Nuchtere avonturier en scherpe waarnemer

NRC-redacteur Ferry Versteeg zocht het avontuur in Afrika en Latijns-Amerika en deed daar zonder opsmuk verslag van. Gisteren overleed hij.

Menigeen die in de jaren tachtig journalist werd, wilde Ferry Versteeg zijn. Een verslaggever die het avontuur opzocht en de wereld als zijn werkterrein beschouwde. Een correspondent die opschreef wat hij waarnam en zonder opsmuk verslag deed aan de lezer. Hij beoefende dat wat de kern van de journalistiek is. Eerst vanuit Afrika, later vanuit Latijns-Amerika. Na een korte, slopende ziekte is Ferry Versteeg gisteren in zijn woonplaats Koudekerke overleden. Hij zou maandag, 2 april,

64 jaar zijn geworden.

Het is 1987, plaats van handeling is de altijd onrustige Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince. Op het programma van de journalist stonden verkiezingen op Haïti; de realiteit van alledag was dat de geheime politie van dictator Duvalier een orgie van geweld aanrichtte. Versteeg was ter plekke en ging naar een stembureau om te controleren of de bevolking het aandurfde te stemmen. Hij trof er grote plassen bloed en twintig lijken aan. Vervolgens moest hij zelf via een raam op de vlucht slaan, achternagezeten door gewapende bendes. De bevolking van een sloppenwijk nam hem in bescherming. De volgende dag stond er een verslag van de correspondent in de krant.

Zo was Ferry Versteeg. Hij zocht het avontuur, maar schreef en sprak er op nuchtere toon over. In de krant en op de radio. Hoewel zeer begaan met het lot van de onderdrukten, verstond hij de kunst van de relativering. Toen hij later in Rotterdam diverse functies bekleedde die in dienst stonden van de productie van de dagkrant en later de Web- en Weekeditie voor het buitenland, kon hij op het hoogtepunt van de productieslag opmerken: „Over tien miljard jaar is het allemaal afgelopen.” Hem een kosmopoliet noemen, is bijna een eufemisme.

Ferry Versteeg, getrouwd en vader van twee kinderen, werkte aanvankelijk bij het dagblad Trouw en bij de Stichting Nederlandse Vrijwilligers voordat hij langs omwegen bij NRC Handelsblad terechtkwam. Hij bood zich aan als correspondent ergens in de wereld – waar deed er voor hem niet eens zo veel toe. Hij werd het in 1979, in Afrika. (Het apartheidsregime van Zuid-Afrika bestempelde hem al spoedig tot ongewenste vreemdeling). Zo werd hij een pionier van het daarna uitgebreide correspondentennet van deze krant. Later vervulde hij deze post in Latijns-Amerika. De laatste jaren voorafgaand aan zijn prepensioen (eind 2005) werkte hij op de redactie in Rotterdam.

In Nederland was er maar één provincie waar hij wilde wonen: Zeeland. Daar, op het eiland Walcheren, trok hij ’s nachts een waadbroek aan, zette een mijnwerkerslamp op zijn hoofd en ging bot, schol en wijting vangen. Of hij bestudeerde met een Orion-verrekijker de sterrenhemel („Over tien miljard jaar....”).

Of hij tuurde zomaar over zee, waar hij koopvaardijschepen zag passeren. Daarachter lag de rest van de wereld. Zijn wereld.