Oranje?

De aanpak van bondscoach Marco van Basten en het spel van Oranje staan bloot aan kritiek. Kijken volgers van het voetbal nog met plezier naar Oranje?

Ton Boot, basketbalcoach: „Het spel is niet van een hoogstaand niveau. Maar het verwachtingspatroon rond nationale elftallen, ook het Nederlandse, is altijd veel te hoog. Deze groep is niet zo goed als het publiek en de spelers zelf denken dat ze zijn. Dan valt het altijd tegen. Mij valt het niet tegen, mijn verwachtingspatroon is lager. Dat heeft te maken met de kwaliteit van de Nederlandse spelers, die internationaal gezien middelmatig is. Niet te vergelijken met de spelers in 1998 (halve finale WK, red.) of in 1988 (Europees kampioen, red.), toen de kwaliteit veel hoger was. Neem Wesley Sneijder, ons ‘grootste talent’ nu Van Persie er tijdelijk niet bij is. Wat presteert Sneijder nou in internationale wedstrijden? De redenen achter het wisselende selectiebeleid ken ik niet. Dat is van buiten moeilijk te beoordelen. Automatismen tussen spelers ontwikkelen is sowieso moeilijk bij een nationaal elftal.”

Cor van der Geest, judocoach: „Als ze zoveel kansen krijgen als tegen Slovenië en de bal gaat er niet in, ben ik een mopperende liefhebber. De spelers werken heel hard. Misschien moeten we toegeven dat ze niet goed genoeg zijn. Vedettes moet je altijd opstellen, maar ik zie ze niet. Seedorf, Van Bommel en Van Nistelrooy hebben het niet gedaan voor Oranje. Ik zie ook geen persoonlijkheden, zoals vroeger Cruijff of Van Hanegem. Dan kwam er echt iets het veld op. Wat moet je als coach zonder grote vedetten? Dan ga je iets nieuws proberen. Ik geloof niet dat Van Basten alles fout doet. Als hij het hele elftal omgooit na de wedstrijd tegen Roemenië, omdat hij spelers rust wil geven en veel spelers kwalitatief dicht bij elkaar zitten, klinkt dat niet dom. Voetbalkennis heeft hij zonder meer. Ik heb wel twijfels over het aanstellen van een onervaren coach op zo’n positie. Als ik Van Basten was geweest, had ik mensen met meer ervaring om me heen verzameld. Iemand als Foppe de Haan als assistent.”

Arnold Vanderlyde, oud-bokser: „Het spel is niet spraakmakend. Pressievoetbal, de regie in handen houden en de tegenstander vastzetten zoals in 1974 en 1978, dat zie je niet meer. De Nederlandse instelling is dat we kampioen moeten worden met het mooiste voetbal. Dat is onze sterkte én zwakte. We zitten nu in een opbouwfase en moeten de lat niet te hoog leggen. Individuele kwaliteiten zijn er wel, maar als team is Oranje middelmatig. Er is geen identiteit in de groep. Zolang de resultaten goed zijn, moet je Van Basten de tijd en ruimte geven. In andere landen zijn ze al tevreden met het resultaat, wij willen ook schoonheid. Daarvoor moeten we geduld hebben. Van Basten moet wel op zoek gaan naar vaste patronen en automatismen. Hij kan niet blijven wisselen. Hij is niet altijd te vatten in zijn keuzes, omdat hij aan zijn overtuiging vasthoudt. Dat is ook zijn kracht.”

Erben Wennemars, schaatser: „Alleen de eindtoernooien vind ik echt interessant, de kwalificatiewedstrijden minder. Maar ik kijk wel. Het is toch het Nederlands elftal. De speelstijl van dit Oranje biedt niet veel amusement. Dat resultaatvoetbal is niks. Maar ja, het belangrijkste is dat ze winnen en dat gaat redelijk. Wat betreft het selectiebeleid vind ik dat Van Basten altijd moet blijven praten om spelers als Van Nistelrooy, Van Bommel en Seedorf erbij te halen. De beste spelers moeten gewoon spelen; die hebben ook meer uitstraling. Vaak zijn ze moeilijker, maar het is juist de kracht van een coach om dat soort jongens in toom te houden. Van Basten was ook niet de makkelijkste speler.”

Marc Lammers, bondscoach hockeyvrouwen: „Het spel van Oranje mag wel wat frivoler en wat minder op resultaat gericht. Er mag wat meer gekeken worden naar het genieten van het spel. De spelers moeten meer acties en fouten durven maken. Maar dat heeft ook te maken met de druk van de buitenwereld. Het selectiebeleid? Natuurlijk heeft Van Basten te maken met schorsingen en blessures, maar ik mis wel continuïteit. Kijkend naar mijn eigen team, vind ik een vaste basis belangrijk. Wisselingen kunnen een nieuwe impuls geven, maar je moet niet teveel tornen aan de basis.”