Muskens heeft vrede gesloten met de dood

Bisschop Muskens van Breda treedt af om monnik te worden. Zijn aardse bezittingen heeft hij weggegeven. „Sober leven is een oefening in loslaten.”

„Ik ga een vijfde leven beginnen, mijn laatste”, zegt bisschop Tiny Muskens in het boek waarin hij gistermiddag zijn aftreden als bisschop van Breda bekendmaakte. Op 2 februari volgend jaar zal hij zijn ambt neerleggen en zich aansluiten bij een groep Benedictijner monniken in Teteringen, vlakbij Breda. „Ik wil God naderen, en het geheim van het leven dat hij elk van ons geeft.”

Muskens is 72 jaar en heeft, na twee lichte herseninfarcten in 1999, problemen gekregen met zijn gezondheid. Gewoonlijk treden bisschoppen en kardinalen terug wanneer zij 75 jaar zijn geworden.

‘Opmaat tot eeuwigheid’ is de titel van zijn gisteren verschenen boek, geschreven samen met Arjan Broers. Hierin vertelt hij dat hij zijn meeste bezittingen en herinneringen aan eerdere functies aan het weggeven is, omdat dergelijk bezit niet past in het sobere leven straks als monnik. „Mijn belangrijkste bezittingen zijn drieduizend boeken, mijn reisverslagen en de aandenkens aan mijn reizen. Ik zie er vreselijk tegenop om dat allemaal weg te doen.” Hij stopt zelfs met sigaren roken. Maar, zegt Muskens: „Het is niet alleen een kwestie van bijna alles weg doen, er staat ook iets tegenover: het avontuur van de verinnerlijking, van de reis naar binnen.”

Muskens is in 1935 geboren in het Brabantse dorpje Elshout en in dat bisdom, Den Bosch, tot priester gewijd. Na zijn promotie in Nijmegen werd hij in 1970 secretaris van de Indonesische bisschoppenconferentie. Acht jaar later verhuisde hij naar Rome, waar hij rector werd van het Nederlands college, de vertegenwoordiging in Rome van de Nederlandse bisschoppen. Hij werd in 1994 aangesteld als bisschop van Breda. Wegens zijn slechte gezondheid kreeg hij vorig jaar een hulpbisschop naast zich, Hans van den Hende.

Muskens is gevoelige onderwerpen nooit uit de weg gegaan. Zo heeft hij gepleit hij voor een concilie over het celibaat, om te praten over de mogelijkheid dat oudere gehuwde mannen (in kerkelijk jargon de viri probati, mannen van bewezen goed gedrag) priester konden worden. Ook heeft hij een paar keer geprobeerd binnen de kerk de discussie op gang te brengen over condooms en over de mogelijkheid dat een paus aftreedt.

In Nederland heeft hij zich actief gemengd in het debat over armoede. Veel beroering veroorzaakte zijn uitspraak, in 1996, dat het stelen van een brood geoorloofd is als iemand honger heeft en geen andere manier ziet om te overleven. Recentelijk stelde hij voor Tweede Pinksterdag te vervangen door een islamitische feestdag.

In zijn boek schrijft Muskens dat zijn ‘vijfde leven’, met vijf keer per dag gezamenlijk bidden, een voorbereiding is op de dood. „Sober leven is oefenen in loslaten. Als je sterft moet je alles loslaten, zeker je bezittingen. Geluk ligt in ontmoeten: het loslaten van het moeten hebben en moeten kopen, omdat je snapt dat het hooguit goed is voor je ego, maar niet voor jezelf.”

„Als je accepteert dat je dood zult gaan, dat het bij het leven hoort, niet alleen bij ons leven maar bij alles wat er is, als je erover nadenkt en mediteert, dan wordt het een deel van je leven. Dan wordt je leven hier en nu beter, intenser.” Op de vraag in het boek of dat is omdat er straks een hemel wacht, antwoordt hij: „Nee, omdat je vrede hebt gesloten met de dood.”