Ten strijde, met een kalasjnikov en een gitaar

De Toeareg-band Tinariwen, in-Afrika geboren uit oorlog, treedt vanavond op in Amsterdam. De muziek ontstaat ’s nachts, bij het vuur in de woestijn.

De Toeareg-band Tinariwen bestaat al een kwart eeuw, trad ook verschillende keren op in Nederland, maar maakt de laatste jaren een ‘crossover’ naar het poppubliek. De lange nummers waarin monotone woestijnzang en droog klinkende bluesgitaren elkaar ontmoeten, zoals te horen op de nieuwe cd Aman Iman, worden internationaal enthousiast ontvangen.

In 2005 trad Tinariwen al op tijdens de ‘niet-westerse’ pendant van Live8, ‘Africa Calling’ in Cornwall. Dat jaar stond er een nummer van Tinariwen op de verzamel-cd Help! A Day In The Life, waaraan ook Radiohead en Coldplay meewerkten ten bate van War Child.

Tinariwen, uit Mali, is geboren uit oorlog. Het volk van de Toeareg, Noord-Afrikaanse Berbers, wordt al decennialang opgejaagd en bedreigd. De ouders van Tinariwen-voorman Ibrahim Ag Alhabib waren in 1963 vermoord door het Malinese leger. De vierjarige Ibrahim liep met zijn oma naar Algerije waar hij zou opgroeien.

Rond 1980 nam hij dienst bij kolonel Khadaffi die streefde naar een verenigd Noord-Afrika. In het Libische trainingskamp voor Toeareg-ballingen, leerde Ag Alhabib discipline en omgaan met wapens, maar hij stortte zich ook op het gitaarspel. Eerst op een zelfgemaakte gitaar van een plank en een paar snaren, later op een exemplaar van de rommelmarkt. Zo begon Ag Alhabib samen met vriend Alhassane Ag Touhami de band Tinariwen. Als hun konvooi ten strijde ging, droegen Ag Alhabib en Ag Touhami een kalasjnikov onder de ene arm en een Stratocaster onder de andere.

Tinariwen groeide uit tot zeven muzikanten, zangers en zangeressen. Volgens Ibrahim Ag Alhabib is Tinariwen een ‘jamsessie die al vijfentwintig jaar duurt’. Maar de muziek, een voor onze oren hypnotiserende versmelting van traditionele Toearegmuziek met Westerse elektrische gitaren, gold als opruiend. Het was ‘rebel music’ die de Toeareg-jeugd aanzette tot opstand. Alleen al het bezit van een cassette met Tinariwen-liedjes werd door de autoriteiten beschouwd als gezagsondermijnend.

Ibrahim Ag Alhabib wilde zijn ouders wreken. Maar hij koos uiteindelijk voor de macht van de muziek. Aan de Britse krant The Independent vertelde hij onlangs: „Ik realiseerde me op een gegeven moment dat ik eerder een dichter ben dan een strijder. Dat muziek en teksten voor mij de geschikte middelen zijn om te bereiken wat ik wil."

De teksten van Tinariwen zijn voornamelijk in het Tamasheq, de inheemse Toeareg-taal, en Ibrahim Ag Alhabib ‘ontvangt’ zijn ideeën en muziek van de ‘djinn’, de Toeareg-geest van de woestijn. Het nomadenvolk is ooit geboren uit zo’n djinn, wil de overlevering, die een aardse vrouw bevruchtte. Juist die goddelijke afstamming maakt de Toearegs zo gehaat bij veel andere Afrikaanse volken. Nog altijd hebben ze nauwelijks rechten en geld, en nog altijd is er een rebellenopstand van de Toearegs tegen de Malinese regeringsleiders. Aan ontberingen – geen wegen, hygiene of medische zorg – zijn ze inmiddels gewend. Een Toeareg-gezegde luidt: ‘One day you are happy, the next day you are sad, and the third day you are dead.’

Ibrahim Ag Alhabib krijgt zijn ideeën vaak ’s nachts als hij in de woestijn bij een vuurtje muziek maakt. De vrouwen zingen het hoge ‘ukelelele’-geluid, de mannen prevelen hun woorden, de gitaristen kronkelen hun akkoorden in elkaar. Dat leidt tot nummers die zich op een organische manier ontrollen, zoals op de cd Aman Iman (‘ Water is leven’).

De plaat doet je versteld staan over de grillige manier waarop de muzikale stamboom zich ooit heeft vertakt. Want in Matadjem Yinmixan zou je zweren dat Lou Reed gitaar speelt. De ‘drone’-achtige stijl lijkt sprekend op die van het titelnummer van de lp White Light/White Heat, door The Velvet Underground opgenomen in 1968.

Tinariwen: 2/4 De Melkweg, Amsterdam. De cd Aman Iman verscheen bij Lowlands.