Parkeren op eigen grond kost geld

Bewoners hebben ooit een eigen parkeerplaats gekocht.

Nu moeten ze daarvoor leges betalen en een vergunning kopen.

Automobilisten in het centrum van Amsterdam krijgen het binnenkort weer een beetje moeilijker. Zoals Paul Wijdeveld, bewoner van een appartement in de buurt van het Waterlooplein.

Hij heeft eind jaren negentig behalve zijn huis ook een parkeerplaats gekocht, voor ongeveer vijftienduizend euro, in de parkeerkelder onder het woongebouw Uilenburgerwerf. „Best luxe”, zegt hij. Hij hoeft niet, zoals vroeger, in zijn wijk rondjes te rijden op zoek naar een vrije plaats, maar kan al rijdend met één druk op de knop de deur van de parkeergarage openen en daar zijn Volkswagen stallen.

Het stadsdeel Centrum heeft nu echter bepaald dat Wijdeveld en zijn medebewoners moeten gaan betalen voor hun parkeerplaats. Elke vijf jaar moeten zij 270 euro ‘leges’ overmaken. Plus eenmalig 156 euro voor het aanvragen van de vergunning. De vereniging van eigenaren is gemaand een nieuwe vergunning aan te vragen voor alle 22 parkeerplaatsen onder het woongebouw.

Nu zijn de protesten losgebarsten. „Waarom moet ik gaan betalen voor iets wat al mijn eigendom is?” vraagt Paul Wijdeveld zich af. „Ook dit plan geeft weer eens aan dat een orgaan als het stadsdeel onvoldoende gekwalificeerd is om met dit soort problemen om te gaan.”

De vereniging van eigenaren van het woongebouw Uilenburgerwerf weigerde aanvankelijk de vergunning aan te vragen. Daarop werd haar een dwangsom aangezegd van maximaal 100.000 euro. De vereniging heeft nu alsnog een vergunning aangevraagd en tegelijk bezwaar aangetekend. Wat voorzitter Christoffel Klepper vooral zorgen baart, is dat zijn vereniging wordt gedwongen toe te zien op de betaling van de leges, het uitvoeren van de kentekenregistratie én het innen van de boetes, van wel duizend euro per plek per dag.

De onrust is ook tot de politiek doorgedrongen. „Het moet niet gekker worden”, schrijft gemeenteraadslid Robert Flos (VVD) in zijn weblog. „Stadsdeel Amsterdam-Centrum is weer eens bezig met handhaving.” En ironisch: „Schande dat iemand zijn eigen grond gebruikt om er een verderfelijke auto op te zetten!”

Ook in de deelraad zelf, die eerder akkoord ging met de nieuwe garageverordening, is gemor. „Dit is de complete gekte”, zegt Robert Sandelowksy, raadslid in het stadsdeel Centrum voor Opheffen, een partij die zich ten doel heeft gesteld het stadsdeelbestuur op te heffen. „Er is sprake van onteigening van privébezit. De mensen hebben een vergunning voor onbeperkte duur verkregen en nu is het hoppeta, betalen maar. Bovendien mogen eigenaren hun parkeerplaats niet meer verhuren. Veel mensen hebben een huis gekocht en betalen de hypotheek onder meer met geld uit de verhuur van hun parkeerplaats. Dat wordt hun nu afgenomen. ”

Verantwoordelijk portefeuillehouder van het stadsdeel Centrum is Anne Lize van der Stoel, nota bene van de VVD. Zij heeft haar woordvoerder gevraagd vragen over de kwestie af te handelen. Deze legt uit dat veel privéparkeerplaatsen in het Amsterdamse centrum niet als zodanig worden gebruikt. „Mensen bouwen de plaats soms helemaal om tot een appartement.” Ook beschikken de eigenaren van zo’n parkeerplaats niet zelden óók over een parkeervergunning op straat. En daar is veel vraag naar. „De wachttijd voor een parkeervergunning bedraagt in Amsterdam gemiddeld acht jaar”, zegt de woordvoerder. Alle reden dus om de controles op de privéplaatsen op te voeren. En om controle door vier ambtenaren te betalen, is de heffing ingesteld.

Het Amsterdamse college zou het besluit kunnen vernietigen. „Ik heb het stadsdeel om opheldering gevraagd”, schreef wethouder Tjeerd Herrema (PvdA) vorige week donderdag in zijn weblog. „De nu voorgestelde regeling lijkt door te schieten in regelzucht en hoge leges. Dat ondermijnt het draagvlak voor bewonersgarages waar bewoners vaak veel geld voor moeten neertellen.”

Lees meer over de wijziging van de garageverordening: www.centrum.amsterdam.nl/smartsite.dws?id=7476