Zestien miljoen potentiële Eric O.’s

Als er nou één is die het kan weten, dan de veteraan Hans Couzy wel. Die was tenslotte nog bevelhebber van de landmacht toen zijn luchtmobiele brigade (meteen na Srebrenica) in Zagreb een overwinningspolonaise danste onder het toeziend oog van ING-commissaris Wim Kok, die toen trouwens nog slechts minister-president van Nederland was.

„Natuurlijk”, zei de generaal b.d. in Nova, „is er defensiebreed sprake van een afdekcultuur en heerst er angst om fouten toe te geven en te melden. Dat geldt vooral voor elitekorpsen, zoals de mariniers en de commandotroepen.”

Dus logisch dat de marinier Eric O. – stel al dat hij in december 2003 bij As-Samawah met voorbedachten rade een ongehoorzame Irakees zou hebben doodgeschoten – van collegiale ooggetuigen verwachtte dat ze hun waffel zouden houden.

Overigens ken ik allerlei corpora die op zichzelf niks elitairs hebben (kabinetten bijvoorbeeld, sportclubs, huisgezinnen), maar waar ze mekaar óók de hele dag lopen af te dekken wanneer iemand in hun organisatie iets verkeerds heeft gedaan.

Hoe dekken we een niet al te briljante minister af? Door hem burgemeester te maken van een gemeente aan de Waal. Wat zegt het hele elftal als een van de spelers een tegenstander het ziekenhuis in schopt? Dat het niet meer was dan een mannelijke bodycheck. Wat is onze hele familie geneigd te liegen als we met eigen ogen hebben gezien hoe ons zoontje de fietsband van een buurman lek prikte, en het slachtoffer eist rechtsherstel? Dat wij op de dag van het delict allemaal de stad uit waren.

Je moet het wel heel bont maken, dus als gesjeesd bestuurslid van een uitgeversconcern een deksom van een miljoen euro durven aanpakken, of er als commissaris van een grote bank mee instemmen dat je topman de exhibitionistische beloning van 4,3 miljoen toucheert – wil het einde van de afdekcultuur in zicht lijken.

Maar dan nog.

In een land waar de solidariteit als het ware van bovenaf (‘Samen werken! Samen leven!’) wordt gedecreteerd, zit het afdekken per definitie in ieders bloed. Hoeveel inspanningen verricht een onderneming niet als een vermeende corruptie met vereende krachten moet worden afgedekt? Hoeveel Iederwijs-inrichtingen dekken de domheid van hun examenkinderen af met een frauduleuze voldoende op de eindlijst? Hoeveel afdekhanden komt staatssecretaris Albayrak straks tekort als ze weer eens moet antwoorden op de vraag naar de eeuwige Turkse genocide, en ze zich op grond van een van haar paspoorten genoopt voelt tot een in Nederland politiek-incorrecte Armenien-Lüge?

En nu we het toch over de politiek hebben – neem het begrip ‘eenheid van kabinetsbeleid’. Dat staat alleen maar in een reglement voor de ministerraad. Het is geen staatsrechtelijk geloofsartikel, het is meer een dogma voor de praktische alledag – zoiets als de handige aflaat in de geschiedenis van de roomse kerk. Het wil alle denkbare risico’s afdekken, en is dus het ideale excuus voor de afdekcultuur in de politiek.

Maar je vindt het waarachtig niet alleen in de politiek, net zo min als je het, de b.d. van Nova ten spijt, alleen maar bij de mariniers of de commandotroepen zou vinden. De kwaal is nationaal.

Weet u nog hoe, eeuwen geleden, het polderen is ontstaan? Elke boer wierp toen z’n eigen dijkje op, groef z’n eigen afwatering, en voerde permanent oorlog met de belendende boer die een ander dijkje opwierp en een andere sloot groef. Ontvolking zou van het voortdurende geweld het gevolg zijn geweest, als men op een dag niet, met afgewend gelaat natuurlijk, met elkaar om de tafel was gaan zitten, om de waterstaat te verzinnen.

Sindsdien hebben Nederlanders maar één zorg: hoe dekken we mekaar af. Sindsdien zijn we eigenlijk allemaal potentiële Eric O.’s.

Jan Blokker is columnist van nrc.next.