Arabieren aangezet Kirkuk te verlaten

De Iraakse regering is het eens geworden over een omstreden plan om Arabische inwoners van de Noord-Iraakse oliestad Kirkuk ertoe aan te zetten naar hun oorspronkelijke woonplaatsen in het zuiden van Irak terug te keren, zo is zaterdag bekend geworden. De Arabieren werden tientallen jaren geleden door het bewind van Saddam Hussein naar Kirkuk overgebracht om het overwegend Koerdische gebied te arabiseren, ten koste van Koerden en Turkmenen. Elke Arabische familie die weggaat, aldus het plan dat het kabinet vorige week aannam, krijgt een premie van 20 miljoen dinar (15.000 dollar) en een stuk grond.

Onder zware druk van de Koerden is in de grondwet een bepaling opgenomen dat de regering Saddam Husseins Arabiseringspolitiek moet terugdraaien. De Koerden, die Kirkuk bij hun autonome gebied willen trekken, zijn al sinds de omverwerping van Saddams bewind druk bezig met een eigen etnische zuivering waarbij Arabieren worden verdreven en Koerden teruggebracht. Voor het eind van het jaar moet volgens de grondwet een referendum in Kirkuk worden gehouden over de vraag of de stad moet worden ingelijfd in de Koerdische autonomie in Noord-Irak. Volgens diverse bronnen zijn al honderdduizenden Koerden naar Kirkuk overgebracht, en er bestaat geen twijfel over de uitkomst van het referendum. Koerdische leiders hebben Kirkuk van meet af aan voor Koerdistan opgeëist.

Het regeringsplan werd zaterdag bevestigd door de sunnitische minister van Justitie, Hashem al-Shebli, die het plan noemde als een van de redenen waarom hij zijn ontslag had aangeboden. Shebli’s partij, de seculiere Iraakse Nationale Lijst, is ertegen gekant, onder andere omdat de eigendomsrechten niet goed worden geregeld. Ook verscheidene sunnitische en shi’itische parlementsleden zijn tegen. Zij voeren aan dat Kirkuk een Iraakse stad is, geen Koerdische. Oppositievertegenwoordigers zeiden bang te zijn dat hierdoor de tegenstellingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen alleen maar zullen toenemen.

Ondanks het grote Amerikaans-Iraakse veiligheidsoffensief in de hoofdstad Bagdad is het aantal dodelijke slachtoffers van geweld in het land vorige maand met 15 procent toegenomen in vergelijking met februari. Het geweld in Bagdad is wel enigszins afgenomen, maar het aantal aanslagen in de omgeving is gegroeid. Zo vielen dinsdag volgens de laatste cijfers 152 doden bij een aan sunnieten toegeschreven bomaanslag in Tal Afar ten noorden van Bagdad, waarna shi’itische agenten uit wraak 45 sunnitische burgers doodschoten.

Volgens het Iraakse ministerie van Defensie zijn in maart in totaal 2.078 mensen door aanslagen en aanvallen om het leven gekomen, wat neerkomt op gemiddeld 67 per dag, tegen 64 in februari. Het aantal vermeende terroristen en rebellen dat is gedood was 481 in maart, tegen 586 in februari. De cijfers over dodelijke slachtoffers van de Verenigde Naties, die doorgaans hoger liggen dan die van de regering, zijn nog niet gepubliceerd. (AP, AFP, Reuters)