Sharon Dijksma

Sharon Dijksma, de nieuwe staatssecretaris voor onderwijs, zocht onlangs de publiciteit met het plan om peuters een taaltoets af te nemen. Dit plan was al veel eerder gelanceerd en vervolgens opgeborgen in een la waar de nieuwe staatssecretaris, bij haar komst op het ministerie, het blijkbaar heeft aangetroffen.

Taalachterstand doet zich vooral voor in immigrantengezinnen. Ik dacht dat we, met dank aan Fortuyn, hier geen doekjes om hoefden te winden, maar nog steeds blijkt in dit soort discussies de duivel van de politieke correctheid niet te zijn bezworen. Dus wordt het voornemen voor een taaltoets niet gepresenteerd als specifiek van belang voor kinderen van immigranten, maar ook de bewoners van Zuid-Limburg en Oost-Groningen worden toegevoegd aan de lijst van Nederlanders met een taalhandicap. Zo worden ongelijke monniken van gelijke kappen voorzien.

Enige tijd geleden verdedigde Dijksma haar voornemen van een taaltoets bij Pauw en Witteman. Het werd haar daarbij bepaald niet gemakkelijk gemaakt, maar dat kwam vooral door de wijze waarop zij reageerde op kritische opmerkingen. Daarmee dreef zij zichzelf steeds weer in het nauw. Gezien dit zwakke optreden is het onvoorstelbaar dat zij ooit in beeld is geweest voor de functie van fractieleider, waarbij je bepaald wel voor hetere vuren komt te staan. Logisch dan ook dat zij die baan niet kreeg, maar, zoals dat in de politiek nu eenmaal gaat, voor dit trouwe, altijd loyale PvdA-fractielid diende iets anders te worden gevonden, en dat werd een staatssecretariaat voor onderwijs. Een wonderlijk besluit omdat blijkbaar niemand heeft voorzien dat dit staatssecretariaat Dijksma en haar partij de nodige moeilijkheden zal gaan bezorgen.

Op de website van de PvdA staat vermeld: “Op initiatief van de PvdA gaat de Tweede Kamer de hervormingen in het onderwijs van de afgelopen twintig jaar onderzoeken. Het gaat bijvoorbeeld om hervormingen als de basisvorming, het studiehuis, het vmbo en het nieuwe leren.”

In de loop van dit onderzoek komt ongetwijfeld ook in beeld de rol die Dijksma bij deze vernieuwingen heeft gespeeld. Als woordvoerder onderwijs in de Tweede Kamer was zij een pleitbezorger van eerst de basisvorming en vervolgens het vmbo met argumenten die volstrekt in strijd waren met de werkelijke ontwikkelingen in het onderwijs. Terwijl de scholen de wet op de basisvorming als onuitvoerbaar naast zich neerlegden, wist zij te melden dat de invoering ervan voorspoedig verliep en dat de basisvorming conform de intentie van die wet leidde tot uitstel van schoolkeuze, terwijl in werkelijkheid het tegendeel het geval was.

Na de invoering van het vmbo bekritiseerde zij het beleid van scholen die de doorstroming van mavo naar havo propageerden en vroeg staatssecretaris Adelmund daartegen op te treden, terwijl bij de invoering van het vmbo uitdrukkelijk was bedongen dat die doorstroming mogelijk moest blijven.

Zij stelde gloedvol de leerachterstanden van meisjes aan de kaak, terwijl meisjes niet een achterstand, maar juist een voorsprong hadden. Ook hier weer politiek correct geleuter.

Met de rol die zij heeft gespeeld in de Kamerdiscussies over de basisvorming en het vmbo, en met haar ontstellende gebrek aan kennis van zaken, heeft zij in hoge mate bijgedragen aan de problemen waar het onderwijs nu mee worstelt. Als het onderzoek dat haar partij bepleit ook werkelijk wordt uitgevoerd zal dat haar positie onmogelijk maken. Nog voor er een schot is gelost, is ze al aangeschoten wild. En wat mij nou verbaast, is dat blijkbaar niemand dit heeft voorzien.

lgm.prick@worldonline.nl