Beleg in wapens en sla dan toe

Institutionele beleggers blijken te investeren in wapens en landmijnen.

Je kunt zeggen: niet doen! Maar je kunt hun macht ook ten goede gebruiken.

Vorige maand werd bekend dat Nederlandse institutionele beleggers geld verdienen aan landmijnen en clusterbommen. Door beleggers, maatschappelijke organisaties en de Tweede Kamer werd hierop geschokt gereageerd. Over één zaak lijkt iedereen het eens te zijn: als een bedrijf zijn voornaamste broodwinning haalt uit landmijnen, clusterwapens of ander wapentuig hoor je daar niet in te beleggen.

Maar wat doe je met bedrijven die ‘een beetje fout’ zijn? Vooralsnog heerst er bij de pensioenfondsen een calimeromentaliteit. Ze blijven beleggen in dit soort bedrijven, terwijl zij hun macht als aandeelhouder ook kunnen gebruiken om het bedrijf op een ander spoor te zetten.

De laatste jaren hebben aandeelhouders namelijk flink aan invloed gewonnen. Dit manifesteert zich in de zogenoemde hegdefondsen: aandeelhouders die aggressief beleggen voor een zo hoog mogelijk rendement door bedrijven stevig onder druk te zetten of zelfs op te splitsen.

Velen beschouwen dit als een negatieve ontwikkeling. Maar de toegenomen macht van aandeelhouders kan ook positief worden gebruikt. Semi-foute bedrijven kunnen immers zó worden opgesplitst dat de afgesplitste takken – die bijvoorbeeld landmijnen produceren – geïsoleerd raken en minder of geen kapitaalinjecties meer krijgen. Dat hoeft niet eens ten koste te gaan van het economisch functioneren van het bedrijf: zelfs het pensioenfonds ABP stelt dat duurzame bedrijfsvoering niet in rendement onderdoet voor minder duurzame concurrenten.

Vliegtuigbouwer Boeing is een goed voorbeeld van een bedrijf dat primair zijn geld verdient met de productie van vliegtuigen, maar dat ook belangen heeft in wapens. Als grote belegger heb je dan twee mogelijkheden. Eén is dat je het rendement opstrijkt en je ogen sluit voor de gang van zaken binnen het bedrijf. Een andere optie is dat je de macht die je als grootaandeelhouder hebt ten goede gebruikt. Met een aanmerkelijk belang en een goed verhaal kunnen andere aandeelhouders overgehaald worden om in te stemmen met het afstoten van belangen in wapens.

De Nederlandse pensioenfondsen vormen opgeteld een van de grootste beleggingsclubs ter wereld. Als zij hun krachten bundelen door, zeg 10 procent van hun vermogen in een nieuw, sociaal hedgefonds te steken, ontstaat er een fonds ter waarde van 70 miljard. Met eenzelfde strategie als de normale hedgefondsen kunnen bedrijven als Boeing dan onder druk worden gezet.

Wat nu als dit toch zodanig ten koste gaat van het rendement dat beleggers afhaken? Zou hier sprake van zijn, dan kwam kennelijk een groot deel van het rendement al uit foute activiteiten: daarin moet je sowieso niet willen investeren als belegger. Slaagt de sociale splitsing wel, dan heeft het bedrijf – naast een goed rendement uit normale bedrijfsactiviteiten – er ook een sterk marketingwapen bij: een duurzamere bedrijfsvoering. De imagowinst kan, in een tijd dat maatschappelijk verantwoord ondernemen steeds belangrijker is, enorm zijn.

Kortom, Nederlandse pensioenfondsen moeten af van hun calimero-mentaliteit. Zij kunnen samen een financiële vuist maken en zorgen dat bedrijven ‘verduurzamen’. Pas dan kunnen ze serieus invulling geven aan hun zelf uitgesproken wens om meer te doen aan maatschappelijk verantwoord ondernemen. Rendement is van belang, maar een leuke wereld voor de (klein)kinderen is minstens zo belangrijk.

Ruben Zandvliet is oud-voorzitter van de Jonge Socialisten en studeert rechten in Leiden.

De Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling promoot duurzaam beleggen. Kijk op: www.vbdo.nl