Vesuvius

Joyce Roodnat wandelt door nederland en de rest van de wereld. Deze week op een vulkaan in Italië

Het stormt wat op de flanken van de Vesuvius. Wind rammelt aan de takken van de acacia’s. Hun zorgelijk gegroefde stammen knarsen, het kreupelhout doet mee. Sommige stammen dragen bodywarmers van klimop, de eeuwig groene blaadjes bibberen massaal.

Hier gaat het om zicht op de top van de Vesuvius: ‘Vulkaan, aangenaam’. Die bult waarin een kuil met kartelrand is uitgesneden, herbergt de krater. Het leeft daar. In dat enorme gat stijgen onafgebroken slierten rook op vanachter de richels – ik heb het gisteren zelf gezien. Ik wilde nog even dansen op de rand, maar man stond niet toe dat ik over het hekje klom.

Loop je over de hellingen van dit gebergte dan vertoont de geblutste vulkaantop zich telkens weer, tussen de bomen door, of om de scherpe hoek van een rots, en ook achter een bocht van het scherp stijgende of dito dalende pad.

We volgen een route die de Unesco heeft uitgezet, onder andere langs een voormalig in de berg uitgehakt spoorlijntje. Dit holle pad klimt naar een magnifiek uitzicht: verweg in de diepte hangt de Golf van Napels als een diva op een divan. Afwisselend azuur en rookgrijs krult zij langs de kust van de potdicht bebouwde kom van Napels. Een schip met een rode borst ligt voor anker in haar decolleté.

De Unesco heeft hier een bankje neergezet – wat wil je, met zo’n bella panorama – en daarop zit een ultrajong stel elkaar aan te halen. Even later gaan ons drie ruiters voorbij, de magere paarden zwikken op hun hoeven over de keien. Hun manen wapperen op, die van hun berijders zitten onder stetson-hoeden. Prima figuratie, vandaag.

Na wat gewurm door de bosjes passeren we een verlaten hotel. Eens iets van livreien en alfa romeo’s, ligt het nu in scherven en bladders. De christus van smoezelig suikergoed in de voorhof begroet ons met gespreide armen. Aan zijn buitensporige voeten koestert hij een beeldbuis.

Zijn effect kan niet op tegen de lavastroom. De zwartstenen golven dragen schuimkoppen van zachtgroen mos. Koud en hard wordt hier met brokken en stukken gemarkeerd hoe eens de lava, niet koud en zwart maar roodgloeiend en vloeibaar, breeduit naar beneden gulpte.

Dit is gestold geweld. Eronder, in het dal, liggen duizenden huizen. Ik onderscheid een zwembad, een manege. Mocht de Vesuvius opnieuw serieus uitbarsten, wat dan? Wat gebeurt er dan met de dorpen in het dal, met de palazzo’s van Napels, met de akkertjes en de bouwputten? Een meneer van hier is daar duidelijk over. Dan wordt het dag allemaal, zegt hij: „Ciaò tutti”.

Combinatie van, delen van, drie Unescowandelingen: ‘Il trenino a Cremagliera’, ‘Il fiume di lava’ en ‘La Riserva Tirone’. Plattegronden op borden bij de parkeerplaats nabij de krater. En: www.parks.it/parco.nazionale.vesuvio