Wachten op de ondertiteling

De Franstalige Zwitsers moesten dertien maanden wachten op ondertiteling van de film ‘Vitus’, de Zwitserse, Duitstalige succesfilm van vorig jaar. „Er is geen filmklimaat.”

Meer dan een jaar hebben de Franstalige Zwitsers op het wonder gewacht. Dat wonder heette Vitus, gemaakt door regisseur Fredi Murer.

„De beste Zwitserse film van het jaar”, schreven recensenten in Duitstalige kranten begin februari 2006, toen Vitus net uitkwam. Deze ontroerende film over een hoogbegaafd Zwitsers jongetje dat alleen iets van zijn leven kan maken door net te doen alsof hij ‘normaal’ is, miste op een haar na de Oscar-nominatie voor beste buitenlandse film. In Duitstalig Zwitserland trok Vitus in 2006 200.000 bezoekers. De film werd aan veertig landen verkocht – een unicum voor een Zwitserse film. Maar pas na dertien maanden kregen de Franstalige Zwitsers Vitus ook te zien. De hype is intussen overgewaaid.

Zwitsers kunnen behoorlijk chauvinistisch zijn. Maar het land bestaat eigenlijk uit drie landjes: een Duitstalig, Franstalig en Italiaanstalig deel. Vandaar dat het nooit vanzelfsprekend is geweest dat Zwitserse films in alle landstalen werden vertaald. Zwitserse films waren tot voor kort niet zo succesvol, ook niet in eigen land.

In 2004 ging maar 2,5 procent van de filmbezoekers naar een Zwitserse film. Om in zo’n kleine markt een film van ondertiteling te voorzien, is commercieel zelfmoord. Het kostte 35.000 euro om Vitus Franse ondertitels te geven. Maar in 2005 ging ineens 5,9 procent van de Zwitserse filmbezoekers een film uit eigen land zien. En in 2006 nog meer: 10 procent. Dat was mede te danken aan Grounding, het docudrama over de teloorgang van de luchtvaartmaatschappij Swissair (400.000 bezoekers), aan Die Herbstzeitlosen (een film over vier kwieke oma’s: 300.000 bezoekers), en aan Vitus.

Grounding werd bijna niet in Franstalig Zwitserland uitgebracht, ook al ging de film over één van de grootste nationale trauma’s uit de moderne geschiedenis. In 2003 was de Duitstalige kaskraker Achtung, fertig, Charlie! namelijk zo’n flop geworden bij de Franstaligen, dat niemand nog eens zo’n risico durfde te nemen. Maar door de politieke debatten die Grounding al van tevoren losmaakte over de rol van de banken bij Swissairs faillissement, gebeurde het toch, met steun uit een nieuw, federaal potje voor vertalingen – al na zes weken. Andere films wachten maanden op ondertitels.

Het federale vertaalpotje is een teken dat de Zwitserse film in de lift zit. Vooral in Duitstalig Zwitserland is een generatie filmmakers opgestaan die steeds meer internationale prijzen in de wacht sleept (tien in 2005 en 37 in 2006). Volgens Micha Schiwow van het promotiebureau Swiss Films zijn „Zwitserse films booming. Ze doen het goed in eigen land en worden in het buitenland eindelijk ook opgemerkt.”

In het kielzog van nieuw talent als Michael Steiner (Grounding, Mein Name ist Augen) en Andrea Staka (Das Fräulein) krijgen ook oudere filmmakers als Fredi Murer eindelijk de aandacht die ze verdienen. Murer, 66, zei onlangs dat hij nu kan beginnen om zijn pensioen op te bouwen. In zijn film worstelt de jonge Vitus met yuppie-ouders die alles uit hem willen slepen wat erin zit. De enige die niets van Vitus verwacht, is zijn grootvader (Bruno Ganz). De film is naïevig en voorspelbaar, maar de personages zijn zo goed gecast dat Vitus boeit en ontroert tot het eind.

Omdat zoveel landen de film kochten, dachten de Zwitsers dat Franstalige ondertitels niet nodig waren. Als de Fransen hem kochten, waren de Franstalige Zwitsers meteen bediend. Maar de Fransen talmden. Er verschenen vinnige stukjes in de Franstalige pers over de slechte filmdistributie en -promotie in Zwitserland. En Vitus bleef prijzen winnen. Toen hij in december nóg niet in Frankrijk te zien was, besloot de Zwitserse distributeur het zelf maar te doen. Het werd te pijnlijk.

Wat dat oplevert, moet nog blijken. Maar dat de bioscoop bijna leeg is bij het bekijken van de film dinsdag in Genève belooft weinig goeds. Dat zegt iets over dit land. In Zwitserland, concludeerde de distributeur onlangs, „is er geen nationaal debat over films. Elke taalgemeenschap heeft zijn eigen, interne debatjes.”