Een ontevreden huiskat met een gouden baret op

Tijdens de week die ik bij mijn broer in Moskou doorbreng, zegt hij regelmatig ‘niet kijken’ tegen me. Er zijn veel dingen in deze stad waarvan hij het beter vindt dat ik ze niet zie. Hij kent me en weet dat ik nogal gevoelig ben voor bepaalde zaken, vooral voor oude mensen, zigeunertjes en kleine, zielige dieren.

Onhandig genoeg zijn er nogal veel oude mensen, zigeunertjes en kleine, zielige dieren in Moskou. En ze zijn overal. Gisteren liepen we over de Arbat, een grote winkelstraat waar bijna alleen maar winkels zijn die jade objecten verkopen. Er was ook een informele dierententoonstelling aan de gang. Een stuk of tien mensen hadden hun huisdier meegenomen, en je kon voor tien roebel (ongeveer dertig cent) op de foto met, bijvoorbeeld, hun dwergkonijn. Tot zover ging het nog wel. Maar ineens zei mijn broer: „Niet kijken.” Te laat. Ik had het al gezien: een klein, gelig hondje met een rode mensensjaal om, dat in een kartonnen doos zat te bibberen en angstig om zich heen keek.

Even later zaten we in de metro. „Niet kijken”, hoorde ik mijn broer zeggen, die tussen twee Russische oma’s weggemoffeld stond. Maar de metro was zo vol dat ik me niet kon omdraaien, en daar stond in volle glorie ineens een kleine zigeunerjongen voor me, met grote bruine ogen en natuurlijk een hoedje waar geld in moest. Wat gebeurde. Hij werd gevolgd door een meisje zonder benen, ook met hoedje.

Zo ging het maar door. Ik mocht niet kijken naar een alle dierenrechten overschrijdende act met een bruine beer, die plaatsvond naast de vlooienmarkt. Ik mocht niet kijken naar een affiche voor het ‘poezentheater’, met daarop een foto van een ontevreden huiskat met een gouden baret op. En ik mocht niet kijken naar een bedelares met een kartonnen bordje waarop stond ‘Mijn dochter gaat dood’. Helaas zag ik het allemaal, en als ik het niet zag, vertelde mijn broer me vijf minuten later toch maar wat ik gemist had.

Eén keer zag ik iets voordat hij het zag: twee kinderen, ieder met een ballon aan een touwtje. Op zich leuk, maar de ballonnen waren geknapt. De kinderen sleepten de uitgelubberde stukjes plastic achter zich aan en deden alsof het hondjes waren, die ze uitlieten. „Niet kijken”, zei ik tegen mijn broer. Maar ik was ook te laat.