Zo goed, zo voorzichtig

Willem Holleeder is nooit meer veroordeeld sinds de ontvoering van Heineken.

Hij koos voor afpersing. Net zo lucratief, maar minder gevaarlijk dan drugshandel.

Op 29 september 1996 belt Willem Holleeder ’s avonds om kwart over tien Marcel Kaatee, beheerder van een gokhal en gitarist van een funkband. Willem Holleeder wil zes kaarten voor het concert van Michael Jackson de volgende dag in de Arena. Het is een cadeautje voor zijn vriendin Maaike. „Maakt niet uit wat het kost”, zegt Holleeder.

Maar zelfs met geld en invloed in de onderwereld is niet alles te koop. Willem Holleeder zal de HIStory World Tour van Jackson vanaf het veld moeten volgen. „Wat een ramp”, zegt Holleeder door de telefoon. Hij wil een vip-box. „Het is een verschikking om op het veld te staan.”

Willem Holleeder had wat te vieren. Na maanden van ruzie heeft hij die dag eindelijk gebroken met Cor van Hout, zijn zwager en de man met wie hij samen biermagnaat Freddy Heineken heeft ontvoerd. De twee zijn jeugdgabbers en werden samen groot in de misdaad. Maar de vriendschap beklijft niet, zo blijkt uit een gesprek op diezelfde zondag in 1996 als Holleeder tegen zijn vriendin Maaike zijn partner Cor van Hout omschrijft als „een vuile vieze vette kankerhond”.

Cor van Hout en Willem Holleeder, ze zijn de hoofdrolspelers in een van de meest tot de verbeelding sprekende Nederlandse misdaden: de ontvoering van Heineken en diens chauffeur in 1983. De firma Heineken betaalde 35 miljoen gulden aan losgeld, Van Hout en Holleeder wisten vervolgens te vluchten naar Frankrijk. Hun drie jaar durende strijd tegen uitlevering aan Nederland levert ze internationale bekendheid op. Uiteindelijk worden ze in 1987 in Nederland veroordeeld tot elf jaar cel.

Als Van Hout en Holleeder begin 1992 vrijkomen, worden ze door vrienden uit de Amsterdamse onderwereld als helden ontvangen. Ook bij het grote publiek spreken de twee ontvoerders tot de verbeelding, vooral dankzij het boek De ontvoering van Alfred Heineken, dat misdaadverslaggever Peter R. de Vries schreef met medewerking van zijn vriend Cor van Hout. Eind vorig jaar is daarvan de achttiende herziene en aangevulde druk verschenen.

Na hun rentree in de onderwereld, vestigen Van Hout en Holleeder zich op de Amsterdamse Wallen en investeren ze, zo vermoedt de politie, een deel van het nooit gevonden Heinekenlosgeld in speelautomatenhallen, bordelen en het befaamde sekstheater Casa Rosso.

De twee Heinekenontvoerders komen daar al snel in conflict met een ander bekend crimineel duo: Sam Klepper en John Mieremet, die vanwege hun gewelddadige reputatie de bijnaam Spic & Span meekregen.

Een ruzie tussen de twee misdaadduo’s mondt in het voorjaar van 1996 uit in een nooit opgeloste aanslag op het leven van Cor van Hout. Tijdens de revalidatie van Van Hout toont Holleeder zich een rasopportunist. Hij loopt over naar het kamp van Mieremet. De boedelscheiding van het misdaadimperium van de twee jeugdgabbers in de zomer van 1996 is minutieus vastgelegd door de Amsterdamse politie die de Heinekenontvoerders op dat moment verdenkt van drugssmokkel.

De uitgewerkte verslagen van de telefoongesprekken uit die tijd leveren een ongekend beeld op van de wereld van Willem Holleeder. Holleeder is de gehele dag in de weer als een moderne netwerker. Hij deelt telefonisch orders uit en maakt vrijwel de hele dag door werkafspraken op verschillende locaties in de Amsterdam.

Daarnaast belt hij vele malen met zijn vriendin Maaike, meestal over de kleine dingen van het leven. De ruzie van gisteravond, de verjaardag van haar vader of de kaartjes voor het concert van Michael Jackson. Op zondagmiddag tien voor één ontrolt zich de volgende dialoog tussen Willem en Maaike.

Willem: „Ik vertel je vanavond wel hoe of wat. Weer allemaal gezeik. Het is wat.”

Maaike: „Nou oké.”

Willem: „Ja, ik ken er ook niks aan doen, schat.”

Willem Holleeder in 1983, verdacht van de ontvoering van Heineken.
Foto’s ANP

C. van Hout (l) en W. Holleeder. De verdachten in de ontvoeringszaak Heineken-Doderer zijn woensdag rond het middaguur in Parijs gearresteerd.

