Veel Irakezen voorlopig niet uitgezet

Irakezen kunnen vanaf nu een tijdelijke verblijfsvergunning aanvragen in Nederland, tenzij zij afkomstig zijn uit de merendeels Koerdische streken in het noorden van Irak.

Dat heeft premier Balkenende gisteren meegedeeld na afloop van de wekelijkse ministerraad.

Het besluit is gisteren genomen naar aanleiding van een ambtsbericht van het ministerie van Buitenlandse zaken over Irak, waarin een indruk werd gegeven van de slechte veiligheidssituatie in Irak. Ook Irakezen uit de hoofdstad Bagdad, en uit het zuiden van het land (Basra) komen volgens het kabinet voor tijdelijk verblijf in Nederland in aanmerking.

De bescherming die Nederland aldus wil bieden – de formele term daarvoor is ‘categoriale bescherming’ – geldt niet voor personen welke aan andere EU-lidstaten overgedragen kunnen worden, die van oorlogsmisdaden kunnen worden verdacht of die criminele antecedenten hebben.

Uit de toelichtingen van premier Balkenende op de genomen stap kwam naar voren dat Nederland zijn beleid ten aanzien van de Irakezen zelfstandig heeft bepaald, zonder voorafgaande afstemming met andere EU-landen. Dit ondanks dat de Nederlandse regering voor de toekomst een gemeenschappelijk Europees asiel- en immigratiebeleid bepleit. Desondanks liet de regering gisteren in een communiqué weten, „streeft het kabinet onverminderd Europese harmonisering na”.

Woensdag debatteert de Tweede Kamer over de politieke steun aan de inval in Irak in 2003, naar aanleiding van een nog te verschijnen brief van de regering over een recente uitzending van het KRO-televisieprogramma Reporter. Daarin werd gesteld dat de regering de Kamer in 2003 onvolledig geïnformeerd heeft over die politieke steun, door niet te melden dat de Amerikanen aanvankelijk om militaire steun hadden gevraagd. Bovendien was geen melding gemaakt van destijds overheersend ongeloof over de aanwezigheid van massavernietigingswapens, die de rechtvaardiging van de inval vormden.

De premier, die zich steeds heeft verzet tegen verder onderzoek naar de beweegredenen van de politieke steun, wilde in afwachting van de brief slechts zeggen dat het standpunt van de regering in dezen ongewijzigd is.