London Calling valt toch tegen

Matt van The Pigeon Detectives (Foto Isabel Nabuurs) 30-03-2007, Amsterdam Paradiso The Pigeon Detectives tijdens London Calling FOTO ISABEL NABUURS Nabuurs, Isabel

Concert: London Calling. Gehoord: 30, 31/3 Paradiso, Amsterdam.

De enige band op London Calling die de kledingadviezen van ‘modfather’ Paul Weller (‘Bespaar nooit op je podiumoutfit’) ter harte had genomen was de Amsterdamse groep Moke. In strak gestreken zwart liet de groep rond voorman Felix Maginn horen dat een Nederlandse band tegelijk Brits kan klinken en zich toch onderscheiden. Niet alleen in de kleding maar ook in het zwaardere geluid van de vijf muzikanten. Vergeleken bij de opgewonden jongemannenbandjes die de twee avonden van het festival dit keer domineerden, ontrolde het repertoire van Moke zich als een tank.

London Calling was dit keer al uitverkocht voordat het programma bekend was, en schopte het daarmee tot ‘hottest ticket in town’ van het afgelopen weekend. Maar ondanks de hooggespannen verwachtingen viel deze editie tegen. Van de tweeëntwintig optredende bands waren er maar enkele die de aandacht vasthielden. Van sommige kon worden vastgesteld dat ze nog niet toe waren aan het live-optreden (These New Puritans). Verder viel, afgezien van de opmerkelijke kapsels (lang van voren, kort van achter) ook de voorkeur op voor onmogelijke groepsnamen: niet iedereen zal de MySpace-pagina weten te vinden van We Are The Physics, The Victorian English Gentlemen’s Club of The Strange Death Of Liberal England.

Nee, dan Kate Nash. Deze 19-jarige Londense zangeres was wat hees omdat ze de vorige avond het tekenen van het platencontract had gevierd, maar liet toch horen dat we aan haar een ongepolijste versie van Lily Allen hebben: in kwebbelig Cockney bezingt ze de wederwaardigheden van haarzelf en haar vriendinnen, begeleid door gedeconstrueerde hiphop of een akoestische gitaar; in de juiste balans van stoer en lieflijk.

Er waren groepen in de categorie ‘keurig maar braaf’, zoals The Wombats en GoodBooks. En er was Air Traffic dat ook keurig was, maar zo trefzeker de piano-bombastkaart uitspeelde dat onmiddellijk Coldplay-achtige einders opdoemden – succes verzekerd. Er was chaos bij The Strange Death Of Liberal England en Ox.eagle.lion.man, enthousiaste kunstzinnigheid van The Victorian English Gentlemen’s Club, en melancholische rock van My Luminaries.

Zanger Matt van The Pigeon Detectives wond de zaal moeiteloos om zijn vinger. Dravend tussen de verschillende microfoons daagde hij het publiek uit, liet zich zoenen door de vrouwen en zoende zelf een mannelijke fan. Als appels van de boom vielen de stagedivers van het podium, terwijl de bandleden vrolijke maar onopvallende britpopliedjes speelde. Dwarser maar ook opwindend was We Are The Physics; voor hun kortademige riffs en krijszang stonden de stagedivers in de rij.

Het trio The Enemy, aangevoerd door een uitbundig platpratende zanger Tom, speelde snedige rock maar maakte niet duidelijk waarom er in Engeland zoveel om hun te doen is. Dat gold ook voor The Twang, deze week in de Britse hitparade met de single Wide Awake, dat zelf meer lol beleefde aan hun op de Happy Mondays geïnspireerde rammelrock-met-dronken-spraakwaterval dan de zaal.

Er was nog één band die aan haar kleding aandacht had besteed. The Long Blondes, voor de tweede keer op het festival, speelt Blondie-achtige new wave. Hier overtuigden de blote benen, gestoken in pumps en hotpants, zoveel meer dan de kwaliteit van het gitaarspel dat er sprake leek van afleidingstactiek.