Paddo’s horen niet vrij verkrijgbaar te zijn

Moeten hallucinogene paddestoelen vrij verkrijgbaar blijven? Met het antwoord ‘nee, verbieden’ won Fred Teeven (VVD) deze week de dagelijkse nieuwsrace voor Kamerleden. Aanleiding was een minderjarige Franse toeriste die een experiment met paddo’s in Amsterdam met de dood moest bekopen. Zijn oordeel werd gedeeld door CDA, PVV en CU. Recht en orde, normen en waarden, controleren en handhaven – de politieke meerderheid rekent dezer dagen verder af met gegroeide praktijken van de laatste decennia. Het individu dat gewend is in vrijheid voor zichzelf te beslissen ziet het met argwaan aan. De overheid als zedenmeester met iedere dag een nieuwe regel – het is geen wenkend perspectief. En niet alleen omdat papier geduldig is en handhaven duur en ingewikkeld.

Gegroeide praktijken opnieuw kritisch beoordelen is echter geboden, zeker als er een dode is gevallen. Weliswaar zijn zelfbeschikking en de autonomie van het individu belangrijke waarden. Maar duidelijke normen, gesteund en uitgedragen door de staat, zijn eveneens belangrijk in een welvarende samenleving die internationaler wordt, individualistischer en minder homogeen.

Het gebruik van psychotrope paddestoelen is voor de volksgezondheid geen groot kwaad, zo luidde de officiële taxatie volgens een inspectierapport uit 2000. De kans op lichamelijke of geestelijke afhankelijkheid is klein. De bijwerkingen zijn beperkt tot mogelijke paniek- of angstaanvallen. Het wordt weinig gebruikt. De klanten zijn niet erg kwetsbaar. Het aantal en de ernst van de incidenten vielen mee. Althans dat was tot 2000 het geval. Inmiddels zijn er drie sterfgevallen bekend waarbij hallucineren door paddogebruik een rol speelde.

De paddohandel kan bloeien in de pragmatische bestuurscultuur die in Nederland gebruikelijk is. Door een vooral technische uitleg van de opiumwet stelde de Hoge Raad in 2002 vast dat dergelijke paddenstoelen alleen verboden zijn als ze zijn gedroogd, gestampt, gemalen of in etenswaren verwerkt. In de natuurlijke vorm van verse paddenstoelen mogen de hallucinogene stoffen niet tegengehouden worden. De werkzame stof psilocybine geldt wel als harddrug en is verboden, net als LSD en XTC. Een typisch voorbeeld van een technisch hiaat in de wet: hier slipte een harddrug door de maas van de wet.

En zo kennen we, overigens pas sinds 1994, een groeiend aantal commerciële ‘smartshops’ die het gebruik van deze verboden stof in legale vorm aanmoedigen. De essentie van koophandel is immers het streven naar winst en omzetgroei en dus het steeds werven van nieuwe klanten die nog niet op hun behoefte aan hallucinerende middelen zijn gewezen.

Deze praktijk wordt verdedigd met het argument dat gebruik van deze drugs anders ‘toch ook’ zou doorgaan, maar dan in het verborgene. De voorlichting van de winkelier zou preventief werken. De winkel waar de minderjarige Franse toeriste haar genotmiddel aanschafte biedt inderdaad een deels Engelstalige ‘experience guide’ aan die gebruik afraadt onder allerlei omstandigheden, onder meer bij een ‘psychotische aanleg’. „Dat kan voor onverwachte gevolgen zorgen!’’

Dat is dubbelzinnig: paddo’s worden juist aangeschaft wegens de onverwachte gevolgen. Adviezen om matig of verstandig te gebruiken zijn in tegenspraak met de aard van het middel. In beginsel onkundige gebruikers lopen een reële kans op angst- en paniekaanvallen. Wie een psychotische aanleg heeft, kan in ernstige geestelijke problemen komen. De debutant kan zich er alleen tegen beveiligen door in een vertrouwde omgeving te gebruiken. Dat maakt het per definitie riskant voor toeristen of reizigers. Er is derhalve geen reden om verse paddo’s anders te behandelen dan LSD of XTC. Paddo’s zijn in iedere vorm te gevaarlijk om vrij te verhandelen.