Straatracen op zijn Russisch met een opgepimpte oude Lada

Coen van Zwol

Ze racen weer op de Mussenheuvel, vertelt een vriend. Hij passeerde ’s nachts drie wrakken bij de Mosfilmstudio. Twee over de kop geslagen, een derde doormidden gekerfd door een lantarenpaal. Moskovieten maakten eerbiedig foto’s.

De cultus rond straatraces, in de VS in de jaren dertig van de vorige eeuw ontstaan, nam een hoge vlucht door computergames en films als ‘The fast and the furious’. Het principe is simpel: een duel tussen twee auto’s over een strip asfalt van een halve kilometer of meer. Met alle mogelijke variaties.

Overheden hebben het er moeilijk mee, zwalken tussen gedogen en hard ingrijpen. Dat laatste gebeurt vooral als er weer een overmoedige tiener-chaufeur of argeloze voetganger sneuvelt.

In Nederland is de straatrace een tikkeltje dorps: het fenomeen bereikte zo rond 2003 een hoogtepunt. Onder Russen, autogek en roekeloos, is het racen nog lang niet uitgewoekerd. De lommerrijke lanen bij de Stalintoren van de Moskouse universiteit zijn elke zaterdagnacht het epicentrum van de Moskouse racecultuur. Tot de ochtendschemering moet iedereen die per ongeluk achteraan de startrij aanschuift, racen voor zijn leven. Bloedige crashes horen erbij, met name in de verraderlijk ruime bocht bij Mosfilm, waar de weg de heuvel afkrult.

Deze zaterdag begint het rond acht uur. De ‘gouden jeugd’ parkeert zijn opgepimpte sportwagens, minder rijke leeftijdgenoten flaneren, kijken, stoeien, geven commentaar. Uiteraard draait alles om de meisjes, en die weten het. In veel te korte rokjes voor deze kille lenteavond slenteren ze giechelend in groepjes, zuigen tipsy aan hun breezers en dunne sigaretten. Serieus rijke autokampioenen verzamelen zich bij het plantsoen. Daar staat een kanariegele Lamborghini naast een witte showsloep, uitgevoerd met bont, huisbar en tv-schermen. Daarnaast braakt een zilveren BMW met neon en een kolos van een boombox Russische rap uit.

Verderop sleepers en ricers, wolven in schaapskleren wier middenklasse uiterlijk hoge snelheid en acceleratie verbergen. Sommigen gebruiken daarbij gasflessen, die blauwe steekvlammen en luide knallen uit de uitlaatpijp veroorzaken. Hier veel Japanners, soms een Lada en zelfs een paars geschilderde, antieke Moskvitsj genaamd ‘Bacil’. Ze zijn van alle ballast gestript, staan laag op de wielen, hebben dikke banden, opgevoerde motoren, racestrips, vleugels, spoilers en uitlaatpijpen als tankkanonnen. „Een normale Bimmer (BMW) is kansloos tegen mij’’, snoeft een eigenaar van de Bacil.

Met zulke wagens liep het afgelopen jaren uit de hand op de Mussenheuvel. Na wat gruwelijke ongelukken verbood de Moskouse politie het racen. De autojeugd antwoordde met een kleine straatguerrilla: tijdens spitsuren blokkeerde ze dagenlang Moskouse ringwegen. In december haalde burgemeester Loezjkov bakzeil: racen mocht voortaan elke zaterdag vanaf elf uur bij park Sokol. Maar wel veilig. Moskou omheinde de track met betonblokken en hekken, belastte beambten met kwaliteitscontrole van de weg en artsen met een medische check van alle deelnemers.

„Dat ging dus maar drie keer, toen zijn we gestopt. We vonden er niks aan’’, zegt ‘Marcel’, een gangmaker van de Moskouse racescene. Zowel zijn schuilnaam als auto heeft hij gekopieerd uit de film Taxi 3. „Ik haal 460 kilometer, met vleugels erbij stijg ik op.’’

We vragen een grofgebekte politieman of de jeugd hier mag racen. Hij blijkt dronken. „Ik ben hier de baas, hoer, lul. We slaan ze verrot, godver, vernielen hun auto’s, hoer. We hebben 36 teams agenten, ze maken geen kans! Geen kans!’’ Aha, dat is Sergej, zegt Marcel als ik op de politieman wijs. „Die houden we koest met vijfhonderd roebel.”

Om elf uur ’s nachts blijkt er een soort compromis te zijn Honderden auto’s stellen zich in konvooi op, met knipperend zwaailicht spoeden we ons naar een nog onbekende track buiten Moskou. De politie volgt.

Rond één uur ’s nachts arriveren we op een gladde strook asfalt bij vliegveld Vnoekovo. Duizenden toeschouwers, vele honderden auto’s staan daar al schots en scheef midden op de weg geparkeerd. Als startlijn dient een voetgangersbrug.

Het is BMW tegen Mercedes, Lada tegen Lada, Lada tegen gele Lamborghini: ze trekken scheurend op, verdwijnen achter de bocht. Wie wint? Niemand die het weet, het gaat om de auto’s en of ze mooi optrekken. Soms rijdt er plots een truck met bouwafval over de racebaan, een stomdronken blondine in witte bontjas werpt zich zwaaiend met zakdoek voor de aanstormende auto’s. Het loopt goed af.

Mag dat, vragen we de woordvoerder van de politie. ,,Straatracen mag bij park Sokol, ja. Onder streng toezicht.’’ Maar dit was elders, en de politie was erbij. ,,Vreemd, niemand heeft dat gemeld’’, zegt de woordvoerder. ,,Dus was er geen race wat ons betreft.’’ Gedogen op z’n Russisch. Tot de volgende crash.