Markt fusies en overnames naar hoogtepunt

Fusies en overnames bloeien als economieën sterk zijn, de wereld verandert en geld makkelijk verkrijgbaar is. Geen wonder dus de 1,1 biljoen dollar aan transacties die in het eerste kwartaal van 2007 werden aangekondigd bijna een record vormden.

Weliswaar ging het totaal met 8 procent omlaag ten opzichte van het laatste kwartaal van 2006 en ligt het huidige tempo ook niet hoger dan dat van rond de milleniumwende, het zijn niettemin drukke tijden. Het aantal lopende transacties in de afgelopen twaalf maanden is in een jaar tijd met 25 procent toegenomen en in twee jaar bijna verdubbeld. Dit is een wereldwijd fenomeen. Tot de meest recente grote transacties behoren de overname van TXU in de Verenigde Staten, Altadis in Europa en Hutchinson Essar in Azië.

Zakenbankiers en topmanagers beweren dat de voornaamste reden voor fusies en overnames van industriële aard is - de onvermijdelijke logica van de globalisering en industriële consolidatie. Die bewering dient vooral haar eigen doel - niemand wil zeggen dat een transactie vooral het eigen ego ten goede komt. Maar in de kern van de zaak is het de waarheid. Naarmate de handelsbarrières afnemen en de groei en economische macht verschuiven van de rijke naar armere landen, ligt een herschikking voor de hand.

Toch lijkt de industriële logica helderder als geld goedkoop en makkelijk verkrijgbaar is. De reële rente en de credit spreads (die het verschil tussen de diverse rentetarieven weergeven) zijn momenteel historisch gezien heel laag. En de financieringen met geleend geld nemen hand over hand toe. Bedrijfsovernames met geleend geld namen de afgelopen twaalf maanden 20 procent van alle transacties voor hun rekening, vergeleken met 12 procent een jaar geleden en een kleine 3 procent in 2000. De totale waarde van dit soort transacties - 2 biljoen dollar over de afgelopen twaalf maanden - bedroeg tweemaal het record van 2001.

De sector voor fusies en overnames is veel conjunctuurgevoeliger dan de economie in haar geheel. De recessie van 2001 was weinig meer dan een dipje, maar het transactievolume daalde van de piek in 2000 naar de trog in 2003 met maar liefst 65 procent. De huidige bloei komt uiteraard ook ooit ten einde.

Het hoogtepunt zou al wel eens in zicht kunnen zijn. Hoewel de kredietmarkten nog op volle toeren draaien, maken de nerveuze aandelenmarkten het vaststellen van de beurskoersen moeilijk. Als de lichte inzinking van de Amerikaanse economie zich verdiept, zal de transactiestroom onvermijdelijk minder worden. De globalisering is een feit, maar de Verenigde Staten nemen nog steeds zo’n 40 procent van de fusies en overnames in de wereld voor hun rekening.

Edward Hadas

Overname van Iberia hangt in de lucht

Iberia flirt al maanden met potentiële kopers. Nu heeft de middelgrote Spaanse luchtvaartmaatschappij eindelijk een gegadigde gevonden, zij het waarschijnlijk niet degene waar ze in eerste instantie op uit was.

Het bod van 3,4 miljard euro op Iberia is afkomstig van een participatiemaatschappij en niet van een andere luchtvaartmaatschappij. Bovendien heeft Texas Pacific Group (TPG) de reputatie een aasgier te zijn, die in problemen verkerende luchtvaartmaatschappijen er tegen hoge winsten weer bovenop helpt. Dat heeft TPG tien jaar geleden ook met Continental gedaan. Zo’n bieder krijgt te maken met de fusie- en overnamewoede die onder Europese luchtvaartmaatschappijen zou zijn losgemaakt door het ‘Open Skies’-verdrag.

Iberia is niet eens een slechte luchtvaartmaatschappij en zit ook niet aan de grond, zoals Alitalia. Het concern heeft in Spanje zelf weliswaar te maken met toenemende concurrentiedruk van prijsstunters, maar beschikt over waardevolle langeafstandsroutes naar Latijns Amerika. Voorzover dat gezegd kan worden van de balans van een luchtvaartmaatschappij verkeert het bedrijf ook in goede gezondheid. Na correcties voor de lease van vliegtuigen bedroeg de nettoschuld eind 2006 een behapbare 1,4 miljard euro.

Het eerste probleem is eerder de prijs. Het bod van TPG is 10 procent lager dan de aandelenkoers van Iberia, die door fusiespeculatie omhooggeschoten is. Maar zelfs op dit niveau wordt Iberia nog op 17 maal de winst over volgend jaar gewaardeerd, een premie van 50 procent ten opzichte van branchegenoten. TPG, dat eveneens probeert Qantas en Alitalia over te nemen, zal misschien niet eens een formeel bod lanceren na de boeken van Iberia bekeken te hebben.

Het tweede probleem is de bereidheid van andere luchtvaartmaatschappijen als Air France, Lufthansa of British Airways om met een tegenbod te komen. Een samengaan met Air France zou het gezamenlijke marktaandeel van de groep op de transatlantische routes naar Latijns Amerika op 40 procent brengen, hetgeen de toezichthouders zorgen zou kunnen baren.

Lufthansa heeft het omgekeerde probleem: het rechtvaardigen van een dure overname, terwijl er weinig of geen overlappingen met de routes van Iberia zijn. British Airways (BA) heeft tenslotte andere prioriteiten, zoals de verhuizing naar Terminal 5 op Heathrow.

Wat er ook gebeurt, BA zal bij iedere mogelijke transactie als ‘kingmaker’ optreden. Het concern bezit al 10 procent van Iberia en het recht om een belang van nog eens 30 procent te nemen. Dat geeft BA genoeg gewicht om een transactie te blokkeren, de ene koper de voorkeur te geven boven de andere, of zelfs een eigen bod op Iberia uit te brengen. Beleggers zullen spoedig zien hoe sterk de krachten van de Europese luchtvaartconsolidatie zijn die door het Open Skies-verdrag zijn vrijgekomen.

John Paul Rathbone

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com

Vertaling: Menno Grootveld