Meer aderverkalking bij medicijnen om goed cholesterol te verhogen

Méér hart- en vaatziekten in plaats van een verbetering van hart en vaten. Dat is het teleurstellende resultaat van een Nederlands onderzoek naar het experimentele medicijn torcetrapib, een middel dat het ‘goede’ HDL-cholesterol verhoogt. Fabrikant Pfizer staakte eind vorig jaar al de ontwikkeling van torcetrapib, vanwege de hogere sterfte onder patiënten die deelnamen aan een groot internationaal onderzoek. Bij een deze week online gepubliceerd kleiner Nederlands onderzoek, onder een patiënten met erfelijk verhoogd cholesterolgehalte, waren er weliswaar geen sterfgevallen, maar er was wel een meetbare verdikking van de halsslagaderwanden (The New England Journal of Medicine, 26 maart 2007).

Het medicijn torcetrapib is ontwikkeld om het eiwit CEPT (cholesteryl ester transfer protein) te remmen. Dat eiwit zorgt ervoor dat cholesterol uit HDL wordt ‘teruggegeven’ aan LDL, zodat het opnieuw in circulatie komt. LDL is het ‘slechte’ cholesterol, in feite is het een transportdeeltje in het bloed dat cholesterol door het lichaam verspreid, maar LDL komt ook in aankoeksel in de bloedvatwand terecht. HDL transporteert het cholesterol terug naar de lever. Door CETP te remmen neemt de hoeveelheid HDL toe, terwijl LDL juist daalt. Dit lijkt een ideale aanvulling op statines: die verlagen de kans op hartziekten met maximaal 30 procent. Torcetrapib zou dat risico dan verder verminderen.

In het Nederlandse onderzoek bij het Universitair Medisch Centrum Utrecht en het Amsterdamse Academisch Medisch Centrum werd dit onderzocht bij 850 patiënten uit Nederland, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten met familiaire hypercholesterolemie. De helft van hen kreeg de HDL-verhoger torcetrapib, naast een cholesterolverlagende statine, en de andere helft alleen de statine. Met ultrageluid mat men halfjaarlijks de wanddikte van de halsslagader.

Torcetrapib leek te doen wat het moest doen: HDL ging met de helft omhoog en LDL met eenvijfde omlaag, vergeleken met alleen statine. Maar dat had niet de verwachte gevolgen: 24 mensen in de torcetrapibgroep kregen last van pijn in de hartstreek of zelfs een hart- of herseninfarct, tegen 11 in de statinegroep. Bij de mensen die torcetrapib slikten verdikte de wand van de halsslagader, een teken dat de vaten verder dichtslibben.

De verklaring achter de tegenstrijdigheden kan zijn dat torcetrapib de bloeddruk iets verhoogt. Gemiddeld slechts een paar millimeter kwikdruk, maar toch kan dat het het gunstige effect van de HDL-verhoging ongedaan maken.

Bart Meijer van Putten