Turkse lezer gelooft in boek Mak

Parijs, 31 maart. - „Van alles wat een mens in zijn leven moet bouwen zou je zeggen dat er niets mooiers, niets kostbaarders is dan een brug”, schrijft Ivo Andric in De brug over de Drina. Die opvatting lijkt Geert Mak te delen, alleen bestaat voor hem een brug niet slechts in relatie tot zijn verleden, maar ook, en vooral, dankzij de mensen die eroverheen gaan of die er zelfs op leven. In zijn boek De brug introduceert hij de lezer op voet van gelijkheid in het universum van de kleine man van Istanbul die zijn brood verdient op de Galatabrug. Wij leren een heleboel personages kennen: clandestiene parfum- en sigarettenverkopers, een blinde fluitspeler, kruiers, een stelletje vissers en een kelner, ieder met een eigen verhaal. De auteur heeft alle aandacht voor deze in de marge levende figuren, en hij tekent vol mededogen niet alleen hun dagelijkse misère op, maar ook hun hoop. Hij beziet hun hachelijke bestaan en hun levenswijze, en vertelt ons met oog voor detail en soms ook humor over hun leven in de hel van Istanbul, dat de hoofdstad van twee grote rijken is geweest alvorens een reuzenstad te worden die, in de woorden van de Spaanse schrijver Juan Goytisolo, ‘een dierlijke energie’ uitstraalt.

Bij Andric is de metafoor een heel andere dan bij Mak. Ook Mak beschrijft als een minutieuze chroniqueur de lotgevallen van de brug in de loop van de tijd als eigenlijke hoofdrolspeler van het verhaal, waarbij het accent valt op de mensen van wie de wederwaardigheden samenvallen met die van de brug. Maar hij laat ons tegelijkertijd de ‘menselijke landschappen’ van het huidige Turkije zien in de trant van een Nazim Hikmet. Ik moet bekennen dat ik zeer ingenomen ben met die naar het leven geschilderde portretten, die stuk voor stuk een romanoptreden waardig zijn.

De brug is beslist geen roman in de letterlijke – en literaire – zin van het woord; je zou het beter een reportage kunnen noemen. Maar zijn betrokkenheid bij het leven van de gepresenteerde personages is die van een roman, alleen zijn de personages hier niet fictief. Die zo boeiende personages zijn feitelijk alleen maar slachtoffers van de uittocht van het platteland die Turkije de laatste jaren beleeft, vooral als gevolg van het Koerdische conflict, dat het zuidoosten van het land nog altijd in lichterlaaie zet.

Ik weet niet of Geert Mak mijn eerste boek heeft gelezen, dat in het Nederlands is vertaald (Een lange zomer in Istanbul, Meulenhoff, Amsterdam 1984); ik denk het niet, anders had hij het wel genoemd. Daarin gaat het over de Galatabrug tijdens de periode van repressie die begon met de militaire staatsgreep van 12 maart 1971, die een ramp was voor mijn generatie. Hij blijkt op het goede idee te zijn gekomen om de geschiedenis van de brug te combineren met die van de stad, zoals ik in mijn boek op meer allegorische, en beslist minder geslaagde wijze heb proberen te doen. Elders heb ik al geschreven dat een brug niet alleen twee oevers verbindt, maar ook mensen onderling. Geert Mak weet dat, en hij heeft de Galatabrug over de Gouden Hoorn opgevat als een metafoor voor onze wereld in wording. Leonardo da Vinci droomde al van een brug over de Gouden Hoorn; hij heeft de sultan daarover een brief geschreven, waarop helaas nooit antwoord is gekomen. Dat is nu voor elkaar; met drie bruggen over de Gouden Hoorn en nog twee over de Bosporus kun je als je wakker wordt de stad de woorden van Apollinaire toeroepen, mits je daarin ‘Eiffel’ vervangt door ‘Galata’: „Bergère ô tour de Galata le troupeau des ponts bêle ce matin’’ (Herderin o Galatatoren de kudde bruggen blaat vanmorgen).

Vertaling Jaap Engelsman. Nedim Gürsel (1951) is schrijver. Lees een interview met Nedim Gürsel (CS, 23-01-2004) via www.nrc.nl/kunst.