ANP

Maaike: „Nee, maakt niet uit.”

Holleeders vader werkte op de marketingafdeling van Heineken

Willem: „Het is gewoon weer hetzelfde met die vuile vieze vette kankerhond weer, hè. (Holleeder doelt hier volgens de politie op Cor van Hout, red.) Maar ik bel je vanavond effe.”

Maaike: „Dus we gaan ook niet eten?”

Willem: „Ja, we gaan wel eten, schat. Zeker, dan zoeken ze het maar uit.”

Maaike: „Ja, maar anders kan ik ook bij mama wat eten hoor.”

Willem: „WIJ gaan zeker eten.”

Willem Holleeder werd geboren op 29 mei 1958 en groeide op in de Amsterdamse Jordaan samen met zijn broer Gerard en zijn zussen Astrid en Sonja. Willem werd vernoemd naar zijn vader, een goede wielrenner die in de jaren vijftig ging werken in het Amsterdamse dranklokaal Hoppe. Toen Heineken de uitspanning aan het Spui opkocht, verhuisde vader Holleeder naar de marketingafdeling van het brouwerijconcern.

Het was voor de familie een weinig gelukkig carrièrepad. Holleeder senior raakte aan de drank nadat hij om onduidelijke redenen werd ontslagen bij Heineken. Het laat bij de kinderen van het gezin diepe sporen achter. Als Willem bij de planning van de grote ontvoering moet kiezen tussen een aantal potentiële slachtoffers, wijst hij resoluut Heineken aan.

Op de mavo leert Holleeder begin jaren zeventig Cor van Hout kennen. Ze maken samen de dienst uit op het schoolplein. Na zijn dienstplicht werkt de Neus, zoals Van Hout zijn vriend Holleeder noemt, samen met Van Hout als koppelbaas. Een lucratieve activiteit waarbij Holleeder opnieuw tegen de lamp loopt. Dit keer moet hij zes weken zitten in een huis van bewaring voor minderjarigen. Het is allemaal kinderspel in vergelijking met de ontvoering van Heineken in 1983 waar twee jaar voorbereiding aan vooraf ging.

De breuk met Cor van Hout is weer een belangrijke stap in de criminele carrière van Willem Holleeder, die na zijn veroordeling voor de Heinekenontvoering nimmer meer is vervolgd. Waar Cor van Hout in 1997 wordt veroordeeld voor de handel in hasj, besluit Mieremet om zich juist uit de te risicovolle drugshandel terug te trekken. Hij ziet meer in de afpersing van rijke handelaren in vastgoed, een nieuwe inkomstenbron met relatief weinig risico’s.

Holleeder sluit zich bij Mieremet aan en is in die tijd een veel geziene gast in Amsterdam-Zuid, de thuishaven van zijn slachtoffers. Want die komen vrijwel zonder uitzondering uit de kennissenkring van Willem Endstra, de vastgoedbaron die Holleeder midden jaren negentig leert kennen via een gezamenlijke vriend. Endstra, die zich al eerder aangetrokken voelde tot het criminele milieu, en Holleeder zijn een paar jaar lang onafscheidelijk. Maar in 2002 maakt Willem Endstra kennis met de zwarte kant van Holleeder, die zich volgens het Openbaar Ministerie net als zijn criminele vriend John Mieremet ontpopt als een niets ontziende afperser.

De coalitie van Holleeder met Mieremet is typerend voor Willem Holleeder. Hij staat bekend als een opportunist. Iemand die kiest voor het winnende kamp. Een van zijn grootste bewonderaars was Willem Endstra, de vastgoedbaron die volgens justitie jarenlang is afgeperst door Holleeder en hem naar schatting tussen 20 en 25 miljoen euro betaalde.

Endstra omschreef Holleeder als creatief en vernuftig. „Wim vond hem een absolute topcrimineel”, zo vertelde een bekende van de vastgoedbaron die in 2004 het leven liet. „Hij is zo goed, zo voorzichtig.”

De hardheid waarmee Holleeder de laatste jaren opereerde, maakte hem tot een gevreesde tegenstander. Volgens kroegbaas Thomas van der Bijl, een oude vriend die Holleeder na de Heinekenontvoering het land uit hielp, bestaat de wat stille, nurkse en teruggetrokken Holleeder van de jaren tachtig niet meer. „Het is een hele irritante man, die Holleeder. Je kent hem niet meer terug, het is een beest geworden. Hitler was een hond en hij had zijn zoon kunnen zijn.”

Over de relatie tussen Willem Endstra en Willem Holleeder publiceerde NRC Handelsblad zaterdag het stuk ‘De pizzakoerier wacht op betaling’. Het is na te lezen op www.nrc.nl.