Tropenpunt

Een groter contrast is nauwelijks denkbaar. De ene buurvrouw is een oudere dame die een kilo of wat te zwaar is en dol is op sieraden. De ander is jong en slank en houdt niet van opsmuk. Maar als je ze samen ziet, valt direct op dat ze zo’n harmonieuze indruk maken.

Aan de ene kant van het plantsoen het imposante Koninklijk Instituut voor de Tropen, in 1926 gebouwd naar een ontwerp van Van Nieukerken, en destijds door minstens tien beeldhouwers uitbundig versierd met decoraties die verwijzen naar de koloniale geschiedenis.

Aan de andere kant het moderne, strakke Tropenpunt, in 2002 gebouwd naar een ontwerp van Eric van Egeraat. Het één is moeizaam opgebouwd, het ander soepel neergezet.

Toch is het Tropenpunt ook versierd, maar zo subtiel dat je heel goed moet kijken. Zodra er een wolk voor het flauwe voorjaarszonnetje schuift, veranderen het zwarte leisteen en het grijze aluminium opeens van kleur.

Of kijk naar al dat glas; al die ramen hebben verschillende afmetingen. Als je in de welving van het pand staat en je kijkt omhoog, lijkt het net of de etages schots en scheef op elkaar staan. Maar doe je een paar passen opzij, dan krijg je een heel ander effect. En hoe zit het met die knik in het gebouw, die je eigenlijk alleen maar ziet als je aan komt lopen vanaf de Singelgracht aan de overkant? Zit die er echt, of is het optisch bedrog?

Mauritskade 74, een van de appartementen in het Tropenpunt, is te koop. Twee slaapkamers, een badkamer, een half-open keuken, een inpandige loggia – tot zover is het een gewoon appartement. Maar dan de woonkamer, die met 60 vierkante meter bijna de helft van het vloeroppervlak beslaat. Lange rijen ramen aan maar liefst drie zijden bieden een adembenemend uitzicht op de Singelgracht met de molen, het Oosterpark en natuurlijk op die dikke en belangrijke overbuurvrouw, die ’s avonds in de schijnwerpers staat.

Nu schijnt toevallig de zon, maar straks striemt de regen weer tegen de ruiten. Je zou wel gek zijn om gordijnen te kopen. Dat geld kun je beter gebruiken om iemand in te huren die af en toe je ramen komt zemen.

Op de gevel van een van de buurpanden staat een citaat van Nescio, dat eindigt met de woorden van zijn romanpersonage Bekker: ‘t Is hier goeie. Zoo moest ’t maar blijven.’

Wilma van Hoeflaken

Foto Maarten van Haaff