Water om het Taimeer te redden

Schoon drinkwater is schaars geworden in China. Meren en rivieren zijn opgeofferd aan het economisch succes. Omwonenden van het Taimeer hebben de aftakeling van nabij meegemaakt.

In het donkerbruine water van de Chaoqiao dobberen dode vissen tussen het riet. De met nitrogeen en fosfor verontreinigde rivier mondt uit in een waterbekken dat in verbinding staat met het Taimeer in de provincie Jiangsu, in het zuiden van China. Meer dan veertig miljoen mensen, onder wie inwoners van Shanghai, krijgen hun drinkwater uit dit reservoir.

Langs de oever ligt een kilometerslange pijpleiding. Daarmee wordt water uit de Yangtze naar het Taimeer aangevoerd. Zo proberen de autoriteiten de aantasting van het meer enigszins te compenseren. Cynisch genoeg loopt de waterbuis pal langs een papierfabriek die haar afvalwater ongezuiverd laat wegstromen. De in totaal meer dan 2.500 papierfabrieken, chemische bedrijven en andere industrieën in de omgeving zijn verantwoordelijk voor de ernstige vervuiling van het Taimeer.

Bouwvakker Wu Lihong (39) is geobsedeerd door de milieuvernietiging. Hij woont aan de rand van het meer, in het dorpje Zhoutie in de gemeente Yixing. Zestien jaar geleden begon hij zijn strijd tegen de fabrieken en de lokale overheden. Verschillende malen werd hij gearresteerd wegens zijn acties. Ook dwongen de autoriteiten zijn werkgever om hem te ontslaan, zegt hij. „Ik ben totaal uitgeput, fysiek en mentaal. Maar ik zal blijven strijden voor schoon drinkwater.”

Wu houdt drie grote tassen met plastic flessen water omhoog. „Kijk naar de kleuren: roze, rood, zwart en geel”, zegt hij. „Ooit was ons water helder en schoon. Nu is het zelfs gekookt ondrinkbaar en kankerverwekkend.”

De verontreiniging van het Taimeer is maar een van de vele milieuproblemen waarmee China kampt sinds het ruim vijfentwintig jaar geleden begon aan zijn industriële opmars. Overal in het land is de kwaliteit van water, lucht en bodem opgeofferd aan het economische succes. Niet alleen het Taimeer maar ook de twee andere grote drinkwaterreservoirs in het land, het Chaomeer en het Dianchimeer, zijn sterk verontreinigd. Ook over de waterkwaliteit van negen grote rivieren is alarm geslagen.

Sinds enkele jaren probeert de regering in Peking de milieuproblemen aan te pakken. Volgens het State Environmental Protection Agency (SEPA), het Chinese ‘ministerie van Milieu’ , is de afgelopen vijf jaar meer dan twee miljard euro geïnvesteerd in zuiveringsinstallaties en wateromleidingen. Dat gebeurde ook bij het Taimeer.

Hier en daar wordt wel verbetering gemeld. Maar elk jaar weer moet de regering in Peking erkennen dat de milieudoelstellingen in hun geheel niet worden gehaald. Vorige maand nog gaf premier Wen tijdens de jaarlijkse zitting van het Volkscongres, het Chinese parlement, toe dat de ongebreidelde economische expansie enorme schade heeft toegebracht aan het milieu. „We moeten speciale aandacht besteden aan onze drie belangrijkste drinkwaterreservoirs”, benadrukte Wen in zijn werkrapport.

Journalist Ma Jun bracht het probleem van China’s enorme watervervuiling acht jaar geleden internationaal onder de aandacht met zijn indringende boek China’s Watercrisis. Onlangs richtte hij de niet-gouvermentele organisatie International Public Environmental Affairs (IPE) op. De regering in Peking, beaamt Ma Jun, maakt wel degelijk ernst met het stoppen van de milieuvervuiling en het streven naar duurzame economische ontwikkeling. Maar, zegt hij ook, het probleem zit hem bij de lokale overheden. Die volgen het centrale beleid niet op.

Ma: „Chemische fabrieken worden niet afgeschrikt door de lage boetes die de lokale overheid doorgaans oplegt bij vervuiling. Bovendien worden de fabrieken nog altijd in bescherming genomen door de lokale autoriteiten, die vaak zelf aandeelhouder zijn van die fabrieken.”

Met nog twintig andere organisaties heeft Ma Jun de databank ‘Greenchoice’ opgericht. Gezamenlijk oefenen ze druk uit op de regering om een transparant milieubeleid te voeren en om het publiek beter te informeren. Dat laatste is essentieel, meent Ma. „China is tegenwoordig een markteconomie. Mensen kunnen kiezen welke producten ze wel of niet willen kopen. Bewustmaking van consumenten is een nieuw fenomeen in China, maar het is de enige manier om de milieuproblemen structureel te bestrijden”, zegt hij. Daarom heeft hij op de website van zijn IPE (www.ipe.org.cn) informatie verzameld over de schadelijkheid van producten.

De fabrieken bij het Tai-meer doen ondertussen hun best de indruk te wekken dat ze zich wel degelijk bekommeren om het milieu. Op het hek van een drukkerij staat een bord met de tekst: ‘Om te overleven, Stop de vervuiling. Bescherming van het milieu is ieders verantwoordelijkheid’.

De 71-jarige arts in ruste Zhao Shaoping vindt het een nogal hypocriete tekst. Sinds 1990 heeft Zhao veel mensen zien overlijden aan de gevolgen van kanker. „In mijn ziekenhuis stierven vorig jaar tweehonderd mensen aan kanker. Ook heb ik veel jonge mannen in ons dorp moeten afkeuren voor dienstplicht wegens leververgiftiging door zware metalen”, zegt Zhao.

Een andere inwoner van Zhoutie, rijstboer Zhu Qinjie, prijst de moedige acties van dorpsgenoot Wu Lihong. Maar hij is somber gestemd over de toekomst . „Vroeger was de kwaliteit van onze rijst bijzonder goed. Nu koopt de lokale overheid onze oogst voor een prikje op, en verkoopt die door aan arme provincies waar mensen al blij zijn dat ze iets te eten hebben”. Zhu zegt dat de bewoners van Zhoutie en de nabijgelegen gemeente Yixing regelmatig in opstand komen.

Niet alleen de gezondheidsproblemen maar ook bodemvervuiling en chemische explosies hebben geleid tot protesten en onlusten in het gebied. Zes jaar geleden raakten 30.000 boeren slaags met de politie omdat ze door de milieuverontreiniging hun oogsten zagen mislukken. Twee jaar geleden braken rellen uit voor de poort van een chemische fabriek toen bij een explosie zes doden en elf gewonden vielen. In dezelfde fabriek viel vorig jaar weer een dode.

Zhu weet dat de milieuproblemen rond het Taimeer hoog op de agenda van de centrale overheid staan, maar hij zegt net als veel andere dorpsbewoners moegestreden te zijn. „De lokale autoriteiten zullen geld altijd belangrijker vinden dan de natuur of de boerenbevolking. Twintig jaar geleden konden we zwemmen en vissen in het meer en hadden we prachtige oogsten. Nu leven we in een chemische zone waar voor onze kleinkinderen geen toekomst meer is.”