Met 70 kilometer per uur in een sloep de diepte in

Gisteren ging de Efteling open, met de nieuwe attractie De Vliegende Hollander.

De attractie, met 20 miljoen de duurste ooit, zou eigenlijk een jaar geleden al opengaan.

Het moet de leukste baan in Nederland zijn: bedenker van attracties voor de Efteling. Olaf Vugts is directeur Marketing en Development voor het pretpark en reed in ontelbare achtbanen in Universal Studios en Disneyland, beide in Californië, om de nieuwste attractie De Vliegende Hollander te ontwikkelen.

Nu, een jaar na de eigenlijk geplande opening, staat Vugts trots te kijken naar de sloepjes die van de achtbaan met een klap en een opspattend gordijn van water in de vijver landen. „Ik ben zo blij als een kind”, zegt hij op het uitkijkterras van De Kombuys, de uitspanning naast de nieuwste attractie. Speciaal voor genodigden, fotografen, pers en onder meer een gelukkige schoolklas van basisschool De Vliegende Hollander is een testdag georganiseerd om de tot nu toe duurste Efteling-attractie (20 miljoen euro) uit te proberen.

De nieuwe aanwinst is gebaseerd op de legende van VOC-kapitein Willem van der Decken, die alle waarschuwingen om niet met Pasen uit te varen in de wind sloeg en sindsdien gedoemd is om met zijn spookschip te blijven ronddolen over de Zeven Zeeën. Wij, de bezoekers, worden in het verhaal geacht de vloek te trotseren en toch uit te varen.

De Efteling was na Villa Volta (1996), Vogel Rok (1998) en Pan-daDroom (2002) weer toe aan een nieuwe attractie. Net als voor Villa Volta, met het verhaal over De Bokkenrijders, werd gezocht naar een legende om het verhaal van de attractie kracht bij te zetten. Ook moest het net zo’n spannende trip worden als de bestaande Python en Pegasus, de twee achtbanen die gebroederlijk naast De Vliegende Hollander staan.

In het nagebouwde haventje is de ingang van de attractie, dat binnen het woonhuis en stamcafé van de overmoedige kapitein moet voorstellen. Slalommend worden we langs hekjes geleid, in jargon een walk-through genoemd, die stiekem ook bedoeld is om de rijen toekomstige bezoekers kwijt te kunnen. De details van zeventiende-eeuwse kruiken, schilderijen en een schatkist vol goud in een nis blinken uit in verzorgdheid „zoals we dat van de Efteling gewend zijn”, merkt een Efteling-deskundige op. Zij bezoekt al vijftien jaar met twee vriendinnen elk jaar de Efteling en zij mogen bij deze testdag niet ontbreken voor een gefundeerd oordeel.

In het decor van een haventje bij nacht mogen we plaatsnemen in een van de sloepen voor 14 personen, uitgevoerd als een echt VOC-roeibootje met lantaarn voorop. Alleen zitten in deze bootjes stevige beugels om straks de 2g-krachten van de achtbaan te trotseren.

Maar eerst varen we het haventje uit en drijven we door een inktzwarte, mistige nacht met plots opdoemende schepen aan de horizon en spookachtig luidende scheepsbellen – alleen dat is al goed voor gegriezel („Huuuu! O nee!”) aan boord van het sloepje. In het donker stort het bootje zich de diepte in (in jargon: een dark-ride), om uiteindelijk in plotseling fel daglicht op de achtbaan boven de vijver (dat heet officieel een watercoaster) uit te komen – dit alles met 70 kilometer per uur. Als finishing touch stort ons sloepje zich met een klap op het wateroppervlak, om de beroemde splash te realiseren: een hekgolf in perfecte V-vorm, essentieel om ouders een goed fotomoment te bieden bij de waterlanding van hun kinderen.

Gisteren is het pretparkseizoen begonnen en is de Efteling-attractie voor iedereen toegankelijk. De Efteling-deskundige trekt na de testrit haar deskundigengezicht en oordeelt: „Het is leuk, je wordt er niet misselijk van en het is niet extreem griezelig of eng – terwijl de onverwacht scherpe bocht extra verrassing oplevert.”

Dat in de Efteling niets aan het toeval wordt overgelaten en zelfs de vorm van de splash discussie oplevert, toonde de documentaire Pretpark Nederland (2006). Regisseur Michiel van Erp filmde het verdriet van marketingdirecteur Olaf Vugts als duidelijk wordt dat de opening van De Vliegende Hollander moet worden uitgesteld. „De boten klapten met te veel snelheid op de lift voor de achtbaan”, vertelt Vugts nu. Dat is verholpen, net als de splash die nu de vorm van een ‘v’ heeft in plaats van een ongecontroleerd bommetje.

Terwijl de eenden opstuiven als de volgende sloep het water raakt, heeft Vugts nog meer tips voor de optimale attractiebeleving: „De mooiste rit die ik ooit maakte, was ’s nachts. Dan zijn de lampen in de vijver aan en lijk je te vliegen in het lampenschijnsel en het maanlicht. Als in een sprookje.”