Twee eiwitten bepalen hoe lang bloedplaatjes leven

Bloedplaatjes, kernloze cellen die het bloed laten stollen als dat nodig is, gaan van nature na een dag of tien dood. Dit is het gevolg, ontdekte Australische onderzoekers, van de wisselwerking tussen twee eiwitten. Het ene eiwit is een ‘overlevingseiwit’ dat tijdens het plaatjesleven geleidelijk in activiteit afneemt, waardoor een tweede eiwit de kans krijgt om apoptose – geprogrammeerde celdood – op gang te brengen (Cell, 22 maart).

Bloedplaatjes zijn onmisbaar om bloedingen te stoppen. In een kubieke millimeter bloed zitten ruim honderd miljoen bloedplaatjes. Het beenmerg maakt voortdurend enorme hoeveelheden nieuwe aan. De ‘oude’ plaatjes gaan – net als andere cellen – aan het eind van hun leven geprogrammeerd dood. Normaal gesproken staat die apoptose onder genetische controle vanuit de celkern. Maar bloedplaatjes hebben geen kern. De vraag was daarom hoe hun levensduur gereguleerd is.

De Australische onderzoekers ontdekten dat er twee levensduurbepalende ‘klokeiwitten’ in het spel zijn. De werking van de eiwitten is bovendien te beïnvloeden. Daardoor is de ontdekking bruikbaar voor de diagnose en behandeling van ziekten waarbij de normale aantallen bloedplaatjes verstoord zijn, wat tot overmatige of gebrekkige stolling leidt.

De onderzoekers vonden beide eiwitten door muizenmannetjes bloot te stellen aan een stof die genetische mutaties veroorzaakt. Ze keken bij nakomelingen welke dieren te weinig bloedplaatjes (trombocytopenie) hadden. Die dieren hadden een gemuteerd eiwit dat al bekend was onder de naam Bcl-xL. Bij analyse bleek dat de dieren wel een normale hoeveelheid bloedplaatjes maakten, maar dat de plaatjes zo kort leefden dat er toch een tekort ontstond. Toen viel het kwartje: Bcl-xL wordt aan de plaatjes meegegeven als een factor die plaatjes in leven houdt.

De Australiërs toonden daarna de wisselwerking van Bcl-xL met het apoptose-inducerende eiwit Bak aan. Doordat de hoeveelheid Bcl-xL geleidelijk afneemt, krijgt Bak de overhand en gaat de cel dood.

Deze vondst biedt de mogelijkheid om de levensduur van plaatjes uit donorbloed te verlengen door extra Bcl-xL toe te voegen of de werking van Bak te blokkeren. Een verlenging van de bewaartermijn van vijf dagen naar bijvoorbeeld acht dagen, zou het werk van bloedbanken aanzienlijk verlichten. Gedoneerde bloedplaatjes worden onder andere gebruikt voor kankerpatiënten die door chemotherapie vaak tekort aan bloedplaatjes krijgen. Huup Dassen