog. Westerse diplomaten en mensenrechtenorganisaties lieten het in stilte passeren, hoewel ze de marktoekaze privé weerzinwekkend noemen. De maatregel discrimineert en schendt dus het internationaal recht, aldus Diederik Lohman van Human Rights Watch. Als je een werkvergunning verstrekt, dan mag je iemand niet op grond van zijn nationaliteit van de markt weren. „Maar dit soort xenofobe, populistische gebaren in verkiezingstijd worden soms niet serieus doorgevoerd.”

De marktoekaze kan zich als een boemerang tegen de politieke elite keren. Liberale economen voorspellen leegstand, schaarste en scherpe prijsstijgingen op de markten. In een land waar 63 procent van het voedsel, 60 procent van het textiel en 56 van de schoenen op de markt worden gekocht, maakt een regering zich daarmee impopulair. Vandaar dat minister van Handel Gref beklemtoont dat de oekaze zo kan worden ingetrokken – als hij niet werkt. In februari kondigde Moskou al aan de marktoekaze niet door te voeren, maar men kwam daar op terug.

Voor prijsstijgingen is het nog te vroeg, maar leegstand op de markten is nu al een feit. Op twee Moskouse markten, Dorogomilovski en Danilovski, staan respectievelijk een kwart en de helft van de stalletjes er verlaten bij. Komen de Russen nog? Politici voorspelden dat na de eliminatie van de marktmaffia’s keuterboertjes zouden toestromen, hun achterbak vol modderige bieten, aardappelen en varkenslappen.

Op de Danilovski-markt in het zuiden van Moskou zijn ze nog niet gesignaleerd. „Als je koeien melkt en varkens mest, kan je niet diezelfde dag kaas en hamlappen in Moskou verkopen’’, doceert slager Igor. „Daarvoor zijn wij er dus.” Hij wijst naar zijn fruitverkoopster Lena. „Haar hele handel is import uit Israël en Nederland. Haal professionele kooplieden onderuit en de chaos begint op de markt. Onze politici zijn naïef.’’

Lena verkoopt al tien jaar fruit met haar echtgenoot Fargoet, een Azeri met een Russisch paspoort. Voorheen had het echtpaar drie Moldaviërs in dienst, die zijn terug naar hun vaderland. Nu doen ze alles zelf: om vier uur opstaan, inkopen, sjouwen, fruit poetsen, om tien uur thuis. „Hoe lang ik dit volhoudt, ik weet het niet.” Russisch personeel is onvindbaar. Lena vroeg rond in haar oude dorp. „Daar trekken ze voor vijfduizend roebel per maand aan koeienuiers, in Moskou verdienen ze driemaal zoveel. Maar dorpelingen hè? Die zijn tevreden met weinig en bang voor de grote stad.’’ Lena probeerde het ook met Moskovieten: een drama. Ze gaven het na een dag of twee op, één bleek een dronken dief. Het valt niet mee, twaalf uur, zeven dagen werken voor vijfhonderd roebel per dag (14 euro), erkent Lena.

„Russen zijn gewoon lui’’, vult haar buurvrouw aan. „Vrijdag vroeg stoppen om naar hun datsja te rijden, en het hele weekeind vrij.” Zij oogt Centraal-Aziatisch en verkoopt onder een bord ‘Russische kooplui Gezocht!’ plastic speelgoedwapens. Hoewel ze dat ontkent. „Mijn verkoopster is op het toilet’’, liegt ze. „Zij is een Russin. Ik vertel u alleen de prijzen.” Na enig aandringen bekent ze Oezbeeks te zijn „en momenteel een misdaad te begaan’’. Ze grinnikt een rij glimmende gouden tanden bloot. Kan ze dan geen dronkelap in dienst nemen die in ruil voor wat eten en een liter wodka per dag officieel verkoper speelt? „Dat doen anderen al’’, zegt de Oezbeekse. „Zo wordt het niet frisser hier.’’

Maar één verkoper op Danilovski is blij met het vertrek van de buitenlanders: Sveta van de ingemaakte groenten. „Straks heb ik de baantjes voor het oprapen en krijg ik meer salaris.” Sveta hoopt op achthonderd roebel per dag, 22 euro. En ja, dan gaan de prijzen maar omhoog. „Dat is niet mijn probleem.”

Lees het Russische nieuws in het Engels opwww.themoscowtimes.